De winnende echo’s vind je bij de updates op deze site!

Benieuwd naar alle echo’s die gecreëerd werden? Lees dan zeker verder.

 

INZENDINGEN

Week 7

De tijd tikt voorbij. De blikken voel ik al lang niet meer. Ik zit onder een stolp. Aanwezig maar onaanraakbaar. Ergens in de verte klinkt vaag de uitleg van de meester: ‘Leg eerst de volumes vast, dan de details. Niet tekenen, maar schilderen. Grote vlakken. Maak abstractie van de onderdelen.’

Het gaat over mij, en ook helemaal niet. Nooit word ik zo intensief bekeken, nooit voel ik me méér onthecht en ongenaakbaar.

‘Welke kleur bepaalt de huidtoon? Voel je dat blauw, zie je dat groen in de hals?’
--
Katrijn Van Bouwel

Gerard Scharn

God schiep de vrouw en zette haar op het verhoog. Nu sta je daar en wordt bekeken. Wij staan verscholen achter ezels en trekken kromme lijnen tot een lichaam vol beloften. Wij weten dromen zijn bedrog maar hier komen ze tot leven tot leven.

Odile Schmidt

Welke streek past een doorzichtigheid, hoe arceer ik een grijns? Zal ik het potlood bijna zo schuin als een kapseizend schip houden dicht op het papier of juist fier omhoog, loodrecht als een mast in roerloos nauw? Prikken, snijden, trekken, stompen door het water. Spatten met verf? Liever een woeste zee dan een mens waarvan de huid steeds anders is. Deze vrouw vraagt om aquarel en ik heb gouache. Haar tere lippen, venusboog, versmallen bij het doorkruisen van mijn blik.

Hilda Niemarkt-Mous

Kleuren draaien om me heen, als in een trans begin ik te werken. Laat ik mijn gedachten los. Alleen het thema zweeft boven mijn hoofd. Boven het doek. Het lichaam in acht delen verdeeld. Zet ik de eerste toetsen op het witte naakte vlak dat voor mij staat. Ik zweet, laat mezelf volledig gaan. Minimale controle. En ik weet, dan ben ik op mijn best. Ik schep wat nog niet geschapen was. De verhoudingen kloppen. De ligging met de achtergrond in gedachten voelt goed. De roodharige dame begint vorm te krijgen. Ik schilder maar kijk vanaf een afstand naar mezelf. Ik beleef het mee, het voelt goed.

Anne-Mie Knaepen

Wat zou ze graag haar eigen portret maken. Nu op dit eigenste moment. De volumes lijken van een ver verleden. Wie van hen zal ze weer tot leven wekken? “Grote vlakken!” “De huidtoon.” Geen Bambi. Laat het geen Bambi worden. De meester weet dat ze dat verfoeit. Dan nog liever het tere blauw. Het groene overblijfsel van gisteren. Kijk! De blikken geven haar kleur. Ze is meer aanwezig dan ze beseft. Verlangen naar hechting. Ze lijkt steeds een beetje meer op toen. Zouden deze kunstenaars in spe dat ook zien? “Abstractie van de onderdelen. Niet vergeten!” De meester heeft weer hoop.

Hanne Lemahieu

De meester wil dat zijn leerlingen later trots kunnen zijn op de kunst die ze zullen maken. Trots als een pauw, zoals de uitdrukking luidt. Zo trots als ik. Om aandacht te trekken hoeven wij pauwen immers onze nek niet uit te steken. Maar ik ben niet trots. Hoe langer het gestaar duurt, hoe vreemder ik me ga voelen. Immers, is het na al die dagen die we samen in dit lokaal hebben doorgebracht en waarbij ze elke morgen en elke avond een blik geworpen hebben op mij en mijn wijfje, nog steeds zo moeilijk om te weten hoe we eruitzien?

Jurgen Nakielski

Ik heb lang geworsteld met de grote lijnen. Nu duw ik ze vanuit mijn buik. Ik voel ze voor ze het canvas raken. Ik voel. Als ik niet kijk zie ik meer. Ik zie je. In het zwijgen hoor ik je stem. Ik denk mezelf erbij. De regen valt niet meer. Ik heb een lijn getrokken tussen ons. Je leeft in de grote vlakken. Je staat er zwart op wit. Ik heb jou nodig om de rest in te kleuren.

Lief Cuypers

In het echte leven sta ik model voor de maatschappij . Mijn woord is wet en wie durft mijn alleswetende blik te weerstreven . Mijn onberispelijke outfit duldt geen kritiek en mijn wreedgelakte nagels omklemmen mijn inspirerende toespraak. De koude kamerlucht trekt rimpels in mijn tanige tepels en ik gluur naar de langzaam tikkende klok . Oude modellen zijn zeer geliefd door beginnende kunstschilders . Zoveel schaduwen en bochten en knokige beenderen en de tijd die al een eigen patroon heeft getekend in de verslappende huid. Ik zucht . Nog een half uur en mijn werkstraf zit erop .

René de Landmeter

De tijd staat stil. Zijn ogen zijn gesloten. Zacht licht valt door het dakraam. Het raam draagt de geur binnen van bomen die dorstig in de aarde tasten. De kruin zwaar van het blad. Hij licht in de zon in de zomer van zijn leven. Zijn lichaam is warm en jong en meer. Hij weet niet dat ik naar hem kijk. Als hij het wist zou hij me vastpakken, zodat hij mijn ogen kon afwenden. ‘Lieverd. Blijf nog even liggen.’ Even nog. Tot mijn ogen verzadigd zijn.

Nel Goudriaan

Ik vraag je korenblauwe bloemen te schilderen, jij priegelt meeldraden met een kroontjespen. Ik schenk jou een open veld, jij verkiest de stilte van een stolp. Mijn roepen ketst af tegen ongenaakbaar glas. De contouren van je gelaat vervagen, de kleur van je huid verandert in vale grijstinten. Wie is de meester die door jouw gepantserd glas durft heen te breken? Wie vindt de juiste toon in jouw palet? Wie voert je door een bloeiend veld vol koren?

Valerie Delvoie

Voor en na de stolp ben ik het vlees en bloed in zijn bed. Dat van de meester. Het staat tussen de doeken. "Ik ben bang" zeg ik. "Dat maak ik wel uit" zegt hij. Als ik ooit wegga, zal ik voor hem een slaappil achterlaten. Voor die eeuwige slapeloosheid van hem.

Gèry De Keyser

Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdeling zullen wonen in een land dat niet van hen is en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte. En sprak een zegen over Abram uit: en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vierhonderd jaren lang. Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, gezegend zij Abram door God, vogels, maar ik zal hun onderdrukkers ter verantwoording roepen, de bron die aan de weg naar Sur ligt.

Lies V

Ik voel me naakt, de vezels van mijn canvas te wit en onbedekt. Ik snak naar verf, naar kleuren, naar het verhaal dat de wereld voor mij in petto heeft. Beschilder mij, zegt mijn vorm in de ruimte. In jouw kleur zit mijn leven vervat.

Vera Steenput

Aftasten. (Ze moet in mijn vingers kruipen.) Haar kleermakersknieën markeren in gebrande sienna, haar ongelijke ellebogen nog meer aarden. Ze is een vierkant met ronde hoeken. Dit is slechts opzet en geen geboorte. Pas na de tors komt het hoofd. De brede monnikskap verraadt kracht. Haar blik en borsten naar de grond gezogen. Ze ontstaat uit chaos. Een doopsel met olie voor obscuur, tussentonen modelleren, titaan voor helder transparant. Het hoogste licht bewaar ik voor het laatst.

Kathleen Verbiest

Ik zie je anders dan de anderen. Wat jouw ogen en pose trachten te verloochenen, ontgaat hen, maar mij niet. Ik zie hoe jouw huid mijn blik wil, hoe jouw handen bidden om mijn aandacht. Je ziel wil vereeuwigd worden op mijn doeken. Je wil bestaan, je zoekt een schepper. En ik zal je scheppen. Ik zal je licht schenken, diepte en perspectief. Ik zal van jou maken wat je wil zijn. En jij zal van mij zijn.

gianfranco miglionico

Er wordt gepraat. Meningen worden verkondigd. Over dingen dat ze niet kennen, niet voelen. Ik praat altijd maar over de 'ze'. Maar hoe moet ik hun anders noemen? Er zijn altijd maar veel te veel 'ze'. Het is een groep van oneindige personen. Personen die zichzelf net zomin begrijpen als ik. Ik luister ondanks niemand over me spreekt. Doen ze hetzelfde? Of praten ze over zichzelf. Wie ben ik? Ben ik een product? Heb ik wel een naam?

Bruno Roggen

Stolp of niet, wie er onder zit is mooi, ontegensprekelijk. Ook als ze misschien iets te mager is, ze is verblindend mooi. Het heeft geen zin details over haar pracht op te sommen. Ze is verbluffend mooi, tout court. Toch één detail: haar benen. Onbeschrijflijk mooi zijn die, recht, erg lang met een melkwitte gave huid en de meest sexy dijen die een vrouw zich maar kan wensen. Dijen heeft die vrouw die echt uitnodigen om vanaf haar knieën de binnenkant ervan te kussen, steeds hogerop, tot aan haar heerlijk paradijsje. En ook daar nog niet op te houden.

An Gordier

Mijn ogen nemen de contouren op. Ik deel haar op in lijnen en schilder met mijn hoofd. De doorleefdheid van haar lichaam ontsnapt me weer. Ik begin opnieuw. Met al mijn aandacht kijk ik. Even sluit ik de ogen. Ik laat mijn gedachten los tot ik zie. Als vanzelf vloeien vlakken op het papier. Deze keer klopt het. Mijn ogen glijden van haar lijf naar het blad en terug. Ze blijven rusten op haar buik, op de littekens en striemen. Ik bloos. Als laatste schilder ik een landkaart op haar huid.

Nil Leman

Als een zielloze schim beweegt het blauwgroene schaduwspel op de achtergrond. De vaalbruine nachtmerrie sluipt rond, tot haar beweging stokt en ze in zwarte gedachten transformeert. De blauwe plekken op mijn huid veranderen al in paars en geel. Een kleurenboog priemt door mijn betraande wimpers. Mijn vingers zoeken naar mijn roze bril.

Bart Vermeer

Kleuren flitsen voorbij. Plots worden ze donker. Te donker. Stop. In die bubbel denk ik, laat het zijn, laat me lekker lijf zijn, net zoals wanneer ik schrijf. Eenmaal in die stolp ben ik een superheld, niemand kan me raken, ik en mijn lijf, ik en mijn geschrijf, ik ben nog nooit zo machtig geweest als wanneer ik me toon, zonder omhulsel, zonder meer, naakt als wie ik ben deel ik met jou en geef me over, aan blikken, aan gedachten, aan blozen, aan schaamte en schroom, incasseer ik jou en mezelf, als een held van het eerste uur, zonder masker en zo nodig elke dag opnieuw. Stop.

Sascha Beernaert

Ik ving je voor het eerst in mijn fantasie. De moedervlek met de contouren van een verminkt lieveheersbeestje paste perfect in de palm van mijn hand. Jij dacht dat je voor altijd kon ontsnappen, met turquoise lippen iedere klok kon laten bevriezen. Nu hang je ondersteboven -kwart voor drie- benen in spagaat. Ik kan je ruiken, aanraken als ik dat wil. Maar ik berust in het hier en nu, tussen de verlaten spinnenkarkassen en harige golfkarton platen. Vier uur: de schubben van je huid laten los, vermengen zich met de tranen van verwondering. Vleugellam maak ik jouw pigmentvlekken tot een kunstwerk

Evelien Feys

Jouw kleuren drogen zich aan mijn handen, bedekken onderhuidse aders met levendig vertoon. Op het doek besta je stil en afgelijnd. Op mijn hand loop je in elkaar over. Het glas vervormt je. Ik weet niet of ik je verder moet vormen of net terug moet vormen, naar hoe je eerst was. En of daar werkelijk een verschil tussen is. Wanneer je me aankijkt, wil ik je mijn hand tonen, maar de stolp vangt het licht dat plots binnenbreekt. We zien enkel nog mijzelf.

Tim Roose

Peinzend staar ik naar de bleke driehoek op mijn tekenblad. Ik wil gewoon niet kiezen tussen de beschikbare kleuren. Zelf ben ik ook geen groentje meer, dat is maar vernis. En dan werd ik nog volwassen toen ik bij deze meester een blauwtje liep. Ik fantaseer stiekem nog altijd dat hij mij punten geeft, maar dan ga ik weer twijfelen. Ben ik dan zelf ook een buis? Ik voel me soms wel hol. Ik probeer positief te blijven en laat me niet meer op de kast jagen, ik ben er net uit gekomen. Weldra zit ik ook wel weer op een roze wolk, maar dan nog weiger ik ook in die kleur mijn driehoek te schilderen.

Jenka Watteny

Elke keer opnieuw beleef ik dit moment als was het de eerste keer. Het went nooit. De kleuren die mij omgeven vermengen zich met die van de onbekenden die, in een kring gezeten, mijn lichaam op papier zetten. Al mijn perfecties en imperfecties. Dunner, langer. Borsten die het bij de één winnen van de zwaartekracht, bij de ander zijn ze te asymmetrisch met te grote tepels. Te bruin. Te veel kleur. Vandaag voel ik me blauw, lichtblauw. Voor hem is het een goede dag vandaag. Hij is donkergroen. Zijn blik volgt me van top tot teen, zijn ogen betasten me, een belofte voor na de les.

Jorre Vanbaelen

Ik ben het middelpunt van verantwoordelijkheid in een aanschouwende wereld. Koud of niet koud, hier ben ík de baas. Ik verdeel tijd en ruimte. Ook al vriest mijn scrotum ervan af.

Alles draait hier om respect. Ik respecteer intervallen en volumes, de wereld respecteert mij. Maar mijn uren duren lang, dus soms doe ik iets anders. Verdeel ik de tijd 'oneerlijk'. Dan vang ik woede met een onverwachte oogopslag, en volgt er contact.
Ik heb nog nooit zo'n strijd verloren. Zei ik al dat het hier om respect draait? Dat doet het zeker.

Ik geef het signaal tot doorrijden pas wanneer ik dat wil.

Marjo de Vroed

Onrust in mijn glazen stolp bij die laatste woorden. Onthechting gaat over in betrokkenheid. Is de afdruk nog zichtbaar? Is dat het blauw en groen in het oog van de meester? Bijna betast ik het kloppende kuiltje, zo vaak gevangen in schilderijen. ‘Observeer het licht. Vanwaar komt het? Vang de schaduwen.’ Schaduwen. Ik weet precies waar ze zich vormen. Ogen die betasten en me afkeuren bij de minste beweging. Ik ben het gewend. ‘Proef de rondingen en liefkoos ze met kwast en verf. Dat zijn de details die ertoe doen.’ Mijn stolp hult me in eenzame veiligheid. De tijd tikt voorbij. Te snel.

Sofia van Boven

Hoog in de lucht had ik jouw roep willen verstaan. Een naderende schemer, de zomer op zijn einde. ’s Winters toonde je ons jouw verenkleed duister, besprenkeld met witte spikkels. Wat had ik graag het miniatuur sterrenstelsel op je borst onder een dekglaasje bewaard. Als ik kon, had ik je behoed voor successie, de vulgaire ogen op je spitse mond gericht. In jouw levenloosheid huist een zeldzame berusting. ‘Wie zegt dat natuurgetrouw jouw levenslijnen volgen, niet losgerukt van de werkelijkheid mag zijn?’

Elise De Pauw

"Zo, nu weet je waar te nemen!" zei de meester. "Trek het door naar het ware leven. Leg de volumes vast - houd ze vast en zie hoe de details onderling spelen, op elkaar inwerken. Breek het detail dat beïnvloedt, de volumes herschikt en de kleuren in de juiste verhouding mengt. Diep de omstand indien mogelijk maar wees gewaarschuwd, het is even moeilijk als het openen van een dichtgeregen meelzak. Kijk goed! Misschien daagt het."

Annika Cannaerts

Ik krijg vorm. ‘Het rood is te aanwezig’, zegt hij. Ik was een perzik, zacht en donzig aan de buitenkant, het sap liep langs je kin als je er je tanden in zette. Hij schepte me leeg. Een kind dat niet wou leven. Een gezwel dat groeide als kool. Maak een diepe snee, van de navel tot het steeltje, schep de pit eruit. Kan een vrucht zijn vorm behouden zonder pit?’ vraag ik. Hij wappert zich koelte toe met mijn dossier. Het moederorgaan zweeft rond in mijn lichaam, op zoek naar het kind. ‘Het bloed is een probleem’, zegt hij. ‘I was here’ schrijf ik op de witte muur, mijn vinger gedoopt in bloed.

Bas Tuurder

Ik speel de tijd en ik doe dat slecht. Ik zeg hoe laat het is. Niemand die me verstaat. ‘Harder,’ roept iemand in het publiek. Ik zou niet weten waarom. Van de coulissen kom ik terug thuis. Ik leg uit wat ik daarmee bedoel, waar ik vandaan kom, waar ik naartoe ga, waar ik in koor verloren en gevonden kan. De plot is simpel. Iemand gaat dood en ik ben het geweest. Applaus. De performance van mijn leven. Bloemen, en de schuld die ik op mezelf kan steken.

Sarah Wagemans

en toen ik ’s nachts door dat raam klom een half uur met een rolkoffer door het bos was daar wel een wit paard maar zonder witte ridder een straatje zonder einde en het was niet eens begonnen ik wil u adopteren op een afgescheurd stukje papier langs de benen van de stewardess over het gangpad dat rammelde omdat het vliegtuig begon te dalen het was bijna vrije val

Elise Coudré

Er hangt een concentratiedamp in het lokaal. Al onze blikken zijn gericht op het model. Mijn wangen zijn rood, mijn blik is scherp. Ik zoek de juiste kleuren om te zeggen wat ik zie. De meester geeft ons instructies, maar ik hoor hem slechts op de achtergrond. Het model slorpt al mijn aandacht op. Ik verlies me in details, alles wil ik vastleggen. De realiteit voelt zo tastbaar, wordt werkelijker met elke penseelstreek. Plots beweegt het model en hoor ik: ‘Ik zie jullie volgende week.’ Teleurgesteld leg ik alles neer. In mijn zoektocht naar het reële is de tijd me steeds voor.

Christa Van Acker

Welke kleur bepaalt gevoel. Welke kleur overbrugt de afstand tussen mij hier, en de anderen daar, het onderwerp, de meester. Is de vrager rood, het onderwerp grauw dat ingekleurd moet worden. Zak ik weg in mist, nevels, witte sponsachtige stoffen. Niemand komt me dichterbij, niets dat boeit, alles in ijlte, grijsgroen. De wereld gaat aan mij voorbij.

Theo De Haes

Stemmen klinken als klokjes hun onbegrepen mensentonen. Terwijl de uren, met fel hoofdschudden, omhoog knikkend: “Awel, komt er nog wat van?” herhalen, staren mensen me besluiteloos aan. Zuchtend in de spiegel blijf ik steeds opnieuw het antwoord schuldig. Wat zou er moeten? Wat kan er komen, buiten nog meer tijd? Wat moet ik er mee, aan deze zijde waar die tikt? Achter dat gordijn waag ik me nog niet. Laat de uren nog maar even duren. Ik verberg me in de tijd, geborgen in alle eeuwigheid. Ach, ieder (f)luistert ritmisch, z’n eigen leven weg met huid en kleuren en klanken.

Eric Vandenwyngaerden

LOOK HOW BEAUTIFUL Ik was je naam vergeten. Zie, je kijkt niet eens naar mij. Er valt geen woord, de stilte Klimt. Op deze plek verzamel je wat moed om toch – wat moet er nog? Genieten van dit ogenblik, van noem het angst of wellicht boosheid, misschien schroom? Ach – look how beautiful – hoe schoon.

