Wedstrijd

Altijd al willen ontsnappen naar Wonderland? Meer fan van Zweinstein? Of toch Narnia? Niets leuker dan je fantasie laten leiden en zien waar je terechtkomt. Dat denken we naar aanleiding van de Schrijfdag ook. We gaan op zoek naar de meest fantastische werelden, magische verhalen, interessante personages. Hoe ziet jouw Sprookjesland eruit? Laat het ons weten!

Met ‘Verdwalen’ krijg je drie weken na elkaar de kans om jouw Sprookjesland te verkennen.

Selecteert de jury jouw tekst? Dan komt hij op een creatieve creatie die Creatief Schrijven vzw ter ere van de Schrijfdag verspreidt. 

INZENDINGEN

Opdracht week 3

Twee weken nadat jij in Sprookjesland bent terechtgekomen, ligt opnieuw iemand in het mos. Wanneer de persoon de ogen opent, is het jouw beurt om de omineuze stem te zijn die de nieuwe persoon welkom heet. Jij beschrijft het sprookjesland met één zin. Welke zin?

Laat de inkt voor een laatste keer vloeien en beschrijf het sprookjesland in maximaal één zin.
Deadline is donderdagmiddag 15 april om 12u.
--

Adelyde Venni

Luister naar de stem zo oud en jong, verdwijn net zo snel als je arriveerde en kerf je eigen pad naar je lotsbestemming.

Tim Roose

Welkom in Sprookjesland, het land waar je verbeelding realiteit kan zijn, indien je dat wenst.

Bas Tuurder

Er gaan lichtjaren over, pilaren van de eeuwigheid op de achtergond, kopje-onder, kopje-boven, kopje-door-kopje door synapsen in een file, op een zachte schijf, een oneigenlijk lijf, een iemand, een iets, een zin sterft uit, “Niemand leeft langer dan de aarde,” een jij lacht niet meer, “kolonisten op Proxima B niet meegerekend,” een jij sluit je ogen en is in een wereld die je niet herkent.

Evie Vallet

‘Sta op en volg mijn stem want als jij hier in Sprookjesland het Hazenpad kiest dan zal de weg naar onze stoutste dromen in de eeuwigheid verdwijnen.’

Els Kuijpers

Eén haar, één haar op de wrat van haar neus heb je nodig om al de betoveringen van deze malicieuze heks ongedaan te maken.

Stef Van Overstraeten

Weg is het verleden met zijn catastrofes en nare geschiedenis, welkom in een wereld zonder ernst, zonder platgetreden paden en zonder grenzen.

Josiane De Clercq

Aan de nieuwelingen van vandaag geef ik enkel deze raad: zoek niet naar de weg maar bewandel het pad van al diegenen die je zijn voorgegaan.

Kyra Antoni

''Welkom thuis schat, pak mijn hand en ik vul dit holle bestaan als helium tot een ballon.''

Anne-Mie Knaepen

“Welkom in Sprookjesland, jij uitverkorene, waar Poezen regeren, waarin Ik je veilig help verdwalen in verhalen die helden maken tot het natuurlijke herstel van de Aarde.”

Kim Stessens

Laat je betoveren en verdwaal tussen de kastelen en magie van Sprookjesland, want alle draken en tovenaars heten je welkom.

Cynthia Burke

"Welkom in sprookjesland, schilder wat je wil en maak een wereld van verschil."

Lennart Vanstaen

Sprookjesland heeft geen poort of deur, je komt er alleen door goed te kijken - jij ziet een kerk, ik zie een kasteel; jij ziet een lantaarnpaal, ik zie een banier; jij ziet een afhaalchinees, ik een ophaalbrug.

Annette Akkerman

Welkom in Sprookjesland, ga op goed geluk over ongebaande paden, laat je leiden door de zucht naar avontuur, wees bereid te vinden wat je ooit hebt verloren en zoek de grens!

Ilja Van den Bergh

"Vrees niet, want angst is hier je enige vijand."

Annick Lanciers

Blijf liggen, sta niet op, immers verdwalen in jezelf is hier aangeraden.

Hanna Wtterwulghe

Welkom lieve vreemdeling, luister met je voeten, voel met je tong, proef met je neus en kijk met je handen, dan kom je vanzelf wel waar je hoort te zijn.

Ann Stuckens

Welkom in de wereld voor iedereen waarbij drempels verdwenen als sneeuw voor de zon en waar diversiteit en inclusie worden gezien als de bron.

Sanne Leenders

Welkom in Sprookjesland, waar je telkens naar terug komt om te verdwalen, of je dat nu wil of niet.

Celine Camu

Treed binnen in Vertopia, het land waar alles is wat het lijkt.

Sulotta De Clercq

Als alles verloren lijkt, zoek dan hulp bij diegenen van wie je het minst verwacht, maar laat je niet misleiden door dat wat misschien geen werkelijkheid is.

Erika De Stercke

Volg me blindelings met jouw ogen open naar de kracht van onze fantasie.

Dina Paredis

Verken Sprookjesland naar hartenlust, hier is het waar je jouw ogen kunt bekoren met kleuren, geuren en uitzichten waar je het bestaan niet van afwist, en schaam je niet te verdwalen met behulp van de bizarre wezens die in deze omgevingen ronddolen, want dit is juist het advies die ik aan jouw wil meegeven.

Vera Steenput

Leg die loden mantel af en leef jouw verhaal.

Esmee Koopman

Luister nooit naar omineuze stemmen, daar verdwaal je alleen maar van.

Anja De Greve

Mijn sprookjesland ligt vlak naast het grasland van mijn buren waar ik uren kuier en luier: mijn tuin bij mijn huis brengt mij ver weg en toch gewoon thuis.

Tyra Brys

Hey, jij ook hier.

Jenka Watteny

Welkom in jouw sprookje, maak je dromen waar en beleef elke dag iets nieuws!

Wim De Vos

Welkom in het land van ware dromen, waar wezens van licht naast monsters wonen, waar magie nog stroomt door elke tak, elk blad, elke steen, alle poelen, waar je waanzin en wonder zal voelen, waar je de peperkoek proeft tussen tanden, waar het wonder weer woelt in je handen in de lucht, in het vocht, in de diepte en je hoger kan vliegen op vleugels van liefde tot ver, verder nog, voorbij de rand, welkom in jouw wonderland.

Johan Vossen

Ik wil de pret niet bederven, maar blijkbaar zit er een volledig sprookjesland in jezelf, als je maar even diep naar binnen kijkt.

Mieke Troch

'Raquel ontwaak!' en laat je ver-dwalen in mijn gouden schuilplaats waar de muziek je lokt naar hemelse ontmoetingen!

Evelien De Vos

In Sprookjesland starten al je zinnen met 'Er was eens' dus pas goed op welke woorden je waarmaakt.

Lauren Dessein

“Welkom in het land waar er geen tijd is, meer nog, hier is tijd in overvloed want hier vertoeven alle ‘er was eens’ en ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ verhalen, mythes en legendes.”

Karsten Bellis

'Je had toch gezegd dat ik alleen hier toegang toe zou hebben?'