Stijnss Lauwers

Ik zie enkel de blikken. Tel de ogen die naar mijn contouren gluren, de texturen onderzoeken, dwars door me heen. Zullen ze ook de zoute druppels, verborgen in de plooien en veroorzaakt door het warme onverbiddelijke licht, waarnemen? Wanneer verander ik van meegaande materie tot muze? ‘Schilder zoals het voelt niet zoals het oogt’

Bieke De Bosscher

Ik hou van het romantische idee dat ze me beschilderen met hun borstels. Doorheen verbeelding zijn het kunstschilders. In werkelijkheid ben ik verdoofd. Klaar op metalen canvas, de operatietafel. Ik zie het als bodypaint met een blijvend karakter. De scherpe penselen veroorzaken littekens op mijn kunstige huid. Het lichaam door hen gezien, de ziel vergeten...

Marion Aussems

We omringen haar met z’n achten. Perspectieven worden gretig verslonden. Haar blik heeft iets droefs. Maar ze bijt op haar tanden. Dat detail merk ik meteen op. ‘Eerst de volumes, dan de details’, de meester lijkt mijn gedachten te lezen. Ik neem mijn penseel, meng verf en schilder vlakken. Ik probeer mijn concentratie terug te vinden, maar verlies 'm weer in het moment. Vlak, dat is het woord dat op dit moment het meest bij haar zou passen misschien. Kapot geknarst vlak. Haar noodkreet vult geruisloos de kamer. Mijn ogen schieten verschrikt van het doek. Ben ik de enige die dit hoort?

Greet Cuypers

Ik lach met de stolp waaronder je verborgen zit. Ongenadig ontleed ik elk deel van je lichaam, in het naakte licht worden je contouren onbeschaamd weergegeven. In mijn hoofd is het canvas reeds gevuld. Wat jij als blauw voelt, zie ik als groen. Ik bekijk je niet, ik analyseer je palet. Het is een dans met wederzijdse toestemming. Mooier maak ik je niet, enkel echter. Als ik je ziel gevonden heb is mijn reis ten einde.

Marie Peters

De tijd is op en de stolp barst door het scherpe geluid van metalen krukken die worden verschoven. Voorzichtig beweeg ik mijn stijve benen en vlucht achter het kamerscherm in de hoek van het lokaal. Er kijkt niemand meer. De meester vraagt met aandrang borstels te spoelen. Ik kom pas tevoorschijn als al het lawaai is weggestorven. Ik loop langs de doeken en bekijk mezelf, onherkenbaar in die kleurrijke lijnen en vlakken. Aan de deur wacht de meester en knikt goedkeurend. ‘Het roze van die trui staat goed bij je teint.’ Als ik door de gang loop, voel ik zijn ogen branden in mijn rug.

Josiane De Clercq

Deze laatste woorden doen mij huiveren. ‘Heeft hij het door? Ziet hij mijn ware aard? Nu al?' Een koude rilling beroert mijn ruggengraat. Blauw, groen en geel, ik hou het niet langer. Ik heb mezelf bedrogen in een poging te zijn wie ik niet ben. Warm wordt koud. Ik voel de verschikte gezichten van de mislukte Salvadors mijn richting uitkijken. Eentje laat van pure angst zijn in groene verf gedrenkte penseel vallen. Monden vallen open, ook deze van de leraar, terwijl hij zijn leerlingen teken geeft om achteruit te gaan. De stolp breekt. Flinterfijne glasscherven prikken mijn geschubde lijf.

Bas Hoofd

Vanachter hun elektronenmicroscopen en met wereldkaarten becommentariëren ze mij alsof ik de nieuwe pest ben. Maar ik was hier altijd al. Als een bezeten kunstenaar dirigeert de meester mij. Met zijn team kleurt hij alle vlakken van deze planeet totdat ze één aaneengesloten hoogrisicogebied vormen. Zijn geniale constructie legt mens en economie lam, maar brengt een enkeling macht en geld. Ik ben de Kroon op zijn levenswerk. Hoelang nog voordat zij leren dat volume of kleur irrelevant is? Hoeveel tijd nog totdat ze inzien dat hoop en liefde zich sneller kunnen verspreiden dan een virus?

Hanneke Middelburg

Ik observeer je naakte lijf. Je bent zo zichtbaar, en toch zie ik jou niet. Je laat je geenszins vangen in een beeld. Niet aanduiden in abstracties. Ik probeer mijn penseel onder controle te houden, maar de lijnen die ik verf, zeggen niets over de vrouw die ik voor me zie. Je houdt je lippen op elkaar. Er is niets dat kan verraden wat je verborgen houdt. Ik kies mijn kleuren met zorg. Voor mij ben je lavendel. Elke vezel in mijn lijf stuurt mijn hand aan om jou te kleuren. Ik wil je tot leven wekken op mijn doek. Adem, jonge vrouw, adem. Ik geef je ruimte, zoveel als je nodig hebt.

Johan Redant

Met ambitie sneed ik schrokkerig door haar weke vel. Het schitterende beeld dat ik voor ogen had liet zich gewillig dissecteren. Verbaasd keek ik met de waterige ogen van Renoir, de verbeelding van Dali en de intelligente mildheid van Bethe Morisot. Al het mooie dat mij overviel, labelde zichzelf naar vorm en kleur. Ik dacht, ik ga haar kleden met alleen een snoer van toermalijn en haar huid zal ik tekenen, zo zuiver in de klare lijn als was ik Ingre in zijn beste jaren. Bekoring woelde door mijn ziel. De kristallen kooi bleek ingebeeld. Moedig besloot ik om het blad maar wit te laten.

Taeke Van Lotharingen

Wat doe ik hier? Steeds weer die aantrekking. De spin waaruit alles vertrekt. Haast automatisch keer ik terug naar dat toefje, dat hermetische zwart. Al haar lijnen vertrekken vanuit dat punt. Een heuvel die een been wordt, een bocht een knie, de chicane van haar hiel, de kom van een borst. In haar oksel echoot het zwart en ik verbind zo beheerst mogelijk de punten met een golf. Hij ontbindt zodra ik hem loslaat. ‘Wanneer kijk je nog eens écht naar mij,’ had mijn vrouw gezegd en ik had haar niet begrepen. Zij is wit, zeer helder licht en het zwart is nog steeds mijn houvast.

Bauke Vermaas

Zo’n eerste naaktmodel-les scheidt de schilders van de amateurs, en daarbinnen de goedwillenden van de geilaards. Het is meestal half-half, een echte schilder zit er zelden bij. Allemaal betalen ze voor een andere droom dan ze denken. Zelfs het model verwart onaantastbaarheid met kracht. Mijn ware kunst zit in de abstractie, de schoonheid van een leeggemaakt doek. Ze is er bijna. De eerste keer dat ze voor een groep kwam zitten, was haar huidtoon roodachtig, haast kastanje. Langzaam kroop ze langs het spectrum omhoog. Na nog enkele sessies zal zelfs het blauw onder haar huid vervlogen zijn.

Ine Moreels

Ik denk aan mijn kleurenpallet. Voor ik vertrouwd was met het naakte leven in de schijnwerpers, kon mijn huid blozend bloeien, vuurrood en verkrampt zocht ik naar een delicaat evenwicht. Vandaag is mijn huid bijna doorschijnend, mijn littekens zijn duidelijk zichtbaar en dat werkt bevrijdend. ‘Welke geheimen liggen verborgen in de schoot, in de okselholte? Stel scherp. Schets het gevoelsleven van ons model.’ Ik incasseer, ik transformeer in de muze die ik altijd al wilde zijn, ik leef.

Roeli Wijngaard

Elke plooi rond jouw ogen verdiepen de achterliggende verhalen. Zij sporen langs je wangen tot diep in je hals. Met één streek haal ik ze naar voren. Ik vul ze met goud. Mijn penseel doop ik in je verleden. Wie ben je? Ongenaakbaar afstandelijk met een diep verlangen. Afgezonderd aanwezig. De diepten van je ogen; als een steen in stille wateren, rimpelen naar de brede vlakken. Ik herken je... Jij bent mij. Het leidt mij af van je omvang, die je onder de stolp bedekt met je zilveren haren, tot voorbij de werkelijkheid. Ik wil je omarmen; mijn lippen ontwaken tegen het koude glas.

Cecile Koops

Gevangen onder een stolp van neonlicht beweegt zij niet en ademt met teugjes de verschraalde lucht in. Haar gestalte poseert roerloos, lichamelijk aanwezig met een mijlenver afgedwaalde geest. Zelfs zonder een blik op de ezels, kent ze de resultaten. Abstract of surreëel en niemand die haar fijne trekken kan treffen. Doeken vol felgekleurde vlakken en slappe lijnen in een onbekend decor. Elke dwangmatige les is hetzelfde. De docent krult zijn snor om een vinger en loopt keurend langs de werken. ‘Is dit wat u bedoelt, meneer Dali?’ vraagt een leerling schuchter.

Ann. Stuckens

Hier ben ik niet meer dan een object, een aaneenschakeling van naakte lichaamsdelen. Een lichaam ten dienste van de kunst. Een verdomd fysiek inspannende job. Voel al langer dan vandaag een extreme vermoeidheid en kortademigheid. Blauwe vingernagels verraden mijn ongezonde huidtoon. Hoelang houd ik dezelfde lichaamshouding al aan? Wanneer is het pauze? Elke spier in mijn lichaam doet pijn: borst, nek, schouders, rug… Studenten duizelen rond mij heen, zie verschrikte gezichten. Ik ben misselijk en moet braken. In de verte hoor ik mijn naam, een ziekenwagen... De stroom valt uit.

Bram Trachet

Er is te weinig tijd, te veel detail. Plooien en rimpels, uitstulpingen en inkervingen. Ze beweegt nooit, maar verandert voortdurend. Het doek loopt steeds een fractie achter de werkelijkheid aan. Ik maak abstractie van de instructies van de meester. Zonder details vlakt elk volume zichzelf uit; wat is schilderen anders dan tekenen met een penseel? Het gaat over haar, maar ook over mij. Nooit heb ik zo intensief gekeken, nooit voelde ik me zo invloedrijk en toch ook zo machteloos. Ze fronst, een schaduw verschuift. Ik probeer haar gedachten te vatten in kleur. Eindelijk zie ik haar.

patrice de meyer

Nooit gedacht dat ik hier zou terechtkomen. Tot Els ziek werd, en vroeg om haar te vervangen. De eerste keer moet ik, met een been op een stoel, mijn kont achteruit steken richting klas. Als ik de schilderijen zie, glimlach ik. Mijn kont in dertig vormen. Ik neem foto's, en stuur ze naar Els. "Je gaat expres zo staan he", antwoordt ze. "Lekker wulps doen. Maar hij is van mij!" Ik ben perplex. En kwaad. Bij de volgende pose doet hij me buigen, mijn zware borsten hangen als uiers. Ik duw ze met de handen omhoog en kijk recht in zijn ogen. Langzaam laat ik mijn tong over mijn lippen glijden.

Michel Schynkel

En wat onthullen die kleuren? Dat we bestaan, ja, maar ook dat dit bestaan veel vloeibaarder is dan vermoed. Ik leer kijken, voor het eerst lijkt het wel. En soms zie ik. Hoe uit de abstractie zich een vorm naar voor werkt bijvoorbeeld. Maar ook: hoe het licht die vorm kleurt en weer wijzigt. Zo gaat het ook met ons, met mij. We worden. Uiterst voorzichtig nog kruip ik onder mijn stolp vandaan, me afvragend in welk licht – of moet ik zeggen in wiens licht - ik leef.

Greta Vandeborne

Oorverdovend stil is het onder mijn stolp. Een stilte die enkel in mijn hoofd lawaai maakt. Ik wil me ontoegankelijk opstellen. Koester de kleuren blauw en groen. Tot ze samensmelten. Pot mijn ongenaakbaarheid zolang op, tot het deksel van de stolp eraf vliegt. Er komt een heel raar geluid uit. Een geluid dat ik al lang niet meer gehoord heb. Het lijkt op huilen. Een onvoorwaardelijk verlangen naar loslaten. Het niet kunnen...

Lennart Vanstaen

Terwijl ik ongeveer twintig keer word vereeuwigd door krassende en soms krijsende potloden, denk ik na over waarover ik zou kunnen nadenken. Bovendien weet ik uit ervaring dat de tijd nog trager gaat als ik mezelf verlies in het getik van de grote wijzer aan de wandklok, naast dat afgrijselijke Christusbeeld, dat de verantwoordelijke toch al ettelijke jaren geleden naar beneden had moeten halen. Jezus, wat is dat misvormd. Na een tijd begint je blik zo te jeuken dat het lijkt alsof roerloze dingen een eigen leven beginnen leiden. Zo beeld ik me nu ook in dat de Jezus nog maar aan één arm aan z

Hilde Waldiers

Alleen ik hoor aria en koraal. En de milde fagot. Roerloos wentel ik me in zijn klankenwereld. ‘Knie iets hoger’, roept een verte. De melodie lost op in een bewegende zee van basso continuo en tegenthema, van sforzato en morendo. ‘Linkerschouder naar achteren.’ De bas wiegt een snikkende knapenstem. Wie van hen daar kleurt op mijn huid de zilveren glans van de piccolo, de korrelige kerven van de althobo, de bloedrode veeg van de altviool? En wie ziet mijn draadloze oortjes?

Marijke Verachtert

Ik ben mijn eigen wachten

Hugo Gérard

En of ik wou dat jouw handen er hier bij konden zijn. Jouw ogen zouden nu dus mijn ogen zien, en je zou weten dat ik aan ons dacht. "Wees niet te gierig met jullie verf, twijfelaars creëren geen diepte." Begin je met m'n hoofd of met mijn voeten? Ik wéét dat je met mijn voeten zou beginnen, toch eenmaal de grote vlakken af zijn. Je hoeft hier helemaal niet te zijn, ik weet dat je me uit het blote hoofd perfect neerzet. "Op een bierviltje passen alleen je voeten, maar op een groot doek laat ik jou ook uit een schelp geboren worden, en alleen ik weet waar dat voor staat", lach je zwoel.

Annette Akkerman

Vreemde ogen breken me in stukken. Zien slechts dat wat aan de oppervlakte zit en vooral wat ontbreekt. Ik lees in diezelfde ogen schroom en schaamte. De twijfel hoe het niets te schilderen. ‘Kijk goed hoe het licht met het lichaam speelt.’ De meester probeert de ogen te verleiden te kijken naar het geheel, terwijl ik me nooit meer heel zal weten. Toch ben ik fier op mezelf. Ik heb het kwaad dat in me groeide verslagen. Nu is het aan hen mijn imperfectie op het doek te vangen. De duivel schuilt zoals altijd weer in de details.

Anke Senden

Ergens is dit God zijn. De onbewogen beweegster. Zij, die het universum op gang brengt - door geen spier te vertrekken. Ligt hier het begin van alles? Ben ik het licht, waaruit zij als prisma’s alle kleuren opsplitsen, delen uit het geheel losweken, om daarmee iets feilbaars op de wereld te zetten. Iets dat zij zelf hadden kunnen zijn. Ik kijk naar hen. Welke kleur bepaalt het ritme van hun leven? Voelen zij dat rood, zien zij het kloppen in hun hals?

Wim De Vos

Ik wacht op je. Van op het terras, door de koffiegeur heen zie ik je buiten komen, met de studenten mee. Zij kijken naar je vormen, je abstractie, je vlakken. Ik kijk naar je heupen, hoe ze wiegen, je voeten, hoe ze amper de grond raken als je me passeert (je kijkt me niet aan), hoe je hoofd zacht knikt bij elke stap. Niet de kleuren, maar je geuren. Niet de meester, maar mijn meesteres. Niet het model, maar de vrouw. Míjn vrouw. Ik sta op en ga voorzichtig achter je lopen. Niet de tekening, maar de rekening van de realiteit.

Michaël Van Laethem

Als ik nu eens niets zeg. Alleen je ogen pluk. Verdwijn, achter het canvas met slechts je blik als kompas naar het eind van Zijn. En spring, de grote sprong in het Niets met alleen je blik. Alleen je ogen als baken en in Stilte spring. In rood en geel en blauw. Als ik nu eens zwijg wanneer ik niets zeg. Niets meer zeg. En dans en vecht in canvas capoeira, verklungel en verknoei tot niets meer overblijft en ik dit Niets vertaal in rood en geel en blauw. In ongeziene kleuren.

Fille Zenebergh

Hoe breng je kleur in een leven dat tot vandaag enkel in zwart wit werd geschreven? Ik voel de blikken en beeld me in dat ze mijn ziel aan lezen zijn en enkel hier zit om langzaam gevormd te worden tot een regenboog zonder schaduw. Maar die schaduw, dat ben ik, geen kleur, enkel zwart. Niet in de zon maar altijd ergens en nergens. Kan je me zien? Ik niet. Ik ben kleurenblind, mijn ziek is kleurenblind en ik wacht op de dood die mij zal verlossen van het zwart en enkel wit zal overlaten. Wit licht, onzichtbaar zoals ik.

Stijn Van Daele

Jouw vlees in driehoekjes, vlakken, bollen en kegels geramd. Jouw wezen uitgesmeerd in wellustige tinten titanium wit, citroengeel, azuurblauw en een vleugje cadmiumrood Laat mij je overmeesteren. Laat mij je ontkleden en bespieden. Laat mij je essentie opslurpen tot je huid zich ontvouwt tot je organen verschrompelen tot je botten en tanden knarsend verkruimelen tot je ziel ademruimte herkent. Op mijn doek bevrijd je jezelf en schilder ik een gouden traan.

Ann Janssens

Ik peil het spel van licht en schaduw. Streel je contouren met hongerige ogen. Eerst aarzelend, dan trefzeker strijk ik je wezen neer. In een voor een strakke lijnen, pasteuze strepen. Ik hou je vast, binnen het kader van mijn doek, binnen de grenzen van mijn blik. Bedek je met verzadigde kleuren. Ontrafel je pigment, een diepe gloed. Ik verlies me in jouw beeld, van achter naar voren gelaagd. Verdrink in een zee van schakeringen, groen en blauw...

Caty Moerman

Mijn oog glijdt langs de lijn van je essentie. Naadloos vloeit je schaduw over in je reflectie. De naakte waarheid deert je niet. De beschouwing evenmin. Over mijn schouder mengen bevlogen instructies je kleuren door elkaar. Mijn kwast nadert het strak gespannen doek. Met een enkele veeg vang ik de toon van je bestaan.

Rhea Cecile

Je schudt zó hard aan me. Je wilt me laten sneeuwen. Maar ik ben een ander soort stolp. Benauwder. Het blauw dwarrelt langs mijn wangen naar beneden. Jouw blikken smaken zó zout. Ik kan nog even voor je poseren. Maar niet voor lang meer.

Wendy Caris

De zaal gonst, verwachting vult de ruimte. Ik stap behoedzaam het licht in, vind mijn plaats, draai mijn handen rustig, weloverwogen, de hoogte in. In stilte zet ik mijn eerste stap, mijn tweede... Hij grijpt in; geeft me ritme met zijn handen en zingt passioneel over verloren liefde. Tak dakkedak. Tak dakkedak. Ik stamp met mijn hakken de planken hol, zwier mijn rok rond mijn benen, hef ijdel mijn kin. Hij neemt de uitdaging aan, beweegt langzaam naar me toe. Niet hier roofdier. Dit is mijn plek, mijn licht. Hier ben ik baas. Ik drijf hem terug naar het duister. Na afloop dank ik het publiek.

Sylvie Anzempamber

Vanmorgen zag ik mezelf achter een fascinerende horizon drijven op een diepblauwe zee. Week bleef mijn lijf onaangeraakt. Onbegrepen verdampten mijn woorden tot niets. Dagen verstreken tot ik eindelijk aanspoelde op een overvol strand. Ik bloosde toen niemand naar me keek. Aarzelend tekende ik een onsamenhangend zelfportret in het mulle zand. Zij en ik lachten naar elkaar. Hartelijk en luid. Tot de avond viel en de wind opstak.

Week 6

Op een dag bevestig ik jou
aan de muur in mijn krochtenkasteel
waar vocht en al veel
te veel lijven huizen
jij zoekt een kader
ik smeer de kettingen
en hang me haaks
op jouw verlangen
gelijklopen was nooit een optie
wij vergroten onze kubus
met een zevende vlak
--
Vanessa Daniëls

Gerard Scharn

zelfs in de pas lopen met jou is onmogelijk want ik hink en strompel, ik loop op afbetaling over ongeplaveide wegen we dobbelen met sferen ieder op ons eigen halfrond we zoeken spijkers op laag water en drooggevallen grond we trekken gelijke strootjes wie beginnen mag de zeeman kent veel woorden voor het touw en takelage alleen de strop is jou vertrouwd en ik niet weet hoe ik deze strikken moet

Jürgen Nakielski

We lossen elkaar niet, staan hier niet stil en lopen nooit gelijk Gelijk welke vorm we ook aannemen Eerst jij, dan ik en dan pas wij En als we vallen, vallen we nooit stil en staan gelijk weer op.

Bart Vermeer

Op een dag verstevig ik jou
 geef je nog een laatste glans, in woorden 
neergepend met een blanco merk
 geëtst in zwart en wit, dieper dan ik wil om je over te geven aan wat jij al lang weet daar in die zinloze zinnen, volgens jou en het niet meer willen daar laat ik je achter de spiegel voor je, het boek open mijn beelden bloot op de cover een foto van hoe het nog kan als je durft kijken

Francisca Bongaerts-Verdonk

jij bent meer de afwachtende zwijger met rotsvaste plannen allang in brons gegoten stug gebeitelde ideeën waarop ik staccato stuit als een woeste waterval spettersprankelend klits-klats klaterend maar plots ketsend kaatsend hortend haperend verflauwd fletsfluisterend door jouw stramme stelligheid van weldoordacht beterweten

Odile Schmidt

In mijn tochtig appartement verstop ik me niet langer. Ik ga naar buiten en trotseer de Noordenwind achter de dijk. In de zee laveert het zevende vlak als een assenstelsel van Vader Tijd. Het kader puzzel ik in elkaar uit het Goede dat overblijft. Het rammelt nog en is wankel. Een paar zeehonden steken hun kop uit de golven en duiken. Je draaide niet bij. Met het roer in handen verging het schip. Te laat om de ketting los te laten.

Bieke De Bosscher

Een kader van waarden en normen waar het zevende vlak een uitbreiding is. Op onze in kubus denkende redenering over hoe een maatschappij gevormd dient te worden. In de loodrechte lijn waar verlangens botsten, wordt een massa gevormd. Waar ijzeren schakels zich aan elkaar spinnen in een organische omlijsting. Het parelend vocht gedragen door het web van vele dromen in een op instorten krochtenkasteel. ©Bieke De Bosscher

Taeke Van Lotharingen

In het gras ligt een appel die er gisteren niet was. We zagen hem niet vallen, niet groeien, smeken om een oogst. Wij zien anders zaken zoals het witten van de kruin en het bloeien van het licht, maar ergens gisteren of vanochtend heeft een appel zich sluw en geheel terloops tussen al het groen gelegd.

Lief Cuypers

Pijn is genot voor jouw uitgeleefde lijf dat ik achter mij aan sleep voor de volgende sessie. Belangrijk is jou een goede plek te geven waar mijn haken gemakkelijk bij kunnen en jij je dorst mag lessen aan de vochtige muur . Blijf likken liefste, ik kom gauw terug en je kreten zullen galmen door het kasteel van de nacht

Gèry De Keyser

En doorbreken van de grenzen van de verbeelding. Angel c man ging in actie. Avontuur van herlezen de brief van Magnus Carlos, die eerste kus? De laatste grens die wordt zoals u het hebt voltooid was georganiseerd de oorlog? Bassani Beto: klink terug naar aarde Della Santa Cruz na volledige, jaar natuurlijk activiteiten. Alleen, jaar voor mannen; de kerk had een fundamentele actie in de verspreiding van het christendom en bij het behoud van klassieke teksten. Immers, verklaren de meest gevreesde rond de wereld schrikkeljaar de rol van de kerk in de middeleeuwen. Die is het idee geven?

Sascha Beernaert

Je draait en je verdraait tot iedere centimeter samenvalt om uit te lopen in regenbogen je klikt en je verklikt is samen zwijgen een misdaad? jouw handen maken een kommetje ik haak mij erin vast en ik teken ik herteken van onze angst maak jij de mooiste letterkoekjes in papier-maché **

Iris Wynants

Ik heb sinds lang geen echo meer gehoord van de holte waarin jij me dacht achter te laten. Alsof je postkaarten kan sturen naar een verleden, gevoelens kan buigen over een waarnemingshorizon zonder een snaar te raken. Alsof het enkel een hoop stenen nu, waar vroeger thuis en de sporen van de licht ontvlambare brand die je was. Maar nee, ik schrijf niet in as, noch rouw ik om deze ruïne. Er is alleen nog de laatste thee in de koude tas en gedempte trapvoeten als ik ga slapen. En iedere ochtend de natte klap dat wat was vanuit de binnenzak van mijn ziel luidkeels tegen me wil praten.

Elise Coudré

Op een dag breng ik jou naar het atelier van de horlogemaker zodat hij onze klokken gelijk kan zetten en we hetzelfde ritme vinden tikkend in het rond de cirkel der oneindigheid

Isolde Tack

De onschuldige zomer van vijf Dachten is een werkwoord Gedachten ontspanning en mijn gedacht is van mij Je past perfect in jouw habitat Wind je lippen rond je vinger opgewonnen en spin Enkel katten blijven laat bij ons Vraag me niet naar meer Ik kan het soms wel maar sta dan kunstmatig open Jouw sleutel van gevoel doet het beter

Elvira Verspelt

mijn baarmoedermond gaapt de tijd lijkt getikt maar onbestaand terwijl ik jou opwind met mijn verlangen naar een telg die ons verbindt

jos brynart

Geketend hang ik aan jouw lippen waarvan elk woord in mij haakt mij open rijt tot mijn diepste zijn elk verlangen blootlegt naakt onbeschermd wachtend op jouw Laatste Oordeel mijn hoofd ligt klaar op het zwevende zevende vlak van jouw oninneembare luchtkasteel

Steven Rymenans

We springen in de burchtgracht En zwemmen naar de rui Uitgeput aan wal gekropen Is er nog één herberg open Waar kaarslicht brandt dat onze lijven droogt De nacht is nog jong En mag nog lang en onvergeetbaar worden Jouw naam In mijn geheugen gestippeld Als een volleerd minstreel Zing ik een lied En jij luistert bedwelmd Ruiger dan anders Priem ik mijn degen In je vlies Het buigt diep Maar scheurt niet We willen nog Maar stellen uit Een leven lacht ons toe

Hanne Lemahieu

de scheidingswand die onze kubus doorsnijdt de grondvlakken van kling en kelk als piramides tegen elkaar geplakt meetkundige figuren niet meer dan dat bestaan als verhouding tussen jou aan de andere en mij aan deze kant van de breuklijn jouw alles op mijn niets mijn oneindig op jouw nul wiskundig onmogelijk en verboden maar al hebben we allebei ons leed op de teller staan hoe klein de noemer ook is niet langer niets meer dan een nul maar een vaste stijgende waarde rond of vierkant zolang mijn Yin jou verankert en jouw Yang mij omkadert

Sophie Buytaert

Mijn kader heb ik nooit willen uit handen geven om jouw kettingen in te hangen zodat ze roestend mijn Rust verstoren.

patrice de meyer

Op een dag zal ik ontrukt de ketens van mijn lichaam afschudden en wat nog plakken blijft verder losweken lucht schudt aan mijn vel ik stap traag verder en voel wat ik ben geen inslag meer maar de schering van de tegendraad blijf jij maar hangen terwijl ik zacht uit de kubus stap

Bart Vinck

op een nacht bevrijd ik je uit die poel aan je fantoomprieel wat woel je daar als ratten mollen luizen viseer je vaak een kikker in je dromen bestijg je slaafs vergeeld verlangen of vang je grijs je ritmisch hijgen zeef je stoer het brakke water tot al jouw druppels zijn geteld

Josiane De Clercq

Op een dag ben jij niet meer dan een dichtgespijkerde herinnering in de groenblauwe schoenendoos van mijn geheugen een lijf teveel aan liefde te weinig ik zet me schrap en recht voor jou jij gooit de dobbelsteen die ik niet wou in de donkerte van het zevende oog herken ik ons opnieuw als het leven van een kat tellen wij er negen

Lut Mortelmans

kwaad was ik om het kwadraat van de cirkel dat slinks in ons luizige leven ontstond onze bijslaap besloop onze band ontbond niet om universele mathematica toe te passen meten is weten maar weten was vergeten van consternatie naar initiatie dan een spatie van uitgebrande passie de passer was er en trok de cirkel van Fortuna

Kevin Remmery

Haar sanseveria groeit in mijn hoofd. Ik zit op de trein, een zwevende kubus, hang mijn muts aan haar kapstok, kijk naar het landschap waaruit dit werd geboren. Ons lichaam, het kader, een broodje rood vlees om te delen. Het roest in de heupen. Alleen door haar raam zie ik het punt waaruit je de cirkel kan dromen.

christine kenis

Tegen beter weten in werp ik jou mijn hart een afgeknotte kegel smeer ik mijn vocht in de krochten van mijn wonden hou ik me haaks hopend op een hemel huis ik in de hel hel nummer zeven voor jou je gedroomde kader

Lode Van Wabeke

niet dat mijn schuiven naar jou op die extra helling zoveel zin heeft. het ligt tussen ons in, onder een veel te scherpe hoek te wachten. en jij wint, natuurlijk win jij, glimmend van de kruipolie. je speelt vals met een winkelhaak, wat hadden we anders verwacht. honderdtachtig graden achterom kijken lukt je toch niet. een verdraaid goed raderwerk zijn we toch niet meer, jij en ik.

Lien Beyaert

Ik wilde je luchtkastelen bouwen Je regenbogen geven Maar ik heb gelogen en bedrogen. Recht in haar ogen. Ogen zo strak, Ik zo zwak Zij die ziet, Mijn gevoelens, Een vergiet Druppelsgewijs De weg kwijt, Jou kwijt, Ik spijt. Inzicht Nieuw licht Opleven Leven En terug opgeven Alles geven, Alles laten gaan Bestaan... Ten onder gaan...

Hilda Niemarkt-Mous

als een prisma ons boven en onder gelijk zakken we terug naar ongelijkheid hangend in het smeer van de schakels ogen met ronde vormen en hoekige uiteinden van een gesloten cirkel hoor ik jou een opening maken vallen we ten gronde kijkend naar elkaar innige verlangens vliegen door elkaar en komen opnieuw samen we zijn verschillend maar begrijpen elkaar als in dezelfde taal smelten we tot één geheel

Johan Redant

Dan zwellen onze platonische lichamen als speklagen op de voegen, aan die zuchtige zouten hangen wij ons verlangen op, veerkrachtig als kapok kleeft een zwaluwnest tegen het gehemelte in mijn mond, als jij daar binnenkomt trachten wij samen een zompig woord te spreken, vlakken onze ribben een dodecaëder uit.

Nil Leman

Had ik dan willen gelijklopen met jou? Had ik dat gewild? Jij liep vlugger en altijd op kop, ik veel trager, maar minutieus. We hingen aan elkaar, maar nu draai je de tijd niet meer terug! Alles rammelt in dit klokkenhuis. Een ander kader of een zevende vlak helpen echt niet, als jij niet eens weet wat mijn verlangen is.

Bas Tuurder

Nooit kwam ik de belofte tegen die jij ging waarmaken, nooit vond ik een woord, door jou gegeven, dan bleef het niet kleven, niet betekenen wat ik wilde, je wierp maar op, balletjes in de lucht, balletjes op de grond, geknield zie je me zitten, zoeken, wat je bedoelde was het spel dat ik speelde het verkeerde?

Tim Roose

ontdoe jij mij dan die nacht / van mijn kanten borstwering / in jouw koningsledikant waar vocht / sijpelt van verbonden lijven / daags ben jij het kader / en hang ik aan de ketting / maar tijdens mijn verlangen / is gelijkkomen wel een optie / want zelfs zeer onregelmatig / kunnen ook wij / lichamen zeven

Sarah Wagemans

pardon maar zatte nonkel heb ik tijdelijk in de kelder gestoken het moet niet alle dagen van grappen en grollen zijn, over alles een mening hebben doet ge maar tegen de mazoutketel die is ook opgeblazen en wauwelt donkere walm was ik maar een bonte specht

Valerie Delvoie

Ik zet de zeilen zeewaarts/ hang aan je lippen / luister het gefluister uit/ knijp in je handen/ en maak je dan los / in gedachten./ Je kijkt me toch aan / zegt dat het doel de middelen heiligt./ Alsof dat genoeg is./Alsof dat alles is./Je hebt de billen van een schaatser./

Joke Thiry

Terwijl het vocht langs mijn nek naar beneden sijpelt en honderden vingers naar mijn kleren klauwen ontdoe ik mezelf van haken en kettingen – en jou. achteruit strompel ik weg van wat had kunnen zijn maar nooit is geweest.

Mireille Michiels

Een springplank waarop ik afzet. Zodat ik los kom, los van jou. Ik ontstijg mijn kasteel en sloop het steen voor steen. En ik ont-keten alle spoken uit mijn verleden. Ik laat ook hen los. Zodat ik zelf eindelijk vrij ben om mijn eigen kettingen af te werpen.

Greta Vandeborne

Bevindt je krochtenkasteel zich op een eiland van gestolde tijd? Je vergeet onze zomers met een zinderende hitte en nauwelijks nachten. Eeuwige zomer was het. Zomers die niet vroegen om de toevoeging van een zevende vlak aan onze kubus.

Kathleen Verbiest

Er komt een dag waarop ik het niet meer uithoud, dat meegesleurd worden naar de ondergrond van jouw verroeste verlangens, waar je zelf de spinnenwebben weeft en dan verontwaardigd uitroept: "Kijk, een spinnenweb!" Op een dag is het gedaan, lieverd. Dan laat ik je zwelgen in je eigen moeras, en stijg ik op, bevrijd van de kettingen van jouw bevreesde geest. Ja, dan stijg ik op, licht en opgelucht, vrij en levend. Lijnrecht naar mijn luchtkasteel.

Anne-Mie Knaepen

{Ons} zevende vlak! Wij, die leven tussen accolades. Geen enkel lijf deed wat het jouwe doet. Kubussen die afvlakten naar vijf, of zelfs nog maar vier. Wat moest ik daarmee? Jij daarentegen, samen wordt het Wij. Tussen de plooien van de realiteit verdwijnen wij in onze kubus. We creëren het zevende vlak, hebben meer plaats nodig. Het wordt tijd om de vorige lijven op te ruimen. Smeer jij de kettingen dan nog een keer?

Stijn Lauwers

Blijf en bezie, snijdend, belijdend, benijdend mijn melancholie haaks aan jouw welbehagen overgeleverd beklijvend Luister hoe mijn echo’s van verlangen plots als zwammen niet meer dan geveinsde vlammen in lichterlaaie doorheen jouw gangen blijven waaien

Bas Hoofd

bewegen in cirkels / tot de dag waarop / we elkaar zien / voor wat we zijn / collega’s / met niets meer / dan een mooie herinnering

Bauke Vermaas

huis is niet hetzelfde als thuis de haakse hoeken van de letter T maken het verschil een kubus met een dak is een zevenvlak waarin de T niet passen wil steeds valt een hoek buiten beeld wij wonen niet waterpas een regelmatig zevenvlak bestaat niet

Stijn Van Daele

Verdwaald in een lusthof van gedroomd verlangen zwerven wij doorheen ontvreemde kaders in jouw spiegelpaleis vol droge gangen hangen wij ons op; aan elkaar. Ons ingebeelde leven is een eindeloze vlakte: twee evenwijdige lijnen die ons nooit zullen kruisen.

Greet Cuypers

Ik heb geen naam want ik ben gevangen in de muur waar jij me ingekapseld hebt door de kettingen kan ik me niet bewegen door de zwarte kap kan ik niet zien door het scherpe mes kan ik niet ademen ik smeek je neem mijn zonneschijn niet weg ontketen mijn woede zodat mijn hart bevrijd wordt

Gerrit De Moor

Ooit sloop ik jouw muren, herleid je kasteel tot losse stenen. Je zal niet meer hangen; Ik ben dan helemaal los. Samen zijn we vrije elementen in een tweedimensionale wereld

Lucy Neetens

Do, re, mi, fa, so klinken de tonen uit de klankkast van jouw luchtgitaar die te lang in de slaapkamer van mijn krochtenkasteel stond gelijkgestemd was nooit een optie uit de maat speelde je je eigen valse wijs

Annette Akkerman

een hellend vlak / waarop we ons klauwend / vastgrijpen, kettingen kunnen / je niet meer redden / je bent volledig uit het lood geslagen / ik laat me niet ketenen / mijn verlangen is te groot / en onverenigbaar met / je pathetische woorden / nooit zal ik me verschuilen / in je doorwrochte krochten

Theo De Haes

Verliefdheden stapelen zich op. Leuke lenden tooien zich in de kerkers van mijn zintuigen. Liefdessappen stromen stromend in me rond. Striemen heen en weer en twee maal drie is zes plus één is zeven. Een vijfde zintuig kruisigt mijn verlangen. Een zesde zin gijzelt me onzichtbaar. De zevende dag smeekt ontembaar om verlossing.

Nel Goudriaan

jij dirigeert en navigeert bewandelt platgetreden paden jij ziet en wiedt het onkruid onderweg terwijl ik ween om wilde kamperfoelie jij harkt mijn paden aan en wandelt over strepen ik wil je strikken in mijn struikgewas ik wil je vangen in verhalen verdwalen wil ik met jou en zweven op een luchtmatras

Bram Trachet

Op een nacht bevrijd ik jou uit de slotgracht rond mijn luchtkasteel waar in elkaar gestorte dromen ronddobberen op krachteloze golven jij bent mijn vlot ik ben jouw spanen en roei dwars door je apathie heen tegenwerken lag teveel voor de hand dus we verkleinen onze driehoek met een tweede lijn

Caty Moerman

Genadeloos nagel je mij tussen de sporen van je verlangens waar afgedankte tranen voor eeuwig worden gekaderd ik wring me door de zevende bocht jij dwaalt nog altijd rond stilstaan is geen optie meer doorgaan evenmin alles wat gaat komen is toch allang gebeurd

Tibo Cloetens

Waar alles te vinden was, lijkt nu niets meer te zoeken Het verlangen liet geloven, maar bleek gelogen Een luide leegte blijft over in een stille chaos, met een enkel portret naast de klok die mijn winters telt met een enkele wolk naast de storm die de tellen bijhoudt Eindeloos

Elise De Pauw

En daar leef jij enkel nog voor mij. Zichtbaar en bereids verankerd binnen mijn grenzen. Ik laat de ketens meestal vieren maar dat geeft altijd bal- en overlast. Jij wil het strakker. Ik voel het!