Deirdre Bastien

Welkom in Sprookjesland, de plek die de stemmen uit jouw boeken tot leven brengt en je uitnodigt om met hen mee op avontuur te gaan.

Sara Casalin

“Leef en ontdek maar, jij bevallige bosnimf,” zei ze zacht toen de nimf eindelijk ontwaakte uit haar boze droom, “en proef de grasgroene aardse lucht, luister naar wat stilte je vertelt, surf op de wolken weerspiegeld in deze mysterieuze poel die Het Leven heet, en duik in de wonderlijke onderwaterwereld die het herbergt... weet daarbij dat boven de wolken, de zon altijd schijnt.”

Elise Kuit

'Welkom in Sprookjesland, het is ten strengste verboden de rode schoentjes aan te trekken, kruimels te verwijderen van de bospaden, krijt te voeren aan de wilde dieren of appels te aanvaarden van oudere dames, voorst dient u gouden artikelen zoals eieren, munten of stro onaangeroerd te laten en is het niet toegelaten kinderen zonder supervisie te laten vliegen met het tapijt, geniet van uw verblijf, de uitgang bereikt u via de gift shop.'

Opdracht week 2

Opdracht week 2

Een week geleden gingen je ogen open in Sprookjesland. Ondertussen begrijp je de nieuwe wereld wat beter. Maar hoe kwam je in die wereld terecht? Wat gebeurde er voor je ogen opengingen?

Klim in je pen en vertel ons wat er vooraf ging in maximaal 600 tekens.

Deadline is donderdagmiddag 8 april om 12u.
--

Adelyde Venni

Een lichtstraal onthult een heksenkring in het bos aan de overkant. Ik hoor het zacht gezang van de wind. Mijn hand grijpt iets beet. Het is een dolk. Mijn lichaam kreunt wanneer ik mezelf ophef. Het woud valt stil alsof we samen in verbazing naar het multichroom metaal staren. Ik ruk mijn ogen weg van het mes en zie het duister dichterbij kruipen naar mij in het licht. Het is niet van plan om me met de dolk te laten vertrekken. Ik weeg het in mijn hand en kijk naar de lege lucht voor me. Onzichtbare vingers wikkelen om mijn pols en wijzen het zachtjes naar voren. Ik hoor het duister huilen.

Bas Tuurder

Er gaan eeuwen over. Stil. Van je staan, stijf. Van je lijf rilt je wil. Je ogen omgedraaid in je kop, je kop gedraaid om je ogen. Vooruit. Achteruit. Het geluid van een aard, lang vergeten, verkeerd onthouden, daar, en daar en daar, tanden, tongen, lippen, overal. Overal lippen die van gehakt nog krulstaarten, varkens, kalfs, gemengd, je weet het niet, oké? “Ik weet het niet, oké!” Het dooit. Alle morgenstond, al het goud—. Iemand, iets lacht brutaal. “Jij? Het niet weten? Ha! En dat beweert dan de gids te zijn…, later vriend!” “Wacht, wat wil je dan van me?”

Tim Roose

Slons gaat braafjes zitten; zijn staart kwispelt. Je vertrouwt erop dat hij niet wegloopt. "Hier moet het zijn makker, zie je die rode X daar?" Je legt je rugzak neer. Slons blaft vol verwachting. Je neemt een schopje uit je rugzak en begint te graven. De kist ligt niet zo diep. Je glundert en je neemt een sleutel uit je heuptasje. "Bedankt pap," stamel je, terwijl je even naar de wolken kijkt. Je weet niet wat erin zit. "Dit zal je leven veranderen," stond op de kaart die bij de sleutel zat. Je opent de kist; leeg. Plots verandert Slons in een mens en hij duwt je in de kist. Je gilt: "Pap?"!

Leonie Wiering

Ze hoort een geluid komen van rechts, een geluid dat zich herhaalt en steeds een beetje dichterbij lijkt te komen.Langzaam en waakzaam draait ze haar hoofd opzij, de wereld die ze ziet verwondert haar.Het mos voelde als een grote kussen die tot ver naast haar gegroeid zou moeten zijn maar niets is minder waar. Een paar meter rondom haar is hoog geelgroen gras wat zich als één grote golfbeweging om haar heen beweegt. ‘Verdwaal’ fluistert de stem nogmaals.Ze begint te praten tegen niemand in het bijzonder en tegen iedereen die het maar horen kan. ‘Hoe kan ik nou verdwalen wanneer er geen weg is?

Anne-Mie Knaepen

Wat een kriebelige lentedag! Mijn maag rammelt. De tuin knipoogt. Ze verleidt me. Ik stap dwars door het raam. De koffie en boterham vergeet ik. De geur buiten overspoelt me met een aangename luiheid. Ik vlij me neer in het gras. Ik schop mijn slippers af, rol mijn broekspijpen op en trek mijn trui uit. Heerlijk loom voel ik me in het malse groen gezogen. Steeds dieper. Ik krul in triomfantelijke dromen over Minou die haar trofeeën voor mij legt. Waar ís Minou? Dan verdwijn ik. Tijd verdwijnt. Een verre stem parelt zacht: “Welkom in Sprookjesland, verdwalen aangeraden.” Eén oog gaat lui open.

Tyra Brys

God verbied het- zou ik zeggen, moesten dat mijn idealen zijn. Niet langer ingewanden volgend. Niemand verdwaalt eeuwig. Men vindt of men vergeet, wordt vergeten. Ik herinner mezelf aan de euforie, de kunstmatige weliswaar. Het herinneren en de gelukzaligheid beide met een grote K. Mijn idealen weer op het pad waar ik ze het laatst onderdrukte. "Waar een wil is, is een weg", intrigeert me. 2 maal geen toegevoegd en even waar. Een hunker niet evenredig met een uitweg. Blijkbaar in sprookjesland en nog raken al mijn tenen de grond. Verbeten door de echtheid van de nacht. En volg ik de zon.

Jenka Watteny

Eerder op de dag had ik mijn moeder vervloekt die salami met look op mijn boterhammen had gelegd, terwijl vandaag dé dag zou worden waarop ik Felix voor het eerst wou kussen. Ik had mijn broer een eikel genoemd nadat hij me een duw had gegeven én ik had de postbode bijna omver gereden. Felix zag me niet staan en mijn boterhammen waren klef tegen de middag. Na school fietste ik zomaar nergens heen, mijn voeten trapten sneller dan de pedalen aankonden, ik voelde de wind vechten tegen mijn snelheid maar ik won, ik won en even later, plots, een luide knal, gevolgd door stilte. En duisternis...

Josiane Claesen

Hij liep in het bos, zich afvragend hoe hij er in vredesnaam geraakte. De bomen zagen er dreigend uit, veel te groot en donker naar zijn zin. Alsof het bos zijn gedachten hoorde, klonk er een krassende lach door het bos. Pieter schrok en zakte onwillekeurig door zijn knieën om zich kleiner te maken. "Wat was dat in hemelsnaam?" Toen pas besefte hij dat hij dat hardop gezegd had. Helemaal in de verte zag hij iets als een mist tussen de bomen. Maar... het leek op hem af te komen. Hij wist dat hij hier weg moest, maar zijn benen leken hem niet te willen dragen. Kwam er nu iets mee met die mist?

Polly Heyrman

Het sprookje begon bij het begin van de nacht. Aan weerskanten van me bevonden zich knotwilgen. Traag liep ik door de laan. Een voor een hebben ze een ziel dacht ik nog, voordat ik mijn huis was uitgegaan. Een vreemd wezen liep voorop en toverde de knotwilgen met een glimmend stokje om in Japanse kerselaars. ‘Calendula cream, virgin coconut oil, sunflower, exceem.’ Ik stapte verder over een heuvel in mos. Aan het eind van de weg bevond zich een kasteel, dat nooit sliep. Aan weerszijden brandden lantaarns als welkomstgroet. De nacht kwam tot leven rondom mij en ik was niet langer verdwaald.

Soetkin De Vos

De thee dampte niet langer. Nee, als je goed keek, zag je dat het een vaste substantie vormde: ijs. Enkel het rijzen van haar borstkas duidde er op dat ze nog leefde. Speekselsliertjes die zich aan haar mond vormden, werden kleine kristalheldere ijspegels. Haar wimpers kleurden wit door de vorst. Haar huid werd bedekt door een laag sneeuw. Haar haren zweefden alle kanten op door de hevige windstoten. De kamer om haar verdween tergend langzaam, tot er geleidelijk aan niets meer van over was. Geen muur stond nog overeind en de tegels verdwenen zomaar. Alles loste op in het niets. Ook zijzelf...

Dina Paredis

Mijn moeder vertelt mij over haar verergerde gezondheidsproblemen. Eenmaal het videogesprek beëindigt sta ik stil bij de betekenis achter haar woorden. Gekoppeld met de stress van vorige weken die ik tot nu heb kunnen verdragen, wordt het me te veel. Ik herinner me plotseling hoe ik als kind voor uren lang weg liep naar ‘Sprookjesland’. Een gevoel van te willen verdwijnen overvalt me. Ik hoor weer dezelfde verwelkomende stem. Ik voel de onzichtbare kracht die aan me trekt, dit keer vecht ik er niet tegen. Verdwalen blijkt uiteindelijk gewoon net zo simpel te zijn als knipperen met mijn ogen.

Kyra Antoni

Kleine kiezels gleden door mijn vingers terwijl ik mij zelf in het zand stortte. Ik kon het niet helpen maar bleef denken. Wat als het kwaad niet bestond? In deze filosofische stroom werd ik meegesleurd. In een prachtig verhaal van liefde en verlangen. Sterker dan zwarte koffie. Een melodieuze stem zei mijn naam. Geen angst meer. Karamel smelt op mijn tong als uitstekende romantiek. Weg van deze wereld vol haat en nijd. Hier kan ik houden van hem en hij van mij. Ik sluit mijn ogen en de poorten van magie openen.

Josiane De Clercq

De wit gevederde vleugels blijken gefantaseerd. Meesterlijk op doek geklad door barokke schilders. Ik heb ze niet, die vleugels. Ik ben vleugellam net als alle andere wezens die hier rondwaren. Onder het voile gewaad zijn we naakt en niet oud. Perfect en zonder schram op onze ziel. Geruisloos en zacht omklemmen je vingers mijn onderarm:’ ik ben blij dat je er bent dochter’ zegt de al zo lang niet gehoorde stem. Wat heb ik je gemist. Minzaam is je glimlach. Ik wil verdrinken en nooit nog weg. Ik laaf me. Zij begraven mij. Klamme aarde dekt me toe. Met gesloten ogen vind ik mijn weg.

Kim Buyens

Je was al lang benieuwd naar deze plek. Op een wandeling kan je de impuls niet bedwingen onder het hek door te kruipen. Het is op het meest vervallen gedeelte van het landgoed. Iets aan deze plaats spreekt tot de verbeelding. Je hart slaat sneller en je kijkt om je heen. Dit deel is verlaten maar de villa is bewoond en de paden worden bewandelt. Je sluipt tussen de begroeiing door om beter zicht te krijgen. Je ziet voor je een hoek van een kader uit de grond steken. Je bukt je om beter te kijken en plots zakt de bodem onder je in, je valt in een put, door de lijst van een schilderij...

Ann Stuckens

Ik voelde mij ellendig en verdrietig. Meer dan een baaldagje. Ik was al die obstakels beu. Ik verlangde dat de feeënzalf mijn leed of de hoge toren drempels die mij elke toegang verhinderde deed verdwijnen, zoals ze dat vroeger deed met mijn pijntjes . De feeënzalf gebruikte mijn moeder om mijn zeer te verzachten. De feeënzalf had de wond nog niet aangeraakt of elke pijn verdween als sneeuw voor de zon. De 'Zalvenfee' geeft mij vleugels. Nu moeten mijn lamme benen zich niet meer schuldig voelen. Ik zweef overal heen, geen drempel is mij teveel.

Karsten Bellis

Een fascinatie voor het feeërieke, fantastische feest in mijn fijn besnaarde, fonkelnieuwe fotografisch geheugen deed mij danig onderdanig doorslaan voor hem. Hij die hijgend en huppelend met hoongelach gehalveerde hersendelen herstelde, hunkerend naar de heerschappij in de hoopvolle hoogtes. Vooraleer de vereenvoudigde veelvouden van mijn versnipperde verleden onvermoeibaar naar de verste vluchtwegen verdwenen, keek ik nog eenmaal achterom. ‘Spring snel, sukkel,’ snauwde hij spelenderwijs. ‘Spring de sprong naar het sprookje van jouw fascinerende fantasie en kom nooit meer terug.’

Evie Vallet

Elke vlieger die je vouwt van kalkpapier vindt zijn weg naar mensen met een bijzonder talent. Ditmaal belandt hij bij de man die deuren beschildert zodat ze terug openen. Hij stuurt de vlieger terug met het nieuws dat je mag komen. Met het poppenhuis van jouw verdwenen zus onder de arm vertrek je. Door het deurtje te laten schilderen ontdek je misschien iets. De man gaat precies te werk. Bij de laatste penseelstreek, zegt de schilder “als het gebeurt, doe je ogen dicht en luister aandachtig”. Het scharnier piept en het deurtje opent langzaam. Je sluit je ogen en je laat je meevoeren.

Lauren Dessein

Wanneer iemand je zou vragen hoe lang je al in de bibliotheek was, je zou niet kunnen antwoorden. Misschien nog maar een uur, of toch al langer? Een maand? Of al een jaar? Het antwoord bleef je schuldig. Er was zoveel om te lezen, om te zien en te ontdekken. Dan was er nog de vriendelijke bibliothecaris. Om de zoveel tijd wandelde hij van zijn bureau door de gangen van A tot Z waardoor de hele bibliotheek doordrongen werd van zijn zoete parfum. Je kon het niet plaatsen, lotus misschien? Je geeuwde. Net voor je jouw ogen - heel eventjes maar - sloot, zag je de glimlach van de bibliothecaris.