Guy Lejeune

Ik zal me zelf losmaken, onthaken en loslaten Mijn zijn beseffen, iedere dag wat meer En dan, wanneer er niets meer moet en de psychische spookpijnen het inzicht niet meer belemmeren, dan, zal ik vinden wat ik verloor

Rose-Elise Bogaert

Ik snapte niet wat hij bedoelde met dat gedoe over een Krochtenkasteel en die kubus met een zevende vlak. De man die dat tegen mij zei, vroeg me ook nog eens ten huwelijk. Ik was sprakeloos en sloeg die man in zijn gezicht. Ik rende zo snel en zo hard mogelijk weg. We zagen elkaar nooit meer.

Rhea Cecile

Wat hou ik van jouw krochtenkasteel. Jij, haaks op mijn lusten. Mijn botten, die vieren en drinken op al die keren toen we nog voor altijd gelukkig konden worden. We eten elkaar. Op. Lachen gulzig en net als toen peuzelen we met onze handen, kloven we alle ribben af. Tot, bijna ongemerkt, onze kubus met al zijn vlakken vervormt tot een vlezige pastei. Vol rot en wormen. En jij dan, met je gouden lepeltje.

Michel Schynkel

Een zweep zingt eenzaam zijn lied, maar enkel jouw stem weergalmt. De afspraak is dat we elkaar betalen met gelijke munt, we niet onderdoen voor elkaar. Het is een lang verhaal dat begon met het wegstrippen van onze buitenkant, het blootleggen van onze verlangens. Het daglicht mag hier niet binnen. Deze gewelven worden enkel verlicht door een dansende vlam. Ze verspreidt een zoete geur. Ik proef metaal in mijn mond.

Wim De Vos

Vertel me de details: de spijkers in de muur, de splinters in de kader, de smeer van de ketting - waar druipt je verlangen? Druk me tegen je vochtige krochten en vergeet vorige lijven. Ik boor waar de spijker moet zitten. We raken elkaar haaks, maar enkel waar jij me wil. Open je mond. Ik ben dichter nu dan ooit. Sluit je ogen en voel onze kubus groeien met elk extra vlak.

Marie Peters

Op een dag verban ik jou / van de muur van mijn spelonkenpaleis / waar stof en al lang / vergeten geesten huizen / het kader wordt te krap / de ketting te roestig / en onze verlangens / hangen helemaal uit de haak / stuklopen was de enige optie / onze trapeze implodeert / tot het zoveelste zwart gat

Lieselotte Frederickx

Mijn band flirt/met jouw spoor/in de weg,/glijdt uit/en in de rafelige randen./Ik verlies/houvast,/schakel/terug,/trap door.//De ketting valt.//Ik trap/het kader/in de kant./Je rug schreeuwt in de verte.//

Ann Janssens

Ik adem in, / jouw honger. / Zucht uit, / mijn hartstocht. / Onze hunkering en passie / kronkelen en slingeren / langsheen de muren van / jouw krochtenkasteel. / Kettingen / ratelen en rinkelen / op de cadans / van stof en beenderen. / De duisternis zwijgt, / slokt / ons / op.

Week 5

IJsbloemenzee.

Ik keek toe hoe ik tot niets meer verwerd dan ijsbloemen op de ongenadige bodem van het monasterium. Het was mooi geweest, die transformatie die de priesters beloofden wanneer je in de buik van de god mocht stappen. Zouden ze het weten? Zouden ze weten dat er niets meer was dan ijs op je huid, bloemen in het vuur? Loden tulpen van ijzige koude die zich in je hart boorden en je meenamen naar deze wereld waaruit geen ontsnappen mogelijk was? Met afstandelijke nieuwsgierigheid en woedende wanhoop keek ik toe hoe mijn collega’s mij volgden in de ijsbloemenzee van oneindigheid.
--
Pen Stewart

Sascha Beernaert

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Boven de kapel torent een zucht witte rook. Ik meen er jouw golvende haren in te herkennen. ‘Hier ben ik,’ roep ik voordat je als geest over het weiland wordt opgesnoven. Ik proef het hiernamaals op een andere manier met beide handen op de rug. In de dooraderde blik van de opperpriester priemt het blazoen waarvoor wij zo vreesden. Schijnoffers zijn zoethoudertjes voor de zoekende ziel. Een Onzevader moet volstaan om je terug in de richting van de bron te duwen. Ik kniel en zie hoe je onze herwonnen liefde voorzichtig mengt. Tot in de eeuwigheid. Illuminati.

Hanne Lemahieu

En net zoals de achterblijvers kortgeleden eerbiedig voor ons gedaan hebben, zetten wij een grote stap achteruit als het laatste brandende licht achter ons naar binnen valt doorheen de door de priesters wijd geopende deur tussen daar en hier.

Lief Cuypers

mijn linkerhand is een gevoelloze ijsblok. Waarom weten wij allemaal hoe het aanvoelt te bevriezen, maar niet waarom ? De koude kruipt steeds hoger en tast naar mijn ineenkrimpende hart. Kan je vluchten voor jezelf ?Er brandt een kleine vlam in mijn oog dat zich woedend richt op de aansluipende vrieskou. Het is niet nodig om blindelings te geloven om hersenloos mee te marcheren in een eindeloze nacht.

Bart Vinck

Overal en nergens zwerft het Zand, in eindeloze golven. Er is geen weg. Een groef in het Zand verbreedt zich tot een geul, de geul wordt een rivier, de rivier een droge bedding, als groef de horizon een monding. Plots wijkt de bodem dieper in de aarde, tot de zon het Zand daar niet meer vindt. In de schaduw van het Zand verworden wij tot ijle, naakte mensen. We houden halt waar rimpelloze vlakte stolt tot lege kaart. Boven onze hoofden begint het Zand te schuiven op de onschuld van de wind. Aan het einde van de sporen zal het Zand ook ons verbergen. Weldra hebben wij nooit bestaan.

Bas Tuurder

Met dichte ogen dichtbij en voeten bloot op het tot zand versmeltend glas dat aan mijn tenen likt, laat ik me dansen door springende benen botsende schouders, gewalst, een vlam die zichzelf vergeet. Onder me uit glipt de muziek voel ik me vallen handen grissen en graaien naar fluorescerend licht aan de hemel zweet sist. Rook smoort uitgelaten kreten komen thuis waar ze nog niet horen te zijn toch niet. Nu. Zo. Kleurrijk in een vuur van staal en beton en beats op brancards ligt vlees los aan lijven. Ik weet niet of ik mijn ogen open heb. De eeuwigheid ziet van ons af. We proberen te kijken.

Gerard Scharn

Ook rozen op een mestvaalt verwelken, ook schepen op het droge vergaan, ook onze liefde zal niet eeuwig blijken. Voorwaar grote woorden die als verdwaalde kogels ricocheteren tegen de strakke muren van ons kloosterbestaan waar onder pij en habijt de stille zonde wordt bedreven.

Odile Schmidt

Uit je hart vlamt de furie. Veel mensen hebben je nodig. Het is niet belangrijk hoe ze je zien. Belangrijk is dat je er bent voor ze. Dat je banden smeedt, dat je ze optilt, ze opbouwt, juist jij de strijder, kunt mensen begrijpen zoals niemand anders. Je hebt iets te geven. Geef niet op. Geef jezelf aan een ander. Ik hoop dat je hardheid hierna verandert in stoerheid. Dat je je krachten aanwendt voor iets anders dan woedende wanhoop. Dat onze handen elkaar niet meer pijn opwekken, zwak smeden, maar die loden tulpen uit ons hart ontbieden, teder.

Greet Cuypers

Ontoegankelijk is de poort naar de Kristalbergen. Ik maak me zo smal ik kan en sijpel door een kleine kier naar de imposante vertrekhal. De kisten staan vertrekkensklaar te grommen op de eindeloze ijsvlakte. Mijn hart wordt lichter, mijn pijn zal verdwijnen, ik voel me vrij. Ik vlei me neer op het verenbed van het dichtstbijzijnde schip. Nog voor ik opstijg naar de magische bergen vervliegen mijn gedachten. eindelijk rust.

Lode Van Wabeke

Jaren heb ik mij in de buik van een bijbelse walvis opgeslokt geweten. Tot ik als Jonas onverteerbaar op het strand werd uitgespuwd en werd achtergelaten door een spoorloze god die mij leerde wat onbarmhartigheid was. Het hagelwitte zand oogde lieflijk, maar knaagde en knarste onhoudbaar in mijn ziel, en wanneer het luiden voor de completen begon was het ook in mij al lang weer donker geworden.

Johan Redant

Op de pilaren kropen de duivels als slangen door elkaar. Bernardus nam de Heilige Schrift, zoende het boek. Een bloedkus. Dan las hij Ezéchiël, het visioen, de profetie: ‘Dorre beenderen luister naar het woord van de Heer…’ en zijn stem donderde vanuit de absis: ‘Ik ga uw graven openen’. Wachtend zat ik bij het gebeente van mijn moeder terwijl onderaan de heuvel uit de vier windstreken zwarte paarden over de besneeuwde vlakte raasden, aangevuurd door hun onzichtbare ruiters. Dit was de ijsnacht waarin Maria Magdalena op zou staan en de vier die geschreven hadden waren onderweg.

Bas Hoofd

Hoe onze ziel van zuiverheid bevroor. Voor deze transformatie hadden wij niet getekend. We kwamen binnen als bruiden van Christus en verwerden tot instrument van Satan. Al snel bewandelden ook wij ongewild het zich tot buiten het klooster uitdijende pad van oneindigheid en ontkenning. Dat was de vrucht uit het zaad van de loden tulpen van de priesters wanneer ze hun habijt optrokken. Een vurig hart bleek onweerstaanbaar voor ijzige zonde. Berustend in mijn lot keek ik daarop terug, terwijl ik wachtte op de journaliste van De Morgen.

Tim Roose

Het is pas toen ik weer wakker werd in een pasgeboren meisjeslichaam dat ik begreep wat het doel van alles was. Oneindigheid kan blijkbaar zeer dubbelzinnig zijn. Diezelfde collega’s stonden plots met een immense lach boven mijn kinderbedje. Mijn kleinkinderen waren nu mijn ouders geworden. En die priesters zal ik ook wel weer terugzien bij mijn doop. Ik ben opnieuw nieuwsgierig, maar dit keer naar de wereld. En die woedende wanhoop is eigenlijk ook wel een beetje gebleven moet ik toegeven, maar dat heeft dan met honger te maken of met een gevulde pamper.

Wim De Vos

Ik scheer hun slapen, plaats de infusen en sensoren. Alles wat ze voelen, net voor de droom, gaat mee: de koude, de injectie. Het duurt niet lang voor de ogen van de eerste wegdraaien. Daarna de tweede, daarna de rest. De verhalen die ze brabbelen gaan over oneindige velden, ijzige diepten, bloemen en harten en goden. Ik blijf bij hen in de kamer, noteer zorgvuldig de woorden, verzamel ze tot mijn eigen zinnen, mijn eigen personages, mijn eigen beelden. Te leven in het ijlende hoofd van een ander, voor droomlozen als ik zit er niets anders op. Het zilveren mes is voor later.

Elise De Pauw

.. of is het een kwestie van perceptie? Wat als ik zou smelten? Misschien verwerden die ijsbloemen tot een kolkende stroom om ons omhoog te stuwen naar het hart van diezelfde god. Koudwit blauw verandert in warmzacht rood. Lood in lava. "Verwachtingen brengen zelden voldoening" zei ik nog tegen de collega's, maar zij hadden er geen oren naar.

Bram Trachet

Ze weten het, natuurlijk weten ze het. Hun verrassing is gespeeld, maar hun macht is echt. Wat had je gedacht? Dat ze je eerst de buik van hun God zouden tonen, om Hem vervolgens zelf de rug toe te keren? Laat me niet lachen. Ze hebben je gebruikt, zo simpel is het. De verkilling van jouw bloed verwarmt nu hun harten. Wat ooit jouw droom was, is nu hun bezit. En wat ooit jouw bezit was, laat hen nu dromen van meer. Dat is de enige transformatie die er toe doet. Wat jij voelt zijn geen loden tulpen van ijskoude nieuwsgierigheid, maar gestolde druppels van gloeiendhete spijt.

Marie Peters

Was ik daarwerkelijk alleen, of keken ook zij neer op hun eigen metamorfose? Een rimpeling trokt door de ijswoestijn en deed de bloemen trillen. Ze verkruimelden langzaam. Enkel een ijzige woestijn van sneeuw bleef over, geen spoor meer van waar de bloeiende uitverkorenen hadden gestaan. En ik keek toe, niet meer in staat nog iets te voelen. Eén gedachte bleef hangen: als de priesters het wisten, als ze het wisten van de bloemen en het ijs, dan moest er ook een weg terug zijn, terug naar het monasterium en weg van deze lege oneindigheid.

Taeke Van Lotharingen

Wat graag nog zou ik willen ruiken, iets anders dan deze ijzeren koude. De geur die alles versteent. Muren van blauw opgetrokken rond de leegte waarin ik nu ook verdwijn. Wat blijft er over? Wat resoneert wanneer ook ik blauw geworden zal zijn? Nog een keer warmte, nog een keer neus tegen neus. Wie staat tegenover me en raakt me aan als ook ik naar ijzer geur?

Bauke Vermaas

Wij wisten het. Wij hebben het altijd geweten, altijd gewacht op de dag dat we loden tulpen zouden worden. Gewacht op een hart om te doorboren, een vlammend hart om onze koude stelen in te steken. Als het eenmaal zover zou zijn. Als maar eenmaal de belofte van de priesters in iemand gehoor zou vinden. Wij wisten het. Als maar eenmaal een man het zou aandurven in de buik van god te stappen, zouden wij hem volgen. Tot in de kruipruimte van zijn huid, in de ijsbloemenzee van oneindigheid.

Hilda Niemarkt-Mous

De ijzige hartslagen gonsden door het ‘gevangen’ manschap, dat vragend en neerbuigend achter de priester stil bleef staan. Een bedorven wit licht scheen door de beschilderde ramen met gebladerde verflagen, op zijn bleke gezicht. Ik hoorde stemmen en galmende geluiden weerklinken door de ruimte waar we ons bevonden. Ik knielde verdoofd en boog mijn hoofd bij de priester die voor mij stond. En zag een water van blauw met wit verfijnde bloemen, overal waar ik kon kijken. Mijn doorboorde hart werd geraakt en ik voelde een warm en intens licht. Ik wist dat dit het almachtige moment zou zijn.

gianfranco miglionico

Ik verwelk. Dat merk ik dagelijks. Mijn spieren worden stijver, mijn hoofd zwaarder, mijn hart killer. Het is alsof ik aan de startblokken sta, en wacht op het schot. Alleen komt er geen signaal. Ik wacht met al de anderen en kijk rond. We mompelen en rillen, als zonnebloemen zonder zon. Zonder zin. Ik zie het antwoord in hun ogen; Er is enkel tijd te doden. Totdat het ons doodt.

Lore De Schutter

zonder twijfel en zelfs bij bewondering verscheen de rots in de branding, ondanks haar ouderdom tot de herinnering meer enkele flarden van een lied dat wij zongen was, verraadde het ook de tijd - hier gedacht als haar bestaan was zij onveranderlijk de eeuwigheid midden alle wervelstormen geborgen en zelfzekerheid vond zij in de poorten der hel overweldigende openbaring omdat ze werkelijkheid was niet de geschiedenis, maar zij als eeuwige en vooral duisternis, zodat zij de zon wordt.

Lucy Neetens

Mijn collega’s keken toe hoe ik verwerd tot een piepklein deel in de ijsbloemenzee van de oneindigheid; een plasje dat langzaamaan steeds heter werd. Kokend. Overkokend. De verzengende hitte deed mijn denken uiteen spatten, zodat er bijna niets meer van me overbleef. Zouden de priesters weten dat mijn woedende wanhoop ontsnapte? Zouden ze weten dat die giftige woedewolk steeds groter werd tot de buik van god ontplofte en hun leugens aan het licht kwamen? Nu wachten zij met afstandelijke nieuwsgierigheid op het ongenadige vonnis waaraan geen ontsnappen mogelijk is.

Rose-Elise Bogaert

Om bij de oneindigheid te geraken moest ik in een donker gat springen. Ik sprong er samen met mijn collega’s in en we vielen en we vielen en we vielen. Met een snelle vaart vielen we in een zee gevuld met ijsbloemen. We verdronken bijna. We dachten dat het enkel om een ijsbloemenzee ging. Maar neen, het was een ijsbloemenland. We vonden een eilandje waar aan de bomen ijsbloemen groeiden en proefden ervan. Ik werd gek van verrukking. Ik sprong in de struiken en stuitte op een deur. Weer moest ik door een donker gat springen en in een oogwenk stonden we met beide voeten terug op de grond.

Nele Peeters

Niemand sprak totdat de poorten zich sloten. ‘Je bent dat formulier toch niet vergeten indienen?’ Een vrouw legde haar hand op mijn schouder. Haar aanraking bracht mij van mijn stuk. Meer dan haar woorden. Waar had ze het over? Ze lichtte de zaal op met een nietszeggende blik, lachte. Rondom ons verstarde alles maar dat leek haar niet te deren. Ze legde haar mantel af, liet haar rug welven in de koude en liep het water in. Blonde haren wipten op de deining. Ik volgde haar voorbeeld zonder te beseffen dat niets ooit tot iets verwerd en eeuwigheid niet bestaat zonder einde.

Kato De Bruycker

Iedereen die achter me liep glimlachte zacht. Er waren er zelfs die neurieden. Zagen ze het allemaal niet veel te rooskleurig? Hier hadden ze geen enkel garanties. Waarom was iedereen dan toch goed gehumeurd? Daar zou ik waarschijnlijk nooit meer achterkomen.

Valerie Delvoie

De buik van het monster was nu opengereten, in vele stukjes uiteengevallen. We vielen zij aan zij, de collega's en ik. Met 298 waren we. Sommige raketresten zaten tot in ons hart. Geofferd aan de heilige grond, en waarom eigenlijk? Veel later, toen we al ijsbloemen waren op onze huid, keek ik toe hoe ze onze botten verzamelden, wogen, fotografeerden en uiteindelijk verbrandden.

Annette Akkerman

Het is een kwestie van overgave en obediëntie. Zolang jij je verzet zal de catharsis nooit plaatsvinden en zal de loutering je niet ten deel vallen. Kom tot me. Laat me je aan mijn vurig hart drukken. Laat mijn handen zich ontfermen over de ijsbloemen op je huid. Je moet geloven dat ook voor jou, juist voor jou, de extase en vervoering in het verschiet ligt. Geef je over aan agape, je vrije keus tot liefde. Sta me toe je albe af te nemen en samen te smelten tot het ene.

johan van assche

Daar lagen we dan samen in één ijsbloemenplas in een donker krocht. Was dit nu de belofte van die hogepriesters? Was dit het huis van hun god? We gleden de eeuwige vergetelheid tegemoet in een licht afhellende goot op weg naar een afvoerputje. Niet dat ik van mijn collega’s nu een bloemetje had verwacht. Het monasterium was inderdaad mijn idee voor onze teambuilding. Zo ging het nu elke keer: ik nam een initiatief, het verliep anders dan verwacht en zij bliksemden me genadeloos neer. Ik kookte van woede. Dat was het natuurlijk: verdampen om te transformeren! Het werd ijl in mijn hoofd…

Nil Leman

Tussen de brokstukken in een put van het monasterium, lag je als een onbeweeglijk imago, ingekapseld in hars. Na een lange tijd van onderdompeling in het water had je je uit je huid gewaagd. De metamorfose was op til. Je vleugels moesten nog uitharden. De belofte aan een hoge vlucht in de oneindigheid hield je vast tussen water en hemel, onder een den verwordend tot teken van gestolde wanhoop.

Katrien Van Driessche

Ik zal weer heel worden, ik zal transformeren tot de beste versie van mezelf. Als God het wil. Samen met de andere priesters in wording heb ik naar deze machtige dag van inwijding toegeleefd. Afzondering, stilte en gebed hebben me steeds dichter bij God gebracht. Vandaag zal het gebeuren, vandaag stap ik zijn buik in en sluit hem voor eeuwig in mijn hart. Waarom is jouw blik dan zo pijnlijk koud? Voel je zijn allesomvattende warmte niet?

Frederick Bruneel

In de laatste ijzige zon glinsteren op je bevroren lijf de bloemenmotieven als aandenken aan deze tijd de onsterfelijkheid tegemoet. Je versteven huid als canvas waarop het laatste tafereel werd vastgelegd, dat van een zonovergoten bloemenpracht. Wat volgt is een eeuwig vastzitten tussen leven en dood. Een roerloze transitzone wachtend op de alsmaar kleiner wordende zon die nooit zal terugkomen. Bevroren in de tijd. Er rest ons niets dan dat enige te doen waar we nog toe in staat zijn. Als door een zilveren kooi omringd met de schoonheid van ijsbloemen denken we na waarom de zon ons verliet.

Danielle Van den Bosch

Ik keek toe hoe je tot niets meer verwerd dan ijsbloemen. Je mooie handen bedekt met ijskristallen, je vingers bevroren uitgespreid. Ooit waren dit warme handen die streelden. Voor eeuwig ben je van me afgesneden, nooit zal ik je nog raken. Ik wilde je niet volgen, ik koos ervoor te leven. Nu voel ik enkel nog ijs onder mijn warme huid en mijn hart is koud. Levend ben ik dood. Maar zolang ik aan deze zijde blijf is er hoop, kan mijn bevroren hart de tinteling van een zonnestraal voelen. En ooit zal er dan een andere hand zijn die mijn warme huid streelt en mijn hart warm voelt kloppen.

betsy vanbroeckhoven

Zouden ze weten dat het niet waar was wat ze beweerden? Weten ze dat God zelf de hemelse machten overwonnen heeft en openlijk tentoon gesteld? Of geloven ze echt in de transformatie. Jij denkt het te weten nu je ijsbloemen op je huid voelt, op de bodem van het klooster.

Gèry De Keyser

Wanneer u wordt gevraagd als hij had geen commentaar op de aflevering van Agra, electronic-parlement was opgeschrikt door het conversie probleem, "Goed bestuur dag." Waar degenen die werden omgezet zei dat ze werden misleid, en vooral omdat saffraan outfits hebt gepland te houden meer programma's in Aligarh, "Plannen functies gemarkeerd voor 25 december" Ghubaya herhaald, en Rae Bareli en andere plaatsen op kerstmis.

Anne-Mie Knaepen

Van wie was dat idee gekomen? Teambuilding in een klooster, putje winter! Horizon verruimen, werd het genoemd. Het geloof was niet enkel hoogdravende liturgie. Dat moest de hard werkende mens maar eens ervaren. Ook in een kloostergemeenschap werd er gewerkt, samengewerkt nog wel. Dat zouden we geweten hebben! Nu was het te laat. We stapten de ijsbloemenzee in en mochten hopen dat dit geen copycat was van Tien Kleine Negertjes van Agatha Christie …

Lukas Engels

Altijd gebruik ik mooie woorden wanneer ik spreken wil over wat ik niet begrijp, hoewel in de wereld als de onze eigenlijk niet meer aan de orde. Doch, wat ze me te geven weten is een schuilplaats voor diezelfde wereld, een muur die zijn plek tussen ons beide innemen kan, een schutting in staat stellend te zijn zonder dit in zijn effectiviteit. "IK LEEF" schreeuw ik soms wanneer alleen, maar geloven doe ik niet. Bij wijlen kan inzicht dodelijk zijn, toch wanneer er niet meer op te berusten valt. Of is het net dit wat haar karakter uitmaakt? Soms wil'k begrijpen, maar dan ook enkel wat ik wil.

Esmeralda Ongenae

Ze hadden nooit begrepen wat ik probeerde te vertellen. Wilden ze het niet begrijpen ? In niets leek het voorgaande op wat komen zou. De verzengende hitte en de ijselijke koude werden pas echt voelbaar toen er voor niemand een weg terug leek. Niets is wat het lijkt. Herkennen lukt niet zonder kader in je hoofd. De schoonheid van deze bloemenzee bedwelmt, krachtig als spijt bij een gezworen belofte. En belofte maakt schuld die ik inlos door schoonheid. Een moment dat oneindig lijkt te duren, maar slechts een fractie van een zucht is, die weerom verlokkelijke ijsbloemen tovert op de koude grond.

Hadewijch Van Hove

De condensatie van mijn ijle bestaan draait en kolkt. Ik voel hoe mijn oneindigheid begrensd wordt, mijn zee wordt gedwongen tot vaste vorm. Ik word iets gewaar, (is het dit wat ze geluid noemen?) het trilt en bonst daar waar weldra mijn hoofd zal zijn. De navel groeit tot nieuw bestaan. En daar ontmoet ik mijn grens. Mijn eindigheid benauwt me, zijn warmte omhult me. Gestolde eeuwigheid wordt vlees en bloed.

Theo De Haes

Met koud blauwe nagels kerfden ze warme teksten in onze harten en hoofden. Warmte ontsteeg onze longen; liederen kermend langs hoge gewelven. Als bloedbroeders met grauwe gezichten vergroeiden we tot grijze silhouetten, schuifelend, prevelend rond de kruisgang. Tot leegte me vervulde. Tot leegte mijn hoofd vulde en vergulde.

Caty Moerman

Vreemd dat je dacht dat je van tulpen rozen kon maken, van lood goud. Dat je de dood kon ontlopen door jezelf te verloochenen. Absolute anonimiteit is niet de sleutel tot onsterfelijkheid. Dat had je kunnen weten. Als je ook maar even had stilgestaan. Even had geluisterd. Naar het fluisteren van je hart.

annick lanciers

Leven wou ik! In jouw buik wou ik stappen. De zoete warmte van weleer. Gulzig mijn tanden zetten in je, je ziel opslorpen terwijl het bloed van mijn kin druipt. Ik voel je lach als een beekje in mij klateren. Diep in jouw ogen weerspiegelt mijn gespannen verwachting. Mijn lichaam moet bewegen, er is geen houden meer aan. Samen bewegen tot één grote climax, één allesoverheersend vuur dat ons verwarmt tot in elke vezel, de verste uithoek van ons bestaan. Tranen bevroren tot stalactieten bij de aanblik van het verlorene.

Michel Schynkel

Wie zei ook alweer dat je in de hel moet afdalen om de hemel te aanschouwen? Zou dit dan toch kloppen? Met elke stap verlies ik mezelf in deze koortsdroom, in dit labyrint van ijs. Hemel en hel, ze zijn niet voor iedereen hetzelfde, weten ook de priesters. Het zijn geestestoestanden, geen locaties. En veel heb ik niet te kiezen, zo blijkt. Liever dan in deze ijsbloemenzee was ik in een wellustig visioen beland, met vurige tongen likkend aan mij. Ik strompel voort en val, val door de tijd, tot iets opstaat in mij.

Week 4

Hier proef ik een nieuwe taal. Bloemen worden aangeknipt en staan niet in een emmer, maar in een badje. Kleine boeketten zijn pakjes, gerbera’s zet je eerst op draad zodat ze niet krom in de vaas hangen. Lysianthus, Agapanthus, Solidago, Alstroemeria, elke dag verrijk ik me met een andere bloemennaam.
Op de werktafel voor me liggen de bloemen klaar, soort per soort. Dieprode Baccara rozen, ze lijken wel zwart, lelies, Eucalyptus en Limonium. Ik schik twee rozen met enkele takken Eucalyptus, dan de lelies, weer een roos. In mijn handen groeit een boeket. Ik beeld me in dat je naast me staat, ik voel je blik op mijn handen.
--
Ellen Van Pelt

Hanne Lemahieu

Terwijl ik je geschenk aannam van de bezorger, moest ik glimlachen. Jij ziet de stad als een tuin en mij als het kleine meisje dat alleen de mooiste bloemetjes wil plukken voor mama. Het perfecte boeket dat de rest van die prachtige tuin doet vergeten. Maar welk is het perfecte boeket voor mij, vraag jij je af terwijl je de rozen en lelies samenbindt. Ik zal je eens wat zeggen: dat perfecte boeket bestaat niet. Wat zou ik zijn met een knappe adonis of een rijke stinkerd waar alle vrouwen voortdurend op azen? Nee, geef mij dan maar een kerel met vlijtige handen die mooie boeketjes kunnen maken.

Nil Leman

Zeker, ik ben hier nog overal rond je. Je hoeft geen woorden meer uit te spreken. Ik hoor je gedachten. Je handen schrijven in een nieuwe taal, met bloemen uit onze tuin. Het wordt een boek, vol bladzijden uit onze herinneringen. Nil Leman

Stijn Lauwers

En nu ik je gade sla, bedenk ik haastig nog enkele welluidende flora. Ik citeer hun exotische namen en vul ze aan met gekruide verhalen. Ik had een buur met bosjes sativa in zijn schuur. En een kunstige kennis kweekt zijn tagetes, jawel, die welriekende afrikaantjes, veeleer uit nood, in een aftandse roeiboot. Van mijn petekind onthou ik een schattig boeketje myosotis. Al klinkt vergeet-me-nietje ook wel aardig. Liefst zie ik je aan de slag met magnolia’s. Geurend festijn op een bed van glanzend groen, met jouw handen onderaan. Zulke zinnenprikkelende fertiliteit kan niemand toch weerstaan.

Gerard Scharn

Judaspenning en duivelsnaaigaren, dovenetel en distelbloem, bloemen van het kwaad en bosmansgras, een graftak, hulst en haakdoring bijeengehouden met scheermesdraad en klittenband liggen klaar als ik naar je bruiloft ga, want waar woorden tekort schieten grijp je naar een ander idioom.

Sascha Beernaert

Weet je nog, de eerste keer dat we mekaar zagen, mijn stem trilde en jij verstond: verscheet-mij-nietje, toen ik uit pure verbijstering mijn lip stukbeet. Zoiets moois had ik nooit eerder gezien. Het ranke van je gevlochten stengels sprak mij aan. De waterdruppels die als een cavalerie van doorschijnende paarden tussen jouw stekelige wimpers in galop een queeste vormden op weg naar je kin, nog meer. Gelukkig was er die tulp die, gewikkeld in transparante cellofaan, geleek op de goedkope emoticon van een aubergine. We lachten en ik wist: een echte narcist zet zijn bloemen zelf wel in een vaas.

Lief Cuypers

was het maar mogelijk geuren te delen in taal en de aanraking van fluwelen bloemblaadjes de fijne haartjes op je armen te doen opstijgen.

Tim Roose

Zolang het maar bij een blik blijft, laat uw 'pollen' maar waar ze zijn. Uiteraard is jouw favoriet de orchidee. Ik ken jouw soort wel, jij denkt maar aan één ding zeker? Of wist je echt niet dat deze knapperd afkomstig is van een naam die teelbal betekent? Ik maak me geen illusies. Uiteindelijk kan een samenzijn met jou toch maar tot één soort leiden; de dicentra spectabilis.

Annette Akkerman

En bedenk vooral, hoe ik je goedkeurend toeknik. Mijn hand even op je schouder laat rusten. Nee, nu geen spijt hebben van alles wat je hebt gezegd over mijn bloemenwinkeltje. Een kind moet zijn eigen mening kunnen vormen. Ik wilde je tot niets verplichten en zie nu eens hoe je handen vaardig zijn geworden. Hoe het je lukt liefde te verpakken in een boeket. Mijn blik rust inderdaad op je handen en ik hoop dat je ook de zachte zoen van je vader op je wang voelt, lieve dochter.

Lode Van Wabeke

Ik weet dat je het allemaal een overdreven esthetisering vindt. Voor jou is een bloem een bloem, een vaas een vaas. De naam tot daaraan toe. En ja, ik herinner me wat je aan dat tafeltje bij Jeffs' zei: 'Taal kan een snoezelruimte zijn die van de werkelijkheid wegleidt, ze mooier kan laten uitschijnen dan ze is.' Ik weet wat je denkt, ik zie het in je karbonkels van ogen die alles lijken te doorgronden. Voor een deel heb je gelijk, eufemismen hebben de wereld nog geen goede zaak gedaan, ze zijn het buskruit van de taal, het drijfzand waar we ons vast in draaien. Maar jouw taal is mij te strak.

Valerie Delvoie

Meisje, meisje, meisje toch. Ik wil je op de vingers tikken maar ik doe het niet. Vroeger, jij haat het als ik daarover begin, maar vroeger voer ik op zee. De zee heeft een eigen taal, net zoals jouw bloemen dat hebben. Wij - jij en ik - hadden ook een eigen taal, maar die vergeet je steeds. Ik wil je er steeds aan herinneren. Je komt niet bij me terug, dat weet ik zeker. Ik zou liegen als ik zei dat ik het niet erg vind. Dan ga ik nu. Of nee: doe mij die pot anemoontjes maar. Dan ga ik daarna.

Johan Redant

Ook in de nacht bloeit een paarse Helleborus volmaakt eenvoudig. Ik heb mijn overvloedige schoonheid afgezworen, mezelf ontdaan van maquillage en het dwepen met de kleuren afgelegd. Dan heb ik mezelf ontkleed, heb ik het tengere leed omarmd zoals het is opgestaan uit een verlangen naar gemis. Als de Helleborus bloeit is het vanzelfsprekend ijzig koud. Uit de frele kersenbloesemtakken is mijn geluk al lang verwaaid. Daar is niet veel aan te doen. Daarom heb ik in de laatste Moribana die ik behoedzaam heb geschikt, de bloemen weggelaten. Zo kan ik tenminste zichtbaar maken wat er niet meer is.

Jurgen Nakielski

Maar ik sta er niet. En ik kijk niet naar jouw handen, ook al zou ik dat wel willen. Zijn ze nog zo zacht? Je vingers? Je sneed je toch niet aan je rozen? Ik proef het ook, denk ik. Misschien. Misschien kom ik nog terug. Als een roos van Jericho. Geef je me een badje? Beeld het je in. Alsjeblief.

Bart Vinck

waar zoete nevels milde kleuren schenken lijk jij het laatste rozenblaadje wel vrees niet als wind opsteekt zal ik je laten zweven nieuwe doornen groeien krassen zijn in mijn bestaan mocht ooit de wind weer liggen gaan al lig je heel alleen verschroeid gekwetst misschien in een woestijn ik kom ik vind je het dure heel mijn leven ik laat je weer het laatste rozenblaadje zijn let nu niet op de weemoed in mijn blik ga maar mooie ogen vergeet dat vreemde stokken in mijn stem zoete nevels zeven uit de milde kleuren doornen ik hou van jou als was je rozen

Wim De Vos

Vanavond zie ik je weer. Je neemt alle kleuren samen, zegt de namen van de bloemen na elkaar. Je schikt het Latijn dooreen, ontwijkt de doorns, snijdt de punten schuin, vult de gaten met groensel. De knoppen vallen open, de scheuten schieten door. Ik zie het je doen van in de hoek, waar het rode lampje brandt. Ik heb het mes gescherpt, het badje met water gevuld, de draden heb ik rond de gerbera’s gedraaid. Je raakte kort mijn hand, een snelle blik, maar de wagen stond te draaien. Er is nooit tijd. Morgen breng ik nieuwe kleuren, nieuwe namen en neem ik jouw nieuwe beelden mee.

Gèry De Keyser

Doorbraak in zaak-Maddie? Zo lang houden mannen het gemiddeld vol in bed Canadees ebolavaccin heeft ongewenste bijwerkingen half december, in het onderzoek naar de in Portus caele verdwenen peuter Madeleine McCann hoopt de Portugese politie op een doorbraak. Zeven à negen minuten, het experimentele ebolavaccin dat in Canada werd ontwikkeld en momenteel in Genève wordt getest, meer dan tijd voor onze eindejaarspoll. Volgens meerdere Britse media verhoort die politie van vandaag af elf mensen... zo lang duurt het ongeveer voor de Belgische man zijn hoogtepunt bereikt.

Taeke Van Lotharingen

Het sterft in haar handen. De stengels verliezen hun houding eens ze de koelte verlaten en zich warmen aan haar huid. Ze kijkt naar de bloemen. Ze bekijkt ze, kijkt ze aan. Zo lang dat ik me afvraag of ze het verdwijnen ziet. Het rood dat bruin wordt, het wit dat bruin wordt, het bruin dat zwart. Ik vraag me af of ze dat ziet, het terugtrekken van de kleuren. Het leven dat zich groepeert in één cel, ergens diep in het groen van de stengel, en dan bruin wordt. Ziet ze dat, of praat ze tegen haar vader?

Anne-Mie Knaepen

Hoe gedrevener ze bloemen tot boeketten toveren, hoe dieper mijn verbeelding over jou, die naast me staat te kijken. De ochtendbestellingen zijn de deur uit. Mijn handen praten verder in de taal die ik leerde van jou. Je kan het geruis van de snelle bewegingen niet horen maar wat zou ik er voor geven als je ze wél nog kon zien. Onze gesprekken kan ik nog navertellen, gebaar na gebaar. Jij, wachtend tot aan mijn middagpauze, geamuseerd mijn handen volgend, die geleerd hadden om te bekvechten met jou, terwijl ze boeketten maken. Om van onze taal tíjdens de middagpauze maar te zwijgen...

Bas Tuurder

En hoe jij ze bewegen wil. Mijn handen die weten wat ze doen. Het laten kunnen. Los. Wanneer het boeket verwelkt, en niet alleen het plastic knispert. Elk blaadje. Kraakt. Ligt daar maar. Legt zich uit. Van verzet, van overgave, van het verschil daartussen is geen sprake, ik blaas de taal van tafel. Leg mijn blik op je handen. Beeld je in dat ik hier nog sta.

Bas Hoofd

Ik koester de warmte van je glimlach, terwijl je mijn handen stuurt en met mij spreekt. Een zwarte roos voor onze liefde, abrupt onderbroken die winternacht door een dronken chauffeur. Limonium fluistert hoezeer je me mist. Lelies huilen om ons verloren geluk. Eucalyptus verbindt de dimensies van onze werelden. Zo zeg je me dat je er nog bent en mij beschermt, zelfs als ik je niet zie. Ik plaats het boeket bij de kassa achter de toonbank en open dan onze bloemenwinkel. Ik troost me met de gedachte dat, net als Baccara en Limonium, onze liefde herleeft na de dood.

Hilda Niemarkt-Mous

Vriendelijk en zacht, maar altijd kritisch. Je hoofd zachtjes tegen mijn schouder. Even stop ik en blijf ik staan kijken naar het diepkleurende boeket dat prachtig oogt. De Londen Heart lelies springen er uit. Samen met de rozen geven ze een warme en intense indruk. ‘Ik wist dat je het kon.’ Fluisterend hoor ik je stem. Met het besef er van, valt het gele mesje uit mijn handen en één van de Baccara rozen. Geschrokken blijf ik staan.

Bram Trachet

Er zit een lint om het boeket, een krul die de stengels omknelt. Ik beeld me in hoe je de witte naast de gele bloemen schikt, aarzelt, een zwarte roos naar links verplaatst. Balans; dat is wat je zoekt. Tussen kleuren, tussen geuren, tussen ons. Maar een evenwicht dat niet verwelkt, is een evenwicht dat nooit echt bestond. Ik denk aan de bloembollen die ooit ontkiemden in verwarmde serres ver hiervandaan. Het scherpe mes dat de stengels van hun wortels afsneed, de haastige handen die achteloos het eerste stuifmeel weg borstelden. De vaas waaruit jij hen plukte. Het is te laat, mijn lief.