Scrolan De Schutter

De zon schijnt zo fel in mijn ogen dat ik amper iets kan zien. Ik voel iets zachts onder mijn voeten, het lijkt wel alsof ik op een overdreven zachte matras stap. Ik maak een schaduwbril met mijn hand en kijk voor me uit. Onder mijn voeten bevindt zich één grote marshmallow! Elke stap die ik zet wordt verder in het snoepje gedrukt. Ik draai rond mijn as en kijk goed rond. Ik zie overal kleuren, vormen en beweging. Dit is een plaats die ik nog nooit gezien heb. Mijn lichaam ligt in een comateuze toestand, maar mijn bewustzijn bevindt zich hier, in Tompoesland.

Kim Stessens

Na een ontspannende avond keer je terug naar huis. Je fietst op de eenzame weg, verdwaald tussen de bomen van het verlaten bos. Je nadert een spoorwegovergang en steekt over. Voorzichtig manoeuvreer je in het doolhof van gaten en barsten in het wegdek, maar je mist er één en valt. Je hoort lawaai en kijkt op. Bloedrood licht en gongslagen hameren op je hoofd, terwijl je versteent bij het zien van de ogen van het monster. Alles verdwijnt nadat je wordt opgeslokt in de duisternis.

Annette Akkerman

Ik sta tot mijn schouders in de kuil. Het zand zit overal op mijn lichaam. De blaren op mijn handen liggen open. Ik krijg de schop niet meer opgetild. ‘Is het zo diep genoeg?’ vraag ik aan de laarzen op ooghoogte, niet bij machte omhoog te kijken naar de man die boven me uittorent. Als antwoord beweegt een van de laarzen in de richting van mijn gezicht. Ik reageer te laat en de laars raakt me vol op mijn slaap. Ik voel de grond onder mijn voeten verdwijnen en val achterover. Ik lijk te blijven vallen. Mijn oren suizen. Dan hoor ik: ‘Welkom in Sprookjesland, verdwalen aangeraden.’

Sulotta De Clercq

Het geschreeuw gonst nog na in mijn hoofd. Waar maakt dat mens zich druk om? Stomme koe. Met een knal smijt ik de deur van het veel te kleine appartement achter me dicht. Ze moet niet denken dat ik snel terugkom. De drukte van het centrum jaagt me naar een rustigere buitenwijk. “Kom dat zien, mensen, spannender wordt het niet!” loeit het plots door een megafoon. Voor mij doemt een enorme tent op. Aan de inkom deelt een gebocheld dametje groezelige flyers uit. Ze wenkt me als ze me ziet aarzelen. “Een oude ziel in een jong lichaam.” Meer woorden heeft ze niet nodig om me binnen te lokken.

Hanna Wtterwulghe

Ik hoor mijn hart bozen en mijn adem suizen. Krachtig duwen mijn voeten me af. Als ik kon, zou ik vliegen. Het moment dat mijn hart het gaat begeven is nabij. Verderop is het pad door de maan verlicht, gevolgd door gitzwarte duisternis. “Dat is het einde van mijn wereld.”, denk ik. Mijn lichaam bestuurt me. Het stuwt me naar mijn ondergang. Mijn rechtervoet duwt me af tegen het laatste stukje grond. Ik spring en sluit mijn ogen. Even voelt het alsof ik vlieg. Maar ik val, alsmaar sneller.

Annick Lanciers

Trouwens verdwalen is wat haar hier deed belanden. Ze vluchtte weg van een leven ten dienste van een man met een onstilbare seksuele honger en het dreinende resultaat van zijn zaad. Toen het avond werd, wist ze niet meer waar ze was. Een bende dronken mannen joeg haar verder tot aan de rand van een ravijn. Ze hoorde hen roepen en schreeuwen, elkaar ophitsen. Dus sprong ze. De val was lang en vertraagde langzaam. Tot ze helemaal stopte. Even maar en dan viel ze pijlsnel. Het volgende moment lag ze in het zachte mos.

Mieke Troch

Gespot; met fluostift gepote boodschappen op eikenbladeren. Een close-up van een eikel bracht deze wondere wereld in zicht. Het paddenstoelenschemerlampje bevatte genoeg lumen om mijn nieuwsgierigheid aan te wakkeren. Ik ontdekte de aantrekkelijke stem van het verhalende elfje. Dormouse was ontwaakt en moest wat gemiste informatie inhalen, door de extreme slaaptijd was hem belangrijk nieuws ontgaan. Hij zat aandachtig op enkele gestapelde eikels toe te kijken. Het vliegend hert was in de verdrukking geraakt onder het zitje van de dormouse en stak zijn voelsprieten naar buiten. Hier ben ik!

Mieke Troch

Gespot; met fluostift gepote boodschappen op eikenbladeren. Een close-up van een eikel bracht deze wondere wereld in zicht. Het paddenstoelenschemerlampje bevatte genoeg lumen om mijn nieuwsgierigheid aan te wakkeren. Ik ontdekte de aantrekkelijke stem van het verhalende elfje. Dormouse was ontwaakt en moest wat gemiste informatie inhalen, door de extreme slaaptijd was hem belangrijk nieuws ontgaan. Hij zat aandachtig op enkele gestapelde eikels toe te kijken. Het vliegend hert was in de verdrukking geraakt onder het zitje van de dormouse en stak zijn voelsprieten naar buiten. Hier ben ik!

Mieke Troch

Gespot; met fluostift gepote boodschappen op eikenbladeren. Een close-up van een eikel bracht deze wondere wereld in zicht. Het paddenstoelenschemerlampje bevatte genoeg lumen om mijn nieuwsgierigheid aan te wakkeren. Ik ontdekte de aantrekkelijke stem van het verhalende elfje. Dormouse was ontwaakt en moest wat gemiste informatie inhalen, door de extreme slaaptijd was hem belangrijk nieuws ontgaan. Hij zat aandachtig op enkele gestapelde eikels toe te kijken. Het vliegend hert was in de verdrukking geraakt onder het zitje van de dormouse en stak zijn voelsprieten naar buiten. Hier ben ik!

Celine Camu

Odilon paradeerde al de hele week met een rode sok. Vroeger zou hij die zonder pardon opeten, nu bleef het enkel bij stelen en liefkozen. Nochtans was het niet mijn sok, niet die van ma of pa, en niet die van broer of Hélène. Maar toen ik gisteren op zolder rond snuisterde op zoek naar rolschaatsen, vond ik de tweede. Ik trok de sok aan. De wol prikte zachtjes. Ik haalde de andere, nogal slijmerige variant uit mijn broekzak tevoorschijn en schoof ze over mijn linkervoet. Mijn tenen tintelden, het slaperige gevoel ging richting benen en bovenlijf. Alles duizelde, en plots was het donker ...

Cynthia Burke

Ik slenter wat rond in de indrukwekkende zaal, opgetooid met fraaie booggewelven, met hoge muren zorgvuldig aangekleed met pieterige schilderijtjes. Mijn oog valt op een typisch Hollands tafereel: weilanden, water, windmolens. Het schilderij verleidt en verlokt en ik moet dichterbij komen. Ineens zie ik het. Diep verscholen tussen de aquarelschakeringen, midden in de polders, naast de windmolen: een spierwit silhouet. Het puntje van mijn neus raak nu bijna het schilderij, tot de verftinten bijna niet meer geschilderd lijken en penseelstreken overvloeien in een wervelwind van kleur. Ik val.

Malanka Lannoye

Er was niet veel volk die middag in het stad en de verveling sloeg toe. Plots had ik een geniaal idee: “De eerste die passeert met groene schoenen aan, volg ik.” Grijs, geel, blauw, zwart en nog eens zwart, aha daar heb je de groene schoenen mens! Ik volg de persoon, hij kijkt schichtig. Zou hij weten dat ik hem volg? Wat vreemd hij gaat onder die smalle brug door, Hopelijk merkt hij me niet op. Oei, waar is hij gebleven? Ik zie een deurknop in de vorm van een eekhoorn. Ik trek eraan en een stenen deur gaat open. Ik stap binnen en plots voel ik hoe een hevige wind mij optilt.

Johan Vossen

‘Ik ben hier te oud voor’, roep ik in haar oor, in een poging de aanwezige decibels te overstemmen. ‘En trouwens, ik heb morgen een deadline.’ Ze buigt zich verder naar me toe en lacht. Het logo op haar borsten gloeit en beweegt mee, blacklights maken haar gezicht nog buitenaardser. Je hoort hier niet thuis, lieverd, denk ik terwijl ik de pil terug in haar handen duw. Haar lippen raken mijn oor. ‘Dit is niet wat je denkt dat het is’, zegt ze traag. Haar blauwe ogen veranderen in een groen moeras. Ze reikt me haar glas aan. ‘Dit is niet om jezelf in te verliezen, maar om gevonden te worden.’

Deirdre Bastien

De stemmen brachten je terug naar de oude bibliotheek. Een plek waar je heen ging om je even te verstoppen voor de buitenwereld en weg te dromen tussen de verhalen. Dit keer leek het alsof je stemmen hoorde vanuit de strip afdeling, een plek waar je niet vaak kwam. Het leek alsof je betoverd werd. Je volgde de stemmen en bladerde door een aantal historische strips met mythische wezens. Uit één van de strips viel een briefje: ‘lees mij en treed binnen in je mooiste droom.' Op hetzelfde moment dat je het briefje las viel de stroom uit, werd alles donker en zakte je weg in een diepe slaap.

Ilja Van den Bergh

Het verlaten huis ademde mysterie. Eenzaam bovenop een heuvel keken zijn twee torens als wachters uit op de stad. Met piepende scharnieren opende het zijn poort. Schoorvoetend trad ik in de voetstappen van degene die voor me liep, alsof ik daarmee elk spoor van mijn aanwezigheid wou uitwissen. Spontaan vormden we in kleermakerszit een kring op de vloer. Meegaan was geen goed idee geweest, maar een vraag van Felix behoeft geen antwoord. ‘Heb je deze al geprobeerd?’, zei hij. Het laatste dat ik me herinner is en het ritme van mijn hart dat synchroniseerde met de drup van het lekke dak.

Stef Van Overstraeten

Het leven is niet simpel. Zeker niet in 2051. Maar er zijn mogelijkheden. Alleen heb je ze nog niet allemaal ontdekt. Tijdens een dagelijkse ochtendloop bots je regelmatig tegen de beperkingen. Die er volgens vorige generaties nauwelijks waren. Je geeft niet op en blijft aftasten. Voelen, bewegen, doorgaan. Je hoofd loopt leeg terwijl de inspanning voortduurt. Zelfrijdende auto’s kan je zonder problemen ontwijken, zorgrobots met moeite. Aan hen schort er regelmatig iets. Af en toe moet je er eentje oprapen. Zoals die van daarnet. Alleen zorgde een stroomstoot voor een jammerlijke val.

Opdracht week 1

Opdracht week 1

Je opent je ogen en bent in een wereld die je niet herkent. In je nek kietelt mos, je rug voelt vochtig. Je weet niet vanwaar ze komt, maar je hoort een stem die zegt, “Welkom in Sprookjesland, verdwalen aangeraden.”

Klim in je pen en schrijf het vervolg in maximaal 600 tekens.
Deadline is donderdagmiddag 1 april om 12u. En dat is geen grap.
--

Adelyde Venni

De dolk neuriet blij in mijn hand. Snel zal ik vergeten waar ik het voor het eerst had gebruikt. In het heft staan symbolen gekerfd, ze buigen rond gevleugelde beesten, mensen met puntige oren en staven. Op het mes dansen verschillende tinten. Ik voel het zachtjes trillen. In één snelle beweging maak ik een kerf in de lucht. Uit de snede van witte energie bloeien nieuwe kleuren. Ik zie wezens, vlaggen en vuren in alle variaties. Mijn hand verdwijnt in de open wonde. Ik snij mezelf een pad door deze bizarre wereld. Dezelfde zon schreeuwt nu luider samen met de klanken van een nieuwe stad.

Tim Roose

Terwijl je opstaat en je een mouw afklopt, grinnik je, "Ik ben al verdwaald, duh!". Je kijkt nog even rond, maar je ziet de mysterieuze spreker nergens. In de verte zie je wel iets bijzonder op het bospad. Er komt een koala aangetrippeld met een gele hartvormige ballon rond zijn teenklauwen gebonden. Je fronst, maar het prikkelt je wel. "Die moet ik volgen", denk je bij jezelf. Het duurt veel langer dan je je kon voorstellen, maar uiteindelijk komt de koala aan bij een lagune, waar hij een groepje bosdieren ontmoet. Je verschuilt je achter de eerste de beste eik. Het lijkt op een ... feestje?

Kim Stessens

Wie is daar? Waar ben ik? Is het eerste waaraan je denkt. Terwijl je hopeloos verdwaalt in je vragen, verschijnt de stem. Een kleine fee van nog geen duim groot, fladdert als een nachtvlinder voor jouw neus. Haar stem klinkt als muziek in jouw oren wanneer ze spreekt, “Voor het vinden van jou pad in Sprookjesland, schenk ik jou een klein geschenk.” Een groene lichtflits verblind je, gevolgd door een plotse hoofdpijn. Puzzelstukken verdwalen in het bos van herinneringen, die als flarden voor jou verschijnen. Dreigende ogen staren je aan, vanuit de duisternis.

Bas Tuurder

Er gaan seconden over. Onbewogen lig je, ter plekke, stil. Dan, alsof je het mos vergeet, je rug niet voelt—, herhaal je: “Welkom in Sprookjesland, verdwalen aangeraden.” Je proeft de woorden, suikerspinnen op je tong, aan je lippen klevend, je veegt je nog even niet de mond, je spreekt dat je tanden het voelen, de bibber, het ijs, breekt: “Welkom in Sprookjesland, verdwalen aangeraden.” Recht, veer je, rechtop, sta je, plots, overeind, met een ruk, vingers, handen in je mond, geen morgenstond of goud, alleen iemand, daar, voor je, iets met wijdopen ogen. Lacht en zegt: “O-ké?!”