Odile Schmidt

Je vraagt om tien vazen. Alles wat als vaas kan dienen is al in gebruik. Emmers, waterkannen, potten, gieter. Ik bied aan ze langs te brengen en je mag ze lenen zolang als nodig is. Je zucht, neemt er vijf met de fiets mee. Als dat maar goed gaat. Ze zijn van glas. Je zwarte jas ruikt naar zenuwachtig opgestoken sigaretten. 's Middags breng ik de vazen met nog een boeket van onbekenden ergens uit het land. Op het kaartje: 'We willen je een hart onder de riem steken.'

Jan Sluimer

Jouw blik is onuitstaanbaar. De enige bloem die jij mist is de klaproos. Waar haal ik deze vandaan? Velden staan er vol mee maar wanneer is de beste pluk. Het boeket is nog niet af volgens jou. Samen gaan we op jacht naar jouw klaproos. Ik hou het boeket stevig vast totdat jij je favoriete bloem heeft toegevoegd aan het fleurige boeket. Is de klaproos de missing link?

Caty Moerman

Ik weet dat je me proeft, elke dag opnieuw. Mijn adem op je gezicht. Mijn woorden op je tong. Je zilvergroene vingers strelen zacht houtige lijnen, bespelen ritmisch puntige stelen, zoals ik je heb geleerd. Je lippen prevelen klanken, stil, ik hoor ze wel, terwijl je geurende kelken schikt langs donkerrood verlangen. Mijn trilling streelt je zinnen. Mijn herinnering je gemoed.

Elise Coudré

Als kind was ik niet geïnteresseerd, maar je kwam handen te kort. Hoe vaak je me diende te zeggen hoe ik zus of zo moest. Ik begreep jou noch de bloemen niet. Toch nam ik de winkel van je over toen jij te oud werd om je bloemen te laten stralen. Nu je er niet meer bent, denk ik des te meer aan je. Je bloemengeboden gonzen elke dag als mantra’s in mijn oren. Helaas mag jouw levenspassie de mijne niet zijn. Het is voldoende voor me om jouw taal elke dag beter te leren begrijpen.

patrice de meyer

“Je nagels, bah”, zeg je. Ik steek mijn middenvinger op en glimlach. Je kijkt me aan met glanzende ogen. “Ik ben bezorgd om je.” "Bezorgd?" “Ja, je doet raar. Net zoals met die lelie die zogezegd op je adem pakte...” “Ik lag aan de zuurstof, remember?” “En die wol die je moest hebben. Om rozen te haken. In een ziekenhuis! Tjeezes.” “Kanker,” denk ik. “Operatie. Angst. Pijn.” Maar ik zwijg. Weet duizend woorden maar heb geen taal. Xeranthemum, stacice, dianthus...ik schreeuw een hele hortus uit. Wil niet meer aan je denken. Sommige bloemen zijn nu eenmaal rozen. En sommige mensen eikels.

ELVIRA VERSPELT

Je kijkt benauwelijk aandachtig en sensueel toe, zoals je elke les doet. Met jouw ruwe handen help je me, niet erg maar net genoeg om je te voelen. En dan, telkens opnieuw, zie ik die blik afdwalen naar de volgende. Ik prik mezelf, met opzet.

Mireille Michiels

Het boeket groeit, maar wij niet meer. We benoemden samen de dingen, waardoor ze werkelijk werden. We benoemden samen onze gevoelens, waardoor ze wààr werden. We gaven namen aan onze kinderen. We spraken dezelfde taal. Maar je moet minstens met twee zijn om een taal te spreken. Dus nu reciteer ik bloemennamen, in een lange litanie die me de dag helpt doorkomen.

Greet Cuypers

Ik ben in een taalbad gevallen in Honfleur. Daarvoor was ik sprakeloos,nu bedwelmd door een heerlijke geur. Ik waadde dag en nacht door de kleurrijke bloemenzee,tot ikzelf een subtiel parfum verspreidde. Ik kon enkel nog in bloemrijke volzinnen spreken, dus heeft men mij terug sprakeloos gemaakt.

Bauke Vermaas

Uitbollen. Zo noemde jij het. Ik dacht dat je een pauze bedoelde. Een poosje surplace en daarna met hernieuwde kracht verder met onze koers. Maar er was geen verdapperen meer aan. Ik bleek jouw taal nooit goed verteerd te hebben. Je wilde geen pauze, maar rustig uitrollen naar het onvermijdelijke einde. Nu is de koers uit en mag ik de bloemen schikken voor de ronde-miss.

Marie Peters

Maar de rozen zijn al lang verleden tijd. We spreken niet meer dezelfde taal. Als je hier nog komt, is de bloementuil niet meer voor mij. Ik mag het wel samen stellen, dan hoef je daar niet over na te denken. Solidago, Aquilegia en kleurrijke Papavers, ik pluk ze uit hun badje voor een sprekend boeket. Ik geef geen krimp onder jou blikken en voeg papieren harten toe. En beeld me in dat ook zij de taal der bloemen kent.

Theo De Haes

Letters verbloemen zich soms tot melige woorden. Vormen taal, stil en verbaal. Zaden rijzen op, groeien en bloeien of laten zich vermalen tot meel. Proef de woorden. Inhaleer de geuren. Boeken vol woorden tooien zich tegen de wand van mijn geheugen waar geuren van boeketten ronddwalen. Boeken en boeketten tollen en dansen tussen jou en mij.

Elise De Pauw

Niet dat ik me verveel ! Orde scheppen om te kunnen voelen; Ikebana voor de geest. En dat ik je mis, is als kristal. Ik hoop dat je ziet wat ik bedoel wanneer ik je dit boeket cadeau geef.

Michel Schynkel

Later op de dag waai je echt binnen in de bloemenzaak. Daar sta je dan, verbaasd over hoe vaardig mijn handen op zo korte tijd geworden zijn. Je komt achter me en buigt je naar me toe. Terwijl ik doorga met schikken, kus je me in de nek, net onder mijn oor. Ik voel de zachte druk van je lippen en het natte puntje van je tong. Het beroert kortstondig mijn huid. De haartjes daar richten zich op als een blad naar de zon. Ik voel je adem. Dan kom je overeind. ‘Hoe heerlijk’, zeg je. En ik weet niet of je het over mij hebt of over de bloemen. Ik besef dat er nog heel wat talen te leren vallen.

Sofia van Boven

Nieuw blad ritselt bij geboorte. Klaterend water vult onze aderen, geeft stille bloei kracht. Van een afstand worden we vastgepakt. Naarmate het glas zich vult, reiken de handen dichter. Botanici hebben nog nooit een taal zien verdorren. Knoppen, brekend uit de grond, houden herinnering levend. Zo rood als mijn moeder kleuren kan, word ik nooit. Ik meng me liever, verlegen, tussen het spel van bladgroen zonder naam. Opgaan in de menigte én je tegelijkertijd individueel onmisbaar voelen. Precies daartussen kijk ik het liefste naar jou.

Annika Cannaerts

Een stil leven leidde ik hier. Ik keek naar de schilderijen die hij me nagelaten had, naar de stille levenloosheid van de gedode dieren na de jacht. Waarom had hij zoiets geschilderd? Was hij ook op zoek geweest naar stilte? Het laatste schilderij heette ‘Stilleven met bloemen in een glazen vaas op een stenen blad’. Ik zocht de namen van de bloemen op uit die tijd, liep naar buiten en las ze hardop voor tegen de woestijn, om de wanhoop te verdrijven: dagbloem, witte roos, roze roos, tarwe, fluitekruid, rood-witte anjer, trosnarcis, slaapbol, rood-witte tulp, pronkerwt, hondsroos, kamperfoelie.

By Pouffie

Hoe je kijkt hoe ik de volgende roos schik in mijn boeket. Je staat daar met veel interesse naar te staren. Hoe het boeket stilaan groter en groter wordt. Maar opeens ben je weg, verdwenen. Ondertussen krijg ik telefoon. Ik noteer de bestelling en hoor de voordeur opengaan. Na vijf minuten kom ik de winkel binnen. En zie je op dat moment vertrekken met een klein bosje bloemen. Helaba roep ik je nog na. Je kijkt me verschrikt aan en zet het op een lopen. Ik loop nog achter je maar tevergeefs. Ik vergeet het voorval tot op een dag ik je kleine handjes zie grijpen naar een mooie blauwe Hortensia.

Fatiha Berrazi

Jouw vingers liggen in elkaar gestrengeld op een frivool bloemenbedje. Een indringende eucalyptusgeur breekt door, maar de lucht in ’t atelier smaakt anders. Een rozenlied stottert ietwat verlegen. Op de tast naar jouw handen zie ik een laag onkruid die zich tussen ons in heeft genesteld, bijna ontastbaar maar toch scherp en grillig als een doorn. Je weet het hé, Baccaratrozen zijn mijn favoriet, maar brandnetels hebben hen overwoekerd. Het is zoals met neologismen en archaïsmen. Iemand moet het spit delven. De stevigheid van het boeket bezwijkt onder routine. We hebben nood aan compost.

Annick Lanciers

Je ogen priemen donker naar het kleurige boeket in mijn handen. Ook jij leert elke dag een andere naam. Je mond spuwt taraxacum officinale terwijl je de paardenbloem combineert met galium aparine en cirsium arvense. “Kleefkruid en akkerdistel”, bijt je me toe, “op een bedje van urtica dioica, de grote brandnetel.” En om alles af te maken schenk je mij de zoetste wolfskers, stopt ze in mijn mond en kust hem dicht. “Atropa belladonna”, fluister je terwijl ik in je armen neerzijg.

Ann Janssens

Jij nam me mee in een wereld waar bloemen de regie overnamen. Waar ik betekenis moest zoeken, niet in jouw woorden, dan wel in de taal van bloemen die je te pas en te onpas op mijn pad strooide. Ruzies werden beslecht, feestelijke momenten beklonken. Discussies werden een halt toegeroepen, liefde en passie monddood gemaakt. Niet door stromen van woorden, gebaren of vingerwijzingen. Neen, uitsluitend door kleuren en kruiden, bloemen als groteske symbolen. Op een dag nam ik afscheid van je. Stelde een boeket samen van Lathyrus en Lisianthus, een geknakte roos en enkele takjes Myosotis...

Week 3

Je bent wat je niet bent. Illuminatie door eliminatie. Ik begin te vrezen dat mijn grootste talent in dit leven erin bestaat om snel te zijn, zo snel dat ik mijn echte talenten niet kan ontdekken. Misschien maak ik wel nog veel te veel mee en zou ik er beter aan doen om belangrijke gebeurtenissen, persoonlijke ontmoetingen en zware gedachten stelselmatig te elimineren. De meest intelligente mens beweegt geen centimeter meer. Hij gaat op in het licht dat uit zijn schaduw is ontstaan.
--
Bavo Dhooge

Odile Schmidt

Mijn schaduw valt op de as. Te traag doe ik een stap naar achteren. Ik ben wie ik niet ben, de antisemiet die een jas draagt alsof ik de kroning ben op de schepping. Ik wil hem uitdoen, mezelf ontdoen van wie ik ben maar ik kies afschuw en wie ik ben ondergaat mijn afschuw en zijn hart begint opnieuw te kloppen en ik denk me de meest domme vrouw die ik kan zijn en laf. Ik wil onschuldig zijn maar raak verstrikt in mijn raden. Ik leen mijn liefde die klein is, beperkt. Afschuw en schaduw rijmen. Ik vergis me, het is Nietzsche niet. Excuses.

Justine Declerck

Ik wil meer en juist minder. Een maatschappelijke druk, die verwacht dat we presteren. We willen allemaal de beste zijn. Uitblinken. Alsof de schreeuw over ongelijkheid de revue buiten wandelt. Opzoek naar mijn kunnen. Elimineren. Ik loop mezelf voorbij. Aan het eind van de gang dooft het licht langzaam uit. Mijn talent zwaait me toe. Te laat. Hij gaat op in de schaduw van zijn talent, dat verdween met het licht. Je zag wat je had kunnen zijn.

Gerard Scharn

Tussen roependen in de woestijn herken ik mijn stem schor van het schreeuwen en de zware shag. Op de achtergrond zingt een koor van roestige castraten psalmen op hele noten. De tijd staat stil of aarzelt. Met de zon in het zenith lossen schaduwen op.

Sascha Beernaert

Ik vouw je ontelbare keren tot de origami creatie die je ooit was. Het dunne papier weegt zwaarder, nu het zich door klamme vingers van hand tot verplaatst. Een vis, een vogel: uit verwachtingen maak je de mooiste creaties - een oefening in geduld geeft de meeste voldoening. Ik plooi de tranen uit je ogen, schrijf onze namen in spiegelschrift met de pennen van je gebroken vleugels. Woorden die helen blijven langer voelbaar. Op een dag lukt het mij, krijg ik je weer in elkaar. Weet dan dat ik het bordje ‘gesloten’ voor mijn huis laat hangen, we samen kunnen verdwijnen langs de achterdeur.

Johan Redant

Ons lot ligt besloten in het paradigma van de grot, onze schaduw werp zichzelf vooruit in oneindige onwetendheid en toch is zij meer begaan met de werkelijkheid dan het licht dat ons verblindt in ons tijdelijk bestaan. Dat schisma kunnen wij niet verhullen, er is geen remedie voor. Ons zoeken eindigt altijd in de roerloze armen van Persephone en zij die daar verlichting vinden, schroeit het mysterie van Eleusis onherroepelijk de lippen dicht.

Nil Leman

Als een zilveren lint slingert het beekje langs de oevers, rustig vliedend hier, in sneltempo verderop. Wat gebeuren moet, gebeurt. Waar het water aarde ontmoet, ontspringt leven. De gedachten van de dichter ontluiken mee. Waar het water stil staat, wordt het gif. Stilstand is de dood.

Greet Cuypers

Op mijn imaginaire berg,liefst met zicht op veel olijfbomen en zee,zijn alleen de zuiveren van hart welkom. De wereld snelt voorbij,maar het raakt me niet. De boosheid neemt de overhand,maar ik laat ze niet binnenkomen. De samenhorigheid verdrinkt in geldstromen,maar ik zwem gestaag verder in het heldere water. Hier heerst enkel harmonie.

Mireille Michiels

Ik wil het niet meer nodig hebben om als een draaitol door de wereld te spiralen. Ik wil de bomen zachtjes horen fluisteren in een taal die ik niet hoef te verstaan. Gewoon horen en niet luisteren. Gewoon zien en niet kijken. Ik wil niet voortdurend blijven zoeken, al hoop ik nog steeds mezelf te vinden. Ik wil het leven niet verloochenen. Maar ik moet leren zo nu en dan alleen te zijn. Ik moet leren zo nu en dan alleen te ZIJN.

Caty Moerman

Ik kan niet zeggen dat ik ooit langer dan een seconde heb stilgestaan, al was het maar om te ademen. Tijd is essentieel. Een trilling die zich niet door het licht laat vangen. Misschien moet ik mij maar berusten in het feit dat ik geen geweldige inzichten, innerlijke stilte of zorgeloze gelukzaligheid zal ervaren. Ik ben slechts een weerspiegeling van wat ik niet ben. Niet eens een schaduw van mezelf.

Lene Dos

Ik wil dood zijn en beginnen. Een bleke, schone lei. Doof de lamp, verscheur die idiote postzegels en foto’s van slavinnen. Ik ben wat jij bezet in mij .

Hanne Lemahieu

Het helderste licht schijnt enkel in onze hersenpan op die verlossende momenten dat we door de bomen het bos weer zien.

Céline Smans

Ik ben het wezenlijke van het zijn. Dat wat is, is omdat ik het ben. Als een doorgedraaide metafysica leg ik mijn hand op je schouder. Dan ben ik niet, maar bij jou wel. Samen, in volle transcendentale schijn, willen we niet meer zijn.

Inge Van Camp

Opgejaagd en bang raas ik verder als een op hol geslagen trein. Bestemming: Mortem. Luid kreunend wil ik me van mijn zware lasten ontdoen. Tussen willen en kunnen ligt soms een vage grens en soms ook niet. Lichter wil ik verder gaan. Verder zonder stil te staan. Die schaduw maakt me bang. Moedig kijk ik hem aan. Nu kan ik rustig ver(der)gaan.

Bram Trachet

Wat je niet bent, kan je niet zijn. Te veel licht verblindt; de Illuminati waren sekteleden. Onontgonnen talenten zijn onuitgesproken complimenten. Complimenten zijn ontmoetingen, ontmoetingen leiden tot gedachten. Gedachten zijn de enige gebeurtenissen die ertoe doen. Wie denkt de ander te kunnen bannen, wist langzaam maar zeker zichzelf uit. Een mens die geen centimeter meer beweegt, kan enkel zichzelf nog troosten. Hij gaat zodanig op in zijn eigen schaduw dat hij vergeet waar het licht oorspronkelijk vandaan kwam.

Lief Cuypers

Struikelen is ook snel voortbewegen in de race van weer een dag vol hindernissen en ademnood. Het daglicht valt weg in mijn ooghoek en een warme overlevingsgloed kruipt omhoog naar de laatste seconden van bewust zijn.

Hadewijch Van Hove

Als ik ze dit vertel, zouden ze dan onder de indruk zijn? Zouden ze begrijpen waarom ik de lessen niet meer volg, mijn cursussen onaangeroerd blijven, waarom ik me niet kan verliezen in het bereiden van gezonde voeding en genoodzaakt ben de economie van het deliveryfood te steunen? Zouden ze, in deze cruciale jaren van mijn leven, aan mijn zijde staan bij mijn moeizame weg naar volwassen intelligentie? En vooral, zouden ze dan mijn zakgeld verhogen?

Tim Roose

Beetje bij beetje worden herinneringen gewist. Afasie, agnosie, apraxie, depressie. Het licht gaat uit, schaduw. Ik word weer wie ik was.

Lode Van Wabeke

Hij ontledigt zichzelf van nutteloze gedachten, eindeloze woordenstromen en dagelijkse rommelige beelden. Hij graaft, gooit weg, stapelt in afwachting. Leidt alles naar één punt, trekt naar zich toe. Neemt afstand en puurt uit wat hij overschouwt een zuiver bestaan, brengt een peilloze orde in de chaos. Laat alles achter zich, kijkt niet meer om. Glimlacht. Is weldra niet meer wat hij daarnet nog was.

Gianfranco miglionico

Ik ben een hond dat is vastgeketend en soms van eigenaar verandert. Een mier dat zijn weg volgt naar de suiker, voedsel voor het kamp. Ik ben een drukke dromer. Je lacht en zegt dat het niets uitmaakt. Jij lacht en zegt, 'Ik heb geen vrienden.' Je lachend huil je tranen weg. We zijn beide eenzame rupsen, verwikkeld in een cocon. Onzeker of de echte wereld zich buiten of binnen afspeelt. We vragen ons af wanneer wij zullen vlinderen.

Hans Fraeyman

Ik heb in mezelf gesneden. Eerst flinterdun. Daarna koelbloedig met diepe steken. Toen het lemmet stootte op grote leegte bleef ik ook naakt overeind. Ontdaan van alle rollen in het leven heb ik toen mijn moordenaarshanden voor deze van een kunstenaar geruild. Hij is het die nu willekeurig inpast wat aan vaste vorm werd ontleend.

Kathleen Verbiest

Ik ben het negatief van jouw gedachtegangen. De beweeglijke onderbuik van jouw statische intelligentie. De yang vastgeklonken in jouw yin: je blijft in mij hangen en ik trek je naar beneden in de diepte van alles wat je bent maar in je voortvluchtigheid niet wil zien. Wie zijn eigen verlichting zo zwaar inschat, mag het duister niet te licht opvatten.