Margo Vanhee

Ik sta op om rond mij te kijken, maar plots begint de wereld te draaien. De bomen dansen voor mijn ogen. Verdraaid toch, ik word moe van al dat gedraai. “Moe?”, vraagt de stem verontwaardigd. “Jij wilde toch rondkijken? Ik zou denken dat deze manier juist gemakkelijker is.” Nu ja, ik heb inderdaad heel mijn omgeving gezien. Enkel de spreker nog niet. “Wie ben jij eigenlijk?”, vraag ik. “Ik ben jouw gids natuurlijk!” Waarom zou ik nu een gids nodig hebben? De stem doorbreekt mijn gedachten: “Hoe kan je nu verdwalen als ik er niet ben om jou het juist pad te tonen?”

Ariane Malfait

De zon straalt hoog boven me en prikt fel in mijn ogen. Ik moet ze even tot spleetjes vormen om iets te kunnen waarnemen. Wacht eventjes, reikt de zon nu een hand naar me toe? Stilletjes aan wennen mijn pupillen aan het licht en een egaal lichaam verschijnt, een gezicht met glanzende ogen en lange haren vloeiend als stromend water. Het is een vrouw, bestaande uit pure energie en licht. Ze lijkt wel een zon op haar eentje. Een eenzame ster. “Excuseer?”, klinkt mijn stem nogal dof. “Welkom in Sprookjesland. Verdwalen aangeraden”, herhaalt de verschijning in de helderste stem die ik ooit hoorde.

Tyra Brys

En de wereld is onherkenbaar. Alsof het een -algemene voorwaarden gelezen- klik was, had ik het mogelijk verdwalen genegeerd én bevestigd in een flits van een verslikking. De ironie in de suggestie te verdwalen doet mijn verwaterde ogen toch even glinsteren, een extra zon, mijn ogen niet enkel een reflectie van het enige dat ik nog lijk te herkennen. Hoe het was de weg te kennen. Euforie. Er is altijd euforie in sprookjes, dus ik zoek de euforie. Losgekoppeld. Omdat de opgestapelde stemmen spreken. Het is het niet. En alsof -volgende keer beter- bestaat sluiten mijn ogen zich weer.

Dina Paredis

“Ik wil niets liever,” fluister ik en onderdruk de schuld die als een zwaar gewicht aan die woorden hangt. Het plekje mos waar ik op lig bevindt zich in het midden van een weide met ongemaaid gewas omringt door een woud. Het hoge, oranje gras waarin ik uiteindelijk stap reikt tot aan mijn knieën en het glinstert rood wanneer de stengels met de zachte bries mee ritselen. Ik heb geen idee hoe ik hier terecht ben gekomen. De stem die mij verwelkomt is daarentegen niets nieuws. Ik bekijk het bos dat ik benader waarvan de bomen azuurblauwe bladeren hebben. Ik zie ogen in het bladerdek terugstaren…

Leonie Wiering

Ze is kalm, de stem. Daardoor besluit ze nog even te blijven liggen op het mos dat als een brede grote dunne kussen onder haar ligt.Ze kijkt naar de lichtroze lucht boven haar, waar wolken als vlokken suikerspin boven haar voorbij drijven.Ze zweven op de aangenaam warme bries die ze op armen voelt.Ondanks dat haar T-shirt vochtig is heeft ze het door die warme bries niet koud.Ze rijkt met haar armen naar de suikerspinnen die verder weg zijn dan ze lijken.Steeds wanneer ze naar ze rijkt zweven ze verder weg.Ze kijkt.Ze merkt op dat haar huid dat normaal gesproken op porselein lijkt, nu roze is.

Jenka Watteny

Ik droom. Dat weet ik, omdat de rode kleur aan de hemel niet strookt met de waarheid. Even raak ik mijn nek aan, ik voel een streling langs mijn ruggengraat de weg naar beneden zoeken. Een rilling loopt over mij heen. Als ik rond kijk zie ik kleine mensen staren. Eén, de kleinste van de bende, wijst met zijn vinger richting het oosten. Ik verwacht de drie wijzen te zien, echter de scene die zich voor mij ontplooit overtreft mijn stoutste gedachten. Stiekem hoop ik dat ik niet wakker word, want hier wil ik voor eeuwig en altijd in verdwalen.

Kyra Antoni

Ik staar haar aan, de maan vorstin die daar op de heuvel staat. Op een plek waar afgebrokkelde stenen en kastelen thuis genoemd worden. Een magische plek vol hoop en gratie Het neppe is het echte, echte is het neppe. Ik fiets op wolken van fantasie, maar trappen hoef ik niet. Zij geeft mij de kracht en schijnt met haar licht op mij. En ik vraag me af: Is dit realiteit? Een plek die ik ken, kende. Een vrouw die mooi, te mooi is. Ze fluistert woorden die ik niet kan horen maar ik begrijp wat ze zegt. Dus ik open de poorten van mijn dromen. En smorend ben ik verloren in haar ogen.

Evie Vallet

Even is het stil. “Volg je gevoel,” zegt de stem, “vertrek nu!” Je hebt dorst en je likt dauwdruppels op die de wolken weerspiegelen. Onder de grond hoor je iets borrelen. Er ontspringt een bron. Het water zoekt zijn weg naar het dal waar de zon schijnt. Daar ligt een slakkenhuis dat groot genoeg is om in te wonen. Elke stap die je neemt is er twee waard waardoor je snel beneden bent. Als je in het huis de trap op snelt, besef je dat het uren zal duren om boven te geraken. Daar liggen kussens die verhalen fluisteren. Je hebt ze nodig om de kunst van het verdwalen in verhalen te begrijpen.

Sulotta De Clercq

Nu pas valt de stilte op. Ik baan me een weg tussen dichtgegroeide varens. Een echt peperkoeken huisje. “Ben je zeker dat je dit avontuur wil aangaan?” Weer die stem. Ik heb geen zin om in een oven te belanden en keer op mijn voetstappen terug. Op de plaats waar ik net lag, zit nu een klein groezelig mannetje. “Repelsteeltje?” breng ik verbaasd uit. “Wie weet wie ik ben?” Buiten het gefluit van vogels die een vaag bekend deuntje fluiten, is het stil. Moet die stem nu niets zeggen? Repelsteeltje komt met dreigende ogen mijn richting uit. Ik slik. Dit is écht de beste sprookjesattractie ooit.

Lauren Dessein

Waar je ook kijkt, telkens lijkt de stem rondom jou te zweven. Je staat recht en begint door het bos te wandelen. De eerste stem is de meest dominante, maar tussen de ritselende bladeren kan je andere onderscheiden. Algauw wordt duidelijk dat deze niet dezelfde taal spreken, maar toch kan je ze begrijpen. Elke taal van de wereld bootst de wind na wanneer zij samen de bekende zin “Er was eens” uitspreken. Plots worden de stemmen heviger en vallen er bladeren op de grond. Wanneer je er enkele vastneemt, zie je dat alle sprookjes van over de hele wereld hier in het Sprookjesland zijn.