Enea Punt

Schrap wat past en je hebt mij. Ik ben wat er overblijft als je alles wat ik niet ben optelt: niet getrouwd, niet verloofd, niet verliefd, niet geliefd, niet verontwaardigd, niet waardig, niet abstract, niet ondubbelzinnig en al zeker niet ondubbelzinnig stellig, niet verslaafd, niet eens onder invloed en niet invloedrijk. Vaak is het meer wat het niet is dan wat het wel is. Vroeger geloofde ik dat kennis me zou bevrijden, maar hoe langer ik besta, hoe vaster ik gevangen geraak in eindeloze kanttekeningen bij mijn eigen tekst. Instinctmatig blijf ik hollen, mijn schaduw en het licht voorbij.

Bas Tuurder

Alles is en niet, tegelijk. Zeg je. En het zal wel. Zeg je. Morgenvroeg ga ik op de pot zitten. Persen. Morgen ga ik naar het werk. Persen. Morgen pers ik eten aan mijn maag in op diezelfde tafel waar ik mijn lul aan mijn vrouw inpers, en moe maar voldaan val ik dan morgenavond in slaap. Zonder droom van iemand anders die het in mijn plaats zou doen. Anders. Zeg je. Beter. Zeg je. Het zal wel. Zeg je. Van iemand met een leven na de dood heb ik nog nooit gehoord dat het alles is. En niet. Tegelijk.

Annika Cannaerts

Ik elimineer mijn onderdelen: wie ben ik als ik geen tennisser ben, geen journalist, geen scenarist, geen schrijver? Ik ben er nog. Nee, ik ben er nog niet. Ik fileer verder: wie ben ik als ik geen zoon ben, geen vriend, geen partner, geen vader? Ik ben er nog. Ik ben diegene die elimineert, een voor een de spotlichten uitknipt. Voorzichtig zet ik mijn eerste stap.

patrice de meyer

Die snelheid heeft zich sluipend ontwikkeld. Zoals bij die rit in Duitsland, als ik vaststel dat ik 140 rijd en in een reflex op de rem duw. Een vrachtwagen walst bijna over me. Wanneer alles om je heen raast, lijk je te kruipen. De uitweg?エミリメート. Elimineren is Japans tegenwoordig. Kiezen voor lichtheid. Maar wil ik dit wel? Is duisternis niet net vertragend? Ik leg mijn handen op het toetsenbord. Woorden vloeien uit mijn vingertoppen. Woorden over belangrijke gebeurtenissen, persoonlijke ontmoetingen. Gekruid met zware gedachten. Ik besluit dat ik nooit de slimste mens wil zijn.

Bas Hoofd

De keerzijde van al dat elimineren is dat je innerlijk sterft terwijl je lichaam nog leeft. Daarom doe ik het niet meer. Je bent bovenal wat je in wezen bent. Met je gedachten, handelingen en emoties. Dan ben ik maar wat minder intelligent en soms wat angstig, maar ik wil voelen dat ik leef. Dus licht ik met mijn woorden het alledaagse op en beweeg daarmee zelfs die intelligentste mens. Dat hoop ik tenminste oprecht. Opdat ook hij zijn schaduw voor even vergeet. En daarom haast ik mij, maar wel zo langzaam als ik kan.

Valerie Delvoie

Misschien is het maandag. Misschien ontmoet ik jou. Of juist niet. Jij bent de vriend van een vriendin. We bedrijven de liefde in jullie huis, op jullie bank. Een lichtpuntje. De afspraak om er niks over te zeggen is snel gemaakt. En nog sneller verbroken. Ik neem mijn zus in vertrouwen en jij vertelt het je vriendin. Jullie blijven bij elkaar. Je vriendin wil me nu nooit meer spreken. Jou kom ik nog weleens tegen. Dan wisselen we wat beleefdheden uit.

Wim De Vos

Jij bent wat je moet zijn. Elimineren wat je niet bent, dat is veel werk en het loopt traag. Beter zijn wie je bent dan niet zijn wie je niet bent, dacht ik. Het is geen talent om je talent voorbij te snellen. Je ziet de inertie als een zegen. Maar de versnelling noch de traagheid kunnen helen. Je weet dat enkel de echte stilstand geen verlangen in zich heeft. Verlangen naar al wat je zegt: in belang, in ontmoeten, in gedachten. Het is het elimineren van verlangen, dát is hoe het licht uit de schaduw ontstaat. De mens is steeds op zoek naar een dag zonder verlangen.

Anne-Mie Knaepen

Wat had ik dan gedacht? Mijn talent ontdekken, er zelfs plezier in vinden en dan, alsof het vanzelfsprekend was, geliefd en aanbeden te worden? Ik kan dan wel in mijn licht staan, verlost van mijn schaduwrijke gedachten. In dat licht daar waar iedereen zijn schaduw wil achterlaten. Stilstaande, zoals het intelligente mensen betaamt, toch viel ik nog steeds niet op. Zelfs daar was ik niet origineel. Tot de vraag die ik me nooit stelde zomaar uit mijn mond kwam: “Waarom zoek ik steeds waar ik niet vinden zal?” …

Sofia van Boven

Ik zie wat jij niet ziet. Schittering in botsend raakvlak. Ik besef dat het langste geduld de file afwacht, wacht totdat het blik is doorgedraafd. Ik zou nog verder willen kijken, zien hoe de geluidsgolven buigen, krommen en vluchten naar onbekende oorden. Ons volle bestaan berust op waarneming. Achter je wimpers voltrekt zich telkens een nieuwe dageraad.

Ine Moreels

Maar ik buig als een rietje onder het gewicht van maatschappelijke druk en sociale verplichtingen. Ik besluit een andere weg in te slaan. Ik kieper mijn bagage over de prikkeldraad, enkel het kind dat ik ooit was reist verder met me mee. Als een slaapwandelaar schuifel ik nu langs de schaduwzijde van het leven, op zoek naar sluimerende dromen en verborgen talenten.

Marie Peters

Schitteren in onzichtbaarheid. Met een snelheid groter dan die van het licht zou ik dan best alle intelligentie opzuigen en in het licht daarvan al het alledaagse, het persoonlijke en het emotionele afstoten. Onbeweegelijk de dingen in beweging zetten. Ik zou genoeg hebben aan het aura van mijn intelligentie.

Christa Van Acker

Snel zijn, sneller zijn dan het licht, een lichtflits en het is voorbij tot je tijd zich omvouwt tot oud zijn en de wanen en illusies voorbijgestreefd zijn. Vervluchtigd en weggeflitst in ijdele gedachten. De tijd heeft stenen gelegd op het wegwaaiend blad. Uit zijn zotte vaart gehaald en verzwaard met feiten en ondervindingen. Soms licht, andere zwaar, teruggebracht tot het eigen ik en het in wezen onbelangrijk zijn voor anderen hun snelheid en illusionaire gedachten wanen.

Annick Lanciers

Misschien maak ik niks meer mee. Aan het eind van de tunnel zie ik het licht dat uit mijn schaduw is ontstaan maar de zwaarte van mijn zijn, laat me niet los. Traag onder het gewicht van mijn vermeende belangrijkheid, verstoken van elke vorm van talent. Kwakend als een kikker, mezelf opblazend, veel groter dan ik eigenlijk ben. Tollend rond mijn eigen lege kern, raak ik steeds verder verwijderd van dat felle licht.

christine kenis

Ik ben wat ik niet ben. Wie dan ben ik? Wat ben ik niet? Illuminatie door eliminatie. Graaf diep. Elimineer de wortel, niet alleen de takken. Wie is het ik dat vreest? Twijfelt? En wie is het ik dat denkt, dat doet, dat wil? Wat als het grootste talent erin bestaat dit schimmige, kleine, veranderlijke ik met wortel en tak uit te roeien. Wat als dit de snelste weg is naar het licht. Ik Ben Wat Is. Eenvoud.

Wendy Caris

Overschotten, daar moest ik het mee doen. Uitgedeeld en laatste in de rij. De verlichting was al uit, de deuren piepten in hun hengsels, de krik en krak in het slot lagen in de lijn van mijn verwachting. Gelukkig keek de deurwaarder om de hoek voor hij de loterij sloot en oordeelde dat alles naar regel en recht zijn verloop had gekend. Ik verzette geen poot tussen schaduw en licht en grinnikte in mijn vuistje. Ik sta als eerste in de rij, laat de horde maar komen.

Theo De Haes

Toe-komst ! Later, later. Doe me nog wat water, in de wijn. Verwaterd, go with the flow en laat je maar drijven met de stroom. Mee stroomafwaarts, bergaf, steeds verder van het begin af. Met moeite nog bewegend. Moe, doodlopend tot stilstand. In rechte lijn naar het einde toe. Onzichtbaar in de verte vermoed licht.

Annette Akkerman

Hij doet als de wijze en kiest voor het niets. Er wordt te veel waarde gehecht aan snelheid, ervaringen en ontmoetingen. De enige ontmoeting die telt, is die met jezelf. De persoon die je bent of niet bent. Een waar mens doet geen stap te veel. Die beschouwt elke beweging als overbodig. Die trekt zich terug in een grot zoals Plato beschreef in zijn allegorie of neemt plaats onder een boom zoals Siddhartha Gautama. Voor hij het weet ziet hij het licht en transformeert van schaduw naar verlichting.

Michel Schynkel

Jezus, man! Get a life! Ik durf te wedden dat zelfs je schaduw nog bekakt ruikt. Hoe kom je er bij dat je te snel bent om je talenten te ontdekken? Volgens mij ken je niet eens het verschil tussen een hamer en een tang. Weet je wat Schopenhauer daarover zei? Juist, ja, dat is jouw probleem. Een mens hoort zo’n dingen niet te weten, want dat soort wijsheden helpen je geen meter vooruit. Luister, laat ik jou een goede raad geven: gebruik steeds een condoom. Of als je het echt niet laten kunt: schrijf een boek. Op zich ook een manier om zonder te bewegen iets mee te maken.

Frederick Bruneel

Zo licht als lucht ontaard je. Een briesje zonder verleden, geen enkele afdruk achterlatend. Doorzichtig als het licht dat je heeft opgelost. Je bent wat je in dit leven het meest vreesde: niets. Te snel om te voelen, om te beroeren. Je tranen verdampen voordat ze zich kunnen vormen. Niemand ziet wie je bent geworden. Ik dacht ooit dat het loskoppelen van het complexe dat het leven is, me zou bevrijden van mezelf. Eenvoud als ultiem verlichtend concept. Nu ervaar ik dat het net enkel die traag over de aarde slepende schaduw is die jou in het licht kan zetten. Geen licht zonder gewicht.

Ann Janssens

Laat me toe je erop te wijzen dat je door je voortstuwende snelheid en je drang om te elimeneren voorbijholt aan je eigen schaduw. Je struikelt over voorbije momenten. Ontmoetingen versnipperen. Medemensen lossen op in een geschiedenis. Jouw geschiedenis. Die zichzelf bijeenhoudt door flarden van denkbeelden, scherven beschouwingen, rafelige reflecties. Waardoor jouw heden en verleden - vroeg of laat - dreigt uiteen te vallen in een onderbelichte existentie. Zodat je niet langer bent wat je bent. Of zelfs maar bent wat je niet bent. Maar gewoonweg niet bestaat...

Ann Janssens

Laat me toe je erop te wijzen dat je door je voortstuwende snelheid en je drang om te elimeneren voorbijholt aan je eigen schaduw. Je struikelt over voorbije momenten. Ontmoetingen versnipperen. Medemensen lossen op in een geschiedenis. Jouw geschiedenis. Die zichzelf bijeenhoudt door flarden van denkbeelden, scherven beschouwingen, rafelige reflecties. Waardoor jouw heden en verleden - vroeg of laat - dreigen uiteen te vallen in een onderbelichte existentie. Zodat je niet langer bent wat je bent. Of zelfs maar bent wat je niet bent. Maar gewoonweg niet bestaat...

Stijn Lauwers

Waarnemer van lichtheid en gutsende schijn, gesterkt door je hoogmoed van binnen, of beter, de wanhoop der dingen, elimineer ze, ontdoe je van hun venijn. Van je grootste talent rest straks slechts een gave van niets. En als een nachtpauwoog, groot, welhaast verafgood tot verzinnelijkte verspreider van verval, vlinder je van dag naar nacht. De metamorfose tot stof die daar nog wacht. En eindig je als schim. Aandoenlijk, maar slim.

Iris Wynants

Je deed nooit de moeite me te zien voor wie ik echt was. Sprak over me als was ik een zeldzaam dier, zo met uitsterven bedreigd dat verder onderzoek geen zin meer had. In een uithoek van je gedachten overleefde ik. Vouwde me zo vaak naar binnen dat ik een donkere vlek werd waarin ook mijn omgeving verdween. Beetje bij beetje kwam ik zo dicht bij niets dat ik alles werd.

Marieke Genard

Misschien kan je maar worden door puur te zijn. Want vlucht je niet vooral voor jezelf? Dan is vluchten je talent. Kan je ook langzaam vluchten? Traag onder de oppervlakkigheid duiken? Je laten drijven tot de essentie op de bodem zinkt? Een onderzeese stofwolk maken? Dan zal de straal je dansend illumineren tot ze uiteenvalt en door het alwetend stof wordt opgeslokt.

Thalia DC

Wie zijt gij, baken der licht. Uw stralen verblinden mijn zicht. Gij, die anderen in beweging zet. Bent gij al bezet? Zoek licht in uw schaduw. Laat u zien, wees niet schuw. Wijsheid vergaart ge door te bewegen, net in de momenten met veel wind tegen.

Week 2

Ik zie de contouren van wie jij had kunnen zijn. Ik duw je weg. Ik vraag me af of ik het ooit zal kunnen begrijpen. Of ik ooit een vraag minder, een antwoord meer. Ik speur naar motief in de lijnen van je huid. Ik scheur. Het verlangen, kleur zover je blik reikt. Draaien, draaien, draaien. Loslaten, vallen. Twee handen, het liefst een omhelzing.
--
Amina Belorf

Bas Tuurder

We liggen daar maar. Mens en homp ik en homp jij, en toch niet al dat vlees door mekaar, voor mekaar, in mekaar. Raken we alleen onszelf aan. Tasten de randen af wie hier wie voelt. Dan jij niet ik, ik niet jij, wij hebben elkaar zo gekend. Eerst en laatst.

Sascha Beernaert

Onder de deken speur ik naar liefdesvijvers. Echte passie verdrinkt nooit, zelfs met littekens blijf je drijven. De tatoeages op de linkerhelft van je lichaam hellen naar de andere kant over. Ik onderlijn ze met denkbeeldige vingers, maak een streep onder de tepel waar een dorstig roodborstje zich komt laven. Er kleven stukjes van jouw ziel onder mijn nagels, zo diep zit je, haast onzichtbaar, maar ik blijf graven, met kloven, bloed, wintervingers: niets kan mij weerhouden. Soms zijn er wisseldagen waarop onze verlangens vervriezen. Het liefst van al smelt ik dan in jouw aanwezigheid.

ANITA LAMPAERT

Of tenminste een blik. Een schouder die overhelt. Ik neig naar voren. Een nieuwe dag, een oud zicht, opnieuw. Hopen, hopen, hopen. Reiken, redden.

Gèry De Keyser

Babylonem toen de mens en zijn vrouw God, na de zondvloed kregen zij zonen. Want door hen is de aarde vol onrecht. Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. De HEER, zonen van Jafet: ik ga hen vernietigen, toen de mensen in oostelijke richting trokken, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, Gomer, en de aarde erbij. Kwamen ze in Scigineer bij een vlakte, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Magog, maak jij nu een ark van pijnboomhout. En daar vestigden ze zich.

Cédric Raskin

Vreemd hoe vallen voelt als vliegen. Tijdloos zweef je in mijn lucht. Blaas ik jou wolkjes, kleine dolkjes, scherpe lieve woordjes toe. Je valt, ik voel, je vliegt plots snel. Ik hou voor jou mijn adem in. Leg de matras klaar, land maar zacht. Ik droom, jij weet, heb me bedacht. Hier kom je, knal je, wat een haast. Zeg ik hallo, val jij ernaast.

Hanne Lemahieu

Je keert je af. Vochtige grijze ogen die je van je moeder kreeg kijken naar je vader die ik evenzeer liefheb als jij. Je gespannen rug kijkt mij aan doorheen lange haren als een waterval zwart als niets.

Tim Roose

Uiteindelijk is het niet jouw fout dat de man die ik weiger vader te noemen mij verkracht heeft.

Lode Van Wabeke

Terwijl ik probeer je dichter tegen me aan te trekken duw ik je verder weg. Ik weet het niet meer. Ik weet niets meer. Het lijkt op een belachelijk houvast, maar ik knoop onze kleren die op de grond liggen aan elkaar, een lang kluwen van stoffelijkheid zichtbaar met elkaar verbonden. Het is mijn diepste wens iets tastbaars van ons samen te zien, hard gekneveld, onverbiddelijk in strengen tussen elkaar gekneld. Ik zoek een raam om het bungelend naar buiten te gooien, een mogelijkheid van bestaan, een soort van ontsnapping, tegen beter weten in.

M N

Een omhelzing die nooit zal komen. Het noodlot rukte je van mij weg en ik weet dat hoe hard ik het ook wens, hoe levensecht ik het me ook inbeeld, jij zal vervagen samen met de rest van deze droom, niets meer dan een verlangen, een idee, een wens, terug gescheiden van deze wereld, van mijn wereld, door de grens die we allen één maal moeten overschrijden in ons leven. Deze dromen vervloek ik - kleine voorsmaakjes van hoe het zal zijn als we weer samen zijn, de oneindigheid afwachtend. De oneindigheid, die nog altijd veel te kort zal duren.

Valérie Delvoie

Je hebt me verkeerd begrepen. Je stem en je vingers - zo warm, zo levend - volgen het verkeerde spoor. Hier vind je me niet. Ook niet aan het uiteinde van dit touw. En ook niet. Dit alles is slechts schijn. Die Franse kunstenares - ze heet Sophie Calle. Ze deed een project:"The sleepers". Wildvreemden sliepen in haar bed en zij fotografeerde hen. Is het niet toepasselijk dat ik me boven een bed verhing? Kom, kijk weg voor ik onder mijn eigen gewicht bezwijk. En rust uit. Slaap desnoods.

Gerard Scharn

Ik ben de schaduw waarmee je danst in de spiegelzalen van je fantasie, een transgender zonder kleur die perfect je stappen volgt en meeademt in het ritme van de dans. Mijn vel is strak en past perfect en laat zich door jou niet scheuren.

Nil Leman

Je woorden loeien als de wind, die zich rond alle contouren draait, die de lijnen volgt en openingen zoekt. Helaas, hij vindt geen motieven langs de buitenkant. De antwoorden zitten geborgen in het wezen der dingen.

Bram Trachet

Ik voel de essentie van wie jij ooit was. Ik trek je naar me toe. Ik weet dat je het nooit zal kunnen begrijpen. Dat ik altijd een vraag te veel, een antwoord te weinig. Je volgt de lijnen in het motief van mijn hand. Twee worden een. De afgrond, zwart en veel te dichtbij. Weglopen, wegglijden, wegkijken. Vastnemen, niet bewegen. Een vinger, alsjeblieft geen vuist.

Bas Hoofd

Maar ze tekenen mijn polsen en hals. Kleuren, kleuren, kleuren. Een laatste keer. Ik geef alleen nog om hoe het had kunnen zijn. Ik geef je aan. Morgen.

gianfranco miglionico

Het is een voltijdse dagbesteding, dat dromen. Ik droom over alles behalve het hier en nu. In je ogen zie ik mezelf naar me kijken. Je bent een spiegel die me naakt doet lijken. Blijken, lijken, schijnen. Je bent een schilderij, ik ben een tekening. Samen zijn we hoogstens een ruwe schets van wat nooit heeft mogen zijn. Toch blijf ik dromen.