Caroline Stienne

Verdwalen Verdwalen Zwierend, zwevend op een wolk naar boven Waar sterren worden geboren en manen oplichten in de nacht. Kronkelend tussen sterren en melkwegkoeien In een roes van blijdschap en dromen Verdwalen In vrolijke gedachten over eenhoorns en regenbogen Waar rijen mensen van alle kleuren staan Ze schuiven aan het buffet van vrolijkheid aan En zingen liederen als betaling Verdwalen In hoop en dromen In jou en mij onder een paarse wilg Die ruikt zoals mijn liefde voor jou Tot in het diepste van mijn ziel Verdwalen Wat fijn om te verdwijnen Heel even maar Ben zo terug Ik zie je daar.

Malanka Lannoye

Ik sta moeizaam op en zie in een flits een soort van vuurvliegje. Ik volg het. Het vliegt van boom tot boom. ik wordt er mij langzaamaan van bewust dat de bomen lijken te fluisteren en de bosdieren mij begluren. Plots hoor ik weer de stem, luider deze keer, het komt uit een eikenboom die voor mij staat. Ik kijk omhoog en zie een eekhoorn die mij staat uit te lachen.

Sanne Leenders

De subtiele echo van de stem ken je maar al te goed. “Maar je bent misschien al verdwaald?” Ook de venijnige opmerkingen zijn vertrouwd. “Je moet op pad. Wees een prins, jij kan…” “Houd je bek.” Je weet wat er gaat komen. Je neemt de kans om te ademen. Je wil geen opening geven aan Dromenwereld, Toverbos of nu Sprookjesland. Je rug wordt natter. De stem van je psychiater klinkt in je achterhoofd. Ben je je pillen weer vergeten te nemen? “Ja, je bent je pillen vergeten.” Je blijft focussen op je eigen ritme. Zo gauw je de stem gaat volgen, ben je niet alleen verdwaald, maar opnieuw verloren.

Kim Buyens

De rots waarop je ligt kijkt uit over een landschap van bos, veld en dorp in elke tint pastel. Er is een gang door de klamme wand waartegen je rug net lag en poef, je staat midden in een kermis. De draaimolen treedt in werking met muziek. De noten dansen vrolijk weg dus je volgt ze al zwevend het pastelbos in. Je huppelt achter fluffy wezens aan tot je je afvraagt wat voor drug zulk een trance teweegbrengt. De stem klinkt weer: "Verdwalen in sprookjes is de beste trip die bestaat". Dan zie je hem, de man met driedelig pak en brede grijns. Je vertrouwt hem niet maar volgt toch als hij je wenkt.

Seppe De Boel

De stem voelde aan als een warme omhelzing en terwijl ik me recht zette viel het me op dat ik niet meer in het ziekenhuisbed lag. De dokters, draden en apparatuur stonden niet meer aan de zijkant van mijn bed en ik voelde me terug vrij. Het landschap voor mij stond vol met kleurrijke en prachtige bomen en de dartelende herten leefden vredevol samen met de grote beren die van de zon aan het genieten waren. Een traan rolde over mijn wang en ik voelde een geruststellend hand op mijn schouder. "Welkom thuis. Jouw verdriet is mijn verdriet. En jouw vreugde is wat mijn hart vult."

Annick Lanciers

Ze blijft nog even liggen. De zon warmt haar pijnlijke lichaam, vogels kwetteren een deugddoend lied. Waarom zou ze rechtkomen? Een overijverige vlieg bromt in haar oor. Ze slaat ernaar. ‘Help,’ hoort ze. Op de grond ligt een tenger wezentje. De vrouw pakt haar voorzichtig op. ‘Sorry, dit was niet mijn bedoeling.’ ‘Stel je voor,’ is het antwoord, ‘ik verwelkom je en je mept mij met opzet dood.’ Het wezentje zet zich recht, slaat haar vleugels open en herhaalt : ‘Verdwalen aangeraden.’ De vrouw heeft geen zin in verdwalen, ze zit hier goed.

Cynthia Burke

Langzaam sta ik op en gulzig neem ik mijn omgeving waar: de windmolen die geschilderd lijkt te zijn op het uitgestrekte graanveld, de lome, schemerpaarse hemel, het geritsel van de halmen wanneer een wit konijn schichtig voorbij me schiet. Ik lach luidop: een wit konijn? Het komt me allemaal vaag bekend voor. Het voelt bijna nostalgisch aan. Bijna, want in de verte nadert een vreemd figuur die ik nooit eerder zag: een spierwitte man, met in zijn ene hand een afgeleefd verfpalet en in zijn andere een penseel, gevolgd door een reeks bonte druppels die gestaag van de natte kwast glijden.

Annette Akkerman

Wow, dit is vreemd! Om me heen staan blauwe en rode bloemen ter grootte van een dikke kater. De geur is mierzoet. De lucht bestaat uit een scala van pasteltinten. Het laatste dat ik me herinner zijn de blauwe ogen van de anesthesist. Ik zet de mogelijkheden op een rijtje. Of ik ben onder zeil en ze hebben tegenwoordig een bijzonder lekker hallucinerend narcosemiddeltje of het is gewoon gebeurd met me en dit is de hemel. Ik probeer me te bewegen. Alles lijkt te werken. ‘Je neemt het er wel van. Kom op. Dwalen, verdwalen, dolen zul je. Ik heb je niet voor niets gehaald.’

Celine Camu

Ik kijk om me heen, maar zie niemand. Vanwaar komt die stem? Tientallen kleine elfjes met groene, doorzichtige vleugels en gekrulde, gifgroene haren dwarrelen rond me heen. Ze hebben elk een briefje vast in hun kleine, tedere handjes. ‘Kies mij! Kies mij!’, hoor ik van alle kanten. Plots hoor ik terug die stem. ‘Kies er ééntje. Daar start je verdwaaltocht.’ Door de opdringerige elfjes heb ik niet veel tijd om na te denken. Ik kies voor het wezentje dat aan mijn haren trekt. Wanneer ik het briefje openvouw, glunderen mijn ogen.

Mieke Troch

Een stem; waar komt deze plotse stimulans vandaan... Kracht en omhelzing in een eikenkleed vermomd. Een elfje ontwaakt en knipt het paddenstoelenlampje aan. De stem neuriet een kinderliedje en poetst mijn geheugen waar het is vervaagd. Alles op een rij naar dat mysterieus kamertje diep in mij. Een zevenslaper verlaat het nestje en kijkt me vragend aan. Hoge bomen wiegen mee, een eekhoorn flitst voorbij en volgt de richtingaanwijzer “arrivé”. Wat is het zalig toeven hier en nu, alles kan op eigen kracht. Er is niets van “moeten”, een nieuw uitdagend pad om als verkenner uit te zoeken.

Deirdre Bastien

Je gaat meteen op stap en houdt er stevig de pas in, ervan overtuigd dat je sprookjesfiguren zal tegenkomen. Maar je ziet er geen. Met je vingers friemel je aan je oren en je stevige stap wordt onzeker en twijfelachtig als je beseft dat je verdwaald bent.  Plots herken je de plek waar je begon en zie je een wegwijzer 'verdwalen aangeraden. ' Vanuit het donkere woud hoor je een zacht giechelde stem: 'missie volbracht,' en een grot opent zich. Een beetje angstig en heel voorzichtig stap je naar binnen en hoor je in de verte het geroezemoes van verschillende stemmen.

Raf Servez

“Verdomme” mompel ik, terwijl ik probeer op te staan. Bij de tweede boom ga ik links, tot ik de dikke kat met de nicotineverslaving tegen kom, en dan de trap op. De stem moedigt mij ondertussen aan om terug te keren maar ik loop hobbelig door, lege flessen ontwijkend. Tot hiertoe kon ik vallen en het zachte mos zou mij gewoon opvangen, maar nu is het harde steen of een eindeloze afgrond. Ik klim moeizaam omhoog, tot ik aan de twee bekers kom. Na een laatste bedreiging van de stem kijk ik lachend rondom mij en slik ik de rode pil in. Ik ben niet lang gebleven, maar ik zou nog veel terugkeren.

Stef Van Overstraeten

Groen, overal groen zie je. Niet gifgroen, bosgroen. Niet spruitjesgroen, broccoligroen. Van dat zacht grasgroen. Waar het mos kietelde groeit een handvat, zo snel gaat het hier. Een handvat vol lekkers. Je trekt eraan en hoort de stem opnieuw. “Goed gedaan. De eerste stap is gezet.” Je staat op en ziet in de verte een gezellige dame. Met hoofddeksel. Van hier tot ginder. Ze kijkt weg. “Ik ben hier niet”, roept ze nog net voor ze verdwijnt. En je gedachten worden uitvergroot. De vinger die in je rug prikt duwt je op de levensader van dit land. “Als je wil vliegen, vlieg dan maar.” De stem.

Pepijn Coleman

“‘Verdwalen aangeraden’ Mooi, mooi; zeer chic. Het zou zo een slogan kunnen zijn, kort en krachtig. Maar dat zie je van hier. Ik ga toch niet zomaar doen wat je me zegt.” Een stem wringt zich tussen je gedachten: “Seg, ik heb daar lang over nagedacht. Doe het zelf maar eens! Als ik had geweten dat je zo ondankbaar bent, was ik misschien beter naar dat feestje van mijn achternicht geweest. Maar ik zocht zo nodig naar klinkende woorden.” “Kom kom, we weten allebei dat je van die taarten niet zal afslanken. Je zou me moeten bedanken, graag gedaan!” Je wandelt verder; doelgericht, of dat denk je.

Anne-Mie Knaepen

“Waar is Minou?” Ik hoor mezelf niet. Zou ik het alleen denken? Een minuut geleden riep ik haar nog. Zou ik flauwgevallen zijn? Ik krabbel recht en wandel in de richting van de stem. De stem! Ik herken het geluid van die stem. Ik wandel verder. De braamstruiken prikken en het doet geen pijn. Verbazend! Ik stap verder en voel de twijgjes in mijn voeten prikken. Het voelt aangenaam. Hoezo? Had ik nu die boterham meegenomen! Mijn laatste gedachte . Ik kom oog in oog te staan met… Minou, in mensenlengte met zevenmijlslaarzen aan. Mijn bovenlip kriebelt snorrig. “Miauw!” hoor ik mezelf zeggen.

Kato Verbelen

Die eerste seconden lijkt het wel onmogelijk om me te verroeren. Het doffe geluid van het kloppen van mijn hart lijkt zich over heel mijn lichaam te verspreiden.Het tempo neemt alsmaar toe en samen met het doffe geluid verspreidt zich nu ook een zekere paniek in mij.Waar ben ik? De paniek lijkt onhoudbaar en ik spring recht. Ik kijk wanhopig om me heen maar de bron van de stem is niet terug te vinden. Wel wat lege velden en een bos. Mijn verwarring kon niet groter zijn toen plots een houten plakaatje verscheen. Tijd om te verdwalen stond erop. En omdat ik niets beter te doen had, vertrok ik.

Alice In Coronaland

Ik wil wel verdwalen. Verdwalen in een bos, vol mos en bloemen en planten en struiken en bomen. Een bos waar het rustig en kalm en zwoel en zomers is. Waar het heerlijk toeven is op paddenstoelen, in vijvers en waar we zonder kleren rondlopen. Een zomerse, zuiderse bries vol zuivere lucht stroomt ons toe. De lucht is blauw als de zee en zonder zorgen. Ik kom je er tegen en we vrijen tegen de sterren op. Misschien ken ik je al. Misschien ook niet. Misschien is het een droom. Groetjes, Alice

Johan Vossen

‘Nee’, roep ik, maar er komt geen klank uit. Ik hou niet eens van sprookjes, enkel drama kan me bekoren, waargebeurde verhalen en van die toestanden. En verdwalen ligt ook niet echt in mijn aard, ik ben eerder het controlerende type met de telefoon altijd in de hand. ‘Ik ben al niet meer verloren gelopen sinds 2005’, antwoord ik, ‘toen ik in Spanje studeerde.’ ‘Ik raad je aan om eerst eens op te staan en rond je te kijken, in plaats van alles op voorhand in te vullen. Verloren lopen en verdwalen zijn verschillende concepten.’ Een schaduw valt over mijn gezicht. Ik slik. ‘Wat doe jij hier?’

Ives De Vos

Sprinkhanen, krekels, mieren, zo groot. Ze staren me aan. Maar half wakker staar ik rechtuit. Een uitnodigende stem vraagt me mee te gaan naar het paleis. Waar ben ik, wat is dit? Ik loop op het pad en zie diepe sporen. Met wijde ogen staar ik naar een enorme berg die zwart ziet van de mieren. Ik begin het te snappen, ik moet wel in dromenland zijn. Onderaan de gigantische berg staan enkele wachters. Boven de poort hangt een bord "Welkom in Mierenland". We komen in een enorme hall waaruit wel honderd gangen vertrekken. In dit nu het paleis, of volgt hier een labyrint? Een mier met een lange ..

Wim De Vos

Ik lig op de grond, maar zie mezelf liggen, vanboven af. Ik heb geen verweer. Ik beweeg me niet, ik zit vast aan deze plek. Kleine hechtwortels van klimplanten kruipen geruisloos tegen me aan, zetten zich vast tegen mijn huid. Dan zie ik, van bovenaf nog steeds, ranken dichterbij sluipen en zich rond mijn armen slingeren. Ze haken me vast op de doffe aarde. Wat is er rond me? Chaos en groen: blad, onderhout, klimop, ranonkel. Stilaan word ik in hun draden geslingerd, opgenomen in wat van hen is. Ik zie mezelf verdwijnen in het woud dat steeds meer van mezelf wordt, tot ook ik de bomen ben.

Schrijf jouw sprookje

Nog 600 teken(s) resterend