Johan Redant

Maar ik kijk niet meer naar je uit. Onze handen hebben alleen maar naar zichzelf gegrepen. Graaiend, graaiend, graaiend. Mijn troost werd uitgewist als de hoopjes van de zeepier op het toen nog droge strand. Zelfs met verstand kan men uit de liefde geen lering trekken. Het kolken van de zee is niet met zandkastelen te bevolken. Ik vraag je. Ik daag je. Ik maak me klaar om weg te gaan. Zonder antwoord. Zonder leeflijn. Ballonnen vliegen. Maar niet zonder iemands adem los te laten.

Elvira Verspelt

Het bereik van intensiteit is eindig. Jouw stem onderdrukt mijn ruis. Ik ben blind en toch sta ik je aan te staren, als een grootmeester die worstelt met een zelfportret. Ik reik naar. Ik deins terug. Ik vermoed dat de bomen intussen hun bladeren lossen, onherroepelijk en evident. Waarom hoor je mij niet? We gaan de verkeerde kant uit.

Odile Schmidt

De antwoorden kwamen op het slechtste moment denkbaar. Mijn kinderen waren op de roulettetafel van het toeval en de croupier vroeg om mijn woord. Alles of niets. Ik gooide de tafel om, greep ze voor zijn neus weg waardoor de val onafwendbaar was. Ik had moeten vertrouwen in de grenzen van Psalm 9 en de barmhartigheid. Ik stribbelde de strik vast in plaats van missen. Ik verloor mijn huis, mijn man, mijn computer en mijn gezond verstand. Onveilig was de supermarkt waar ik doolde als de dwaas van het spel, griste melk, honing en verdriet van de schappen. Nog had ik iets te geven.

Christa Van Acker

Niet te vatten, niet te begrijpen. Jij bent jij, ik ben ik, denken zoals jij kan ik niet. Je gedachten lezen ook niet. Je houdt je ziel gesloten. Wil niet gevangen worden, niet begrepen worden. De demonen in je hoofd, je diepste verlangens, je afkeer en je haat. Je houdt ze diep verborgen. En ik moet loslaten, voor mezelf kiezen omdat er geen verbondenheid is, niet gewild is, niet mogelijk is. Dit klikt niet, dit heeft geen goede kant, geen toekomst. Loslaten en verder gaan waar en met wie het leven leefbaar is. Dag en tot ziens.

Taeke Van Lotharingen

Je zoekt een vorm, een vlak waartegen je mag botsen. In de ontmoeting wil je mij leren kennen. Spreek je met dezelfde betekenis achter de woorden of klinken ze vreemd? Een harmonie vraagt vele stemmen, door elkaar, verstrengeld, versterkend. Zing, hum, brom. Je ik in een draagdoek. Wij zijn niet dissonant.

Lies Vervloet

Je kijkt me aan ik zie in jouw ogen - onvervulbaar verlangen, vragen zonder antwoord. Ik kan niet zijn wie jij verwacht. Ik heb nooit gezegd dat ik van jou zou kunnen houden.

Hadewijch Van Hove

Heel zachtjes, een laatste keer. Ze nemen je mee. Een lege schoot is wat me rest. Het moment dat wij twee zouden worden, hield je op te bestaan. Nooit zal ik nog worden wie ik had kunnen zijn.

Justine Declerck

Daar sta ik dan voor de spiegel. Poedelnaakt. Smachtend naar jou geur, die mijn lichaam overneemt. Vervult met herinneringen van wie je was. Wat overblijft is een vervlogen verlangen. Ik bewandel het pad van je contouren, opzoek naar de redelijkheid. Ik kijk recht in mijn ogen. Recht door mezelf. Ik kijk door de walging heen. Daar sta ik. Zie je me? Helemaal alleen. Ik adem mezelf uit.

Caty Moerman

Maar je armen zijn koud, je woorden des te meer. Ik verbaas me over de diepte van je ogen. Of ik ooit nog zal kunnen verdrinken, in de echo van je ziel. Ik schreeuw. Je naam weergalmt in eindeloze nachten. Je schaduw achtervolgt me, kruipt in alles wat ik doe. Rennen, rennen, rennen. Springen, zweven. Ik val, dieper dan ooit.

Annette Akkerman

Ik. Ik. Ik. Of. Ik. Ik. Het verlangen. Draaien. Loslaten. Twee handen. Er is geen plaats voor mij, een druppel in een lege plas.

Wim De Vos

Jij was al wie je moest worden, ik moest het nog worden. Dacht jij van niet? Uit distelzaad groeit niets anders dan een distel. Het was niet dat wij niet samen hoorden. Ik de distel en jij de roos en met die doorns haakten we in elkaar. Maar niemand wil een distel zien dansen met een roos. Dacht jij van wel? Dat is de reden, het motief, het verlangen. Meer ís er niet te begrijpen. Zoek geen contouren, stel niet te veel vragen, het zit eenvoudiger in elkaar: doorns die in elkaar haken, handen die gaan bidden, lijven die omhelzen en weer loslaten. Meer is er niet. Jij dacht van wel.

Lief Cuypers

Geboorte geeft de vrouw voldoening door het vlees. Het broze bot dat kraakt en toegeeft aan het dringen. Een liefde zonder eind maar met een duidelijk begin van leven na het leven na het vechten met de vijand binnenin.

Mireille Michiels

Als een derwisj tol ik om mijn as. Ik hoop, ik hunker, ik spreid de vingers van mijn handen, tastend, in de hoop jou te vinden. Maar in deze draaikolk verlies ik alleen mezelf. Ik kneedde wie ik was tot wie jij wou dat ik was. Ik boetseerde ONS, tegen beter weten in. Maar enkel mijn twee handen waren niet genoeg.

Martin Joly

De steen in de spiegel gaf enkel scherven met daartussen een doolhof van het verleden. Laat mij verdwalen in morgen, elke steen omhelzen tot ik verdwijn in de horizont.

Ine Moreels

Als een vraagteken kruip je tegen me aan, alsof je stiekem hoopt dat ik het antwoord ben. Ik scheur me los. Mijn losse eindjes versnipperd in het avondrood, mijn verlangen versmoord, jouw standbeeld neergehaald. Ik bewandel het pad van de vrijheid. Ik zoek de wegwijzers achter een sluier van tranen. Niet omkijken, fluister ik mezelf toe.

Elise De Pauw

Nooit vroeg ik me af of ik je wel waard was. Ijl is het oord waar we elkaar ontmoetten en dik van volheid. Ademen moet met aandacht want bij iedere poging tot temmen in de kiem gesmoord.

By Pouffie

Verloren in de nacht sta ik aan je ziekenhuisbed. Je huid voelt nog lauw aan. Zonet ben je de nacht ingegleden zonder afscheid van ons te nemen. Op weg naar wie zal het zeggen, je zus Zoë die 1 jaar eerder gestorven was. Naar moemoe en vava en al die andere sterren aan de hemel die op je zitten te wachten. Weet ik veel. Waarom verlaat je ons eigenlijk ? Iedereen zei:'maar die ziet er nog zo goed uit'. Je bobijntje was op, doodmoe. Maar de kanker sloop langzaam binnen in je lichaam. Zes maand bleek uiteindelijk er nog 1 te zijn. Ik pak je nog een allerlaatste keer vast. Hey Pa, ik mis je xxx

Marion Aussems

Ik lees de vragen in je ogen. Het beeld dat je van me maakt, is minder dat ik ben. Ik wentel me niet langer. Ik keer om. Terug naar wie ik was voor jij. Die laatste duw die je me gaf, was er een in mijn rug. De goede kant op. Ik zou nooit goed genoeg zijn geweest. Het verleden haalt jou keer op keer in. Ook al gaat over een andere persoon, je bent overtuigd van de daad. Mis. Ik streel nog één keer in gedachten wat ooit was. Dat het me ontglipt, is niet het probleem. Dat ik het niet langer kan opvangen, is wat me raakt. Ik vouw mijn handen. Ik laat los.

Linde Moreel

Ik ben, en ook weer niet. Mijn ziel barst, mijn verstand knikt. Mijn schokkende lijf weet waarom ik ween. Weg ben je. Zoals steeds en buigzaam als je bent, blijf je hangen. Tussen de lakens vind ik jouw onweerstaanbare geur. Je bent, en ook weer niet. Het maakt me klein. Mijn vuisten grijpen de zoveelste leegte. Ik wil je nooit nog weg. Tegelijk baal ik. Van jou. Ik kleur niet langer. Ik weet. Straks bel je me. Of ik die woensdagnamiddag vrij ben? Voorspelbaarheid kapt mijn broze leden langzaam in stukken. Ik huiver en richt me op. Wie ben ik, als je weg blijft?

Ann Stuckens

Je wilde wel maar je kon niet moed en durf ontbrak. Een laatste gesprek, een kus en vele herinneringen, jammer dat je die omhelzing achterwege liet.

Marie Peters

Twee handen, een anker, de wereld kantelt en draait door. Verlangen verschiet van kleur, in de diepte van je blik. De groeven in je gezicht, zoveel motieven voor het grijpen. Maar ook hier geen antwoord. Ooit, misschien, zal ik begrijpen waarom ik hier nu nog ben. Ik omarm de illusie die jij bent.

Annika Cannaerts

Je ziet me niet, je kijkt naar mijn schaduw, grijpt met je vingers door spinrag. Je vraag kan ik beantwoorden: Neen. Omdat. Of ja. Misschien. Zoveel uitgerafelde redenen. Je draait rond mij, ik draai rond jou. Ik laat je niet los.

Anne-Mie Knaepen

Een herinnering van kleuren en huid strelen wanneer ik je voorbij zie komen. Snel even binnenkijken. ‘Is ze er?’ Hoop ik dat te zien? Onze lijven begrepen elkaar zo goed. Tot het mijne in de prak ging en jij weer in al de schijnbare zekerheden van jouw realiteit stapte. Wat zien jullie er gelukkig uit … op foto’s. We worden ouder, mijn lief, ik ken alleen je lijf goed. Dat was genoeg … dacht ik. Tot ik je zoekende blik zie door mijn raam. Waren alleen onze lijven genoeg? Zijn wij ooit genoeg?

Céline Smans

Maar jij draait de ijspegels op je rug richting mijn overpeinzingen. Klaar om hoop te doorboren. Ik val. Weg van jou.

Vanessa Daniëls

Het valt niet mee een caleidoscoop scherp te stellen. Vervellen doe ik om te passen in hokjes waarvan ik jou verdenk. Eén voor één klappen lades dicht. Je blijft een brandkast met nagelkrassen.

Bauke Vermaas

Het redactiehok boven de aula was mijn terrein en jouw fout. Was je hier niet gekomen, dan hadden we een kans gehad. Misschien. Ik speurde nog naar een plek buiten bereik van stencilmachines, die elke prille liefde zwart-op-wit uiteenscheuren. Ik zal nooit begrijpen waarom je juist toen, juist daar, verhaal kwam halen. Op elke vraag van jou had ik een antwoord minder, tot het oploste. Geen gevoel is tegen de schoolkrant bestand. Ik verscheurde het mijne als een mislukt gedicht.

Hugo Verhaert

Graaien in wel duizend en één puzzelstukjes. De rand ligt er. Ik zoek het juiste woord. Ook nu, zoals zo 'n puzzelstukje dat net niet past. Draaien, draaien, draaien ondanks de kleuren en de zovele lijntjes. De openingen die gemaakt zijn blijven leeg. Het moest. En het zou. En toch niet. 'k Hou het stukje nog even vast. Alsof er geen vervolg is. - Zo stil. - En twee lege handen.

Eva-Maria (pseudoniem) Houben-Horrix (pseudoniem)

...maar je bent koud, ijzig en bleek, geen blik meer, geen sneeuw, geen wit meer in je oogjes, ingevallen, verdwenen, kijkend naar een andere oneindigheid, als je vreemde verrimpelde vuistjes, handjes zonder motiefjes als van huid, zonder beweging. ik schreeuw en huil, toch fluister ik je wakker, klamp je koude lijfje tegen mijn borsten, wrijf je, kus je, lik je gezichtje tot onmogelijk-warm, ik ga met je mee: kouder en kouder, zoekend naar de contouren van wie je had kunnen zijn, onze allerliefste droom, te vroeg geboren, maar altijd bij ons.

Lorelei Meerling

Hoe het stof zich langzaam bijeenraapt in de hoekjes van het raam; jouw verdriet sijpelt in donkere kringen naar beneden en onwillekeurig je schaamte hierdoor benadrukt. Ik zoek een statement, een krachtig signaal in het koude, flitsende licht. En dan zie ik haar, die zich aan je benen verstrengelt... draaien, draai, ze draaien... een laatste fado naar oneindig verdriet. Dit verdiende je niet. (Autopsie)

Paul Vanhauwaert

Ik scheur met jou mee, laat je los als een gevallen blad van een stokoude boom. Ik scheur als een mooie bladzij in een boek, dat jaren stof vergaarde in een godvergeten kas! Ik val en neem je mee, naar beneden tot we eindigen in zacht gras en elkaar omhelzen, nog even, voor de allerlaatste keer! Jij en ik, noch min, noch meer.

Liese Leunens

Ik zie de contouren van wie jij nu bent. Ik trek je naar me toe. Begrijpen zal ik je nooit. Stel geen vragen. Het motief in de lijnen van je huid is zoek. Heel blijven en helen. Het verlangen verkorten. Draaien, draaien, draaien. Loslaten, vallen. Twee handen, een omhelzing, innig. Nu zie ik de contouren van wie wij zijn ( echo-tekst- letterlijk ;-)Amina Belorf)

Renilde Thys

Je wil geen contact meer! Waarom? Waarom toch? Ik zal het nooit begrijpen. Ik tracht het los te laten, de eeuwige vraag weg te duwen. Maar het lukt me niet: je bent en blijft mijn kind!

Enea Punt

Je ziet slechts de contouren van wie ik had kunnen zijn en niet de scherpe, uitgetekende lijnen van wie ik steeds ben geweest. Ik begrijp niet waarom je me wegduwt. Waarom het altijd zo moeilijk is gebleven. Er staan twijfels en verwachtingen in je ogen terwijl je vingertoppen mij beroeren. Probeer je me alsnog te kneden?

Daniël Vanrobaeys

Ik ben de contour die jij ziet, de man die ik had kunnen zijn. Je duwt me weg. Geen vrouw begrijpt het. Vragen, vragen… Geen waarom. Mijn zilte huid is verlangen, één enkel motief. Twee wordt één, en één wordt twee. Kleuren die vervagen, zo ver kan ik niet komen. Vasthouden, strelen, loslaten. Ogen diep, lippen zoen. Vier handen.

Katrien Dodion

Ik zie jouw contouren. Ik duw ze weg, ze deinen uit. Ik laat ze los, ze komen terug. Ik wil ze houden, maar niet echt. Ze luisteren, ze weigeren, ze komen, ze gaan. Twee handen die voelen, tot waar reikt mijn kracht. Hoever kan ik gaan om jouw kleur te vervagen. Van zwart, diep zwart, tot grijs, fel licht. Versterken, verzwakken, verzengende hitte, ijzige kou. Het verlangen dat blijft, de contouren zijn rekbaar. Spannen zich in tot het uiterste punt. Galmend weerklinkt de kreet van verlossing. Contouren die spelen, dansend en zingend, roepend en schreeuwend, ze dagen me uit... iets knapt.

filip sebreghts

Is het in de hemel, hiernamaals of het Walhalla? Is het daar, in de wolken, op een sprei gelegen onder beestenvellen dat ik je terug zal voelen? Elke vezel in mijn lijf smeekt om je zweet. In mijn dagdromen, onder mijn donsdeken en in mijn nachtmerries sta ik tegenover je. Krispijn: wij waren in de hemel, hiernamaals en in het Walhalla!

Jan Sluimer

Het is al lang geleden. Was het winter of toch in de late zomer? Ik herinner me van alles maar of het tot me door gaat dringen. Ik wil het laten varen over de vele oceanen en dat het verdwijnt. Diep in mijn gedachte verstopt maar bij elke stap voel ik nog elke pijn.

Dieter Desmet

Maar uit een kist staat men niet meer op: daarin verdwijnen spullen, mensen voor een hele poos om misschien nooit terug te keren; de vergetelheid in. Het is je moeders linkerhand dat zich rond m'n schouder plooit. Vijf gemanicuurde vingers begeleiden me langs een rij van wachtenden de grijze, kille zaal uit. Hun ogen een op scherp staand vuurpeloton, ingehouden adem, klaar om te schieten. Je moeder zal me later vertellen dat je me nariep, ik heb ze nooit geloofd.

tjen dezutter

Maar dan wordt je weer wazig.Een droombeeld dat oplost in mijn dagelijkse werkelijkheid .Omhelzing blijft pijnlijke leegte. Een niet te vullen gapend gat. Net een deur die blijft openstaan in ijzige koude .Muren van wat ik veilig noemde brokkelen af, geven de wind vrij spel rond mijn eenzaam lijf .Het is meer dan winter diep in mij geworden .

Billie De Sterck

gewoon een omhelzing is genoeg voorlopig een omhelzing een omhelzing van jou die mij doet scheuren van verlangen maar ik duw je weg zelfs hier op de plaats waar enkel contouren bestaan de plaats waar mijn onderbewustzijn de baas hoort te zijn zelfs hier lukt het me niet.

Sarah Eggermont

Ik zucht. Verlost en opgelucht. Zucht omdat ik niet meer vlucht. Vlucht van mezelf en het liefhebbende. Zelfliefde die bleef wegebben. Vluchten van jou. Je verstikkende aanwezigheid, je onrustige manifestatie. Zuchten en ademen. Het louterde me. Bezwaard en hard, nu een zacht hart. Geen wurggreep meer. Niks meer te wurgen. Niks meer te kwetsen. Leegte en geen plaats. Hier huis je niet meer. Geen liefde meer. Verlossende leegte. Vol liefde. Voor mezelf. Ik hou van.. mijn kracht, mezelf.

joanna wils

Mijn omlijning is uitgerokken, dan gesprongen. Het was groter dan mij, groter dan ons samen. Er moeten geen antwoorden omdat er geen vragen zijn. Er is enkel wij, apart. Soms samen in een handpalm, verstrengeld in illusie. Onze eigen mooie illusie. We klampen ons vast aan onwerkelijkheid, alles beter dan onzekerheid. Laat ons nog even vastklampen. Laat ons nog even.

Pieter Blyaert

Ik zie totaal de contouren niet van wie jij had kunnen zijn. Ik duw je niet weg. Maar ik vraag me af of ik het ooit zal begrijpen. Of ik ooit een vraag meer, een antwoord minder. Ik speur niet naar motieven in de lijnen van je huid. Ik scheur niet. Het verlangen kleurt zover je blik reikt. Loslaten, vallen. Twee handen, het liefst een omhelzing die nooit meer loslaat. Maar jij bent jij, en ik ben ik. En samen zullen wij nooit alleen zijn. Doch zonder jou voel ik me afgesneden van mezelf. En of jij dat nu weet of juist niet. En of ik dat nu weet. Of ik dat weet! En of!

Michel Schynkel

Jouw wegduwen is niet echt. Het is een vraag. Zoals ook mijn ‘ik hou van jou’ meer vraag dan boodschap is. En toch, de enige zekerheid die verliefdheid ooit biedt, is het moment. Je tracht eraan te ontsnappen in een schier eindeloze pirouette, een werveling van vreugde en angst. Al tollend vervaag je. Ik weet niet langer wie je bent, wie ik ben. En alles vernauwt tot twee opties: of de wereld stopt met draaien of je valt. Laat het, denk ik. Laat het in mijn armen zijn.

Wouter De Moor

Ik zie de contouren van wie jij had kunnen zijn. Een man die zijn verantwoordelijkheid had genomen. Wiens lul er niet was afgevallen als hij een luier had moeten verschonen. Maar kleine Thomas en ik hebben het goed zo.

Lucy Neetens

Jij kneep je ogen half dicht en duwde me weg. Ik vraag me af of ik het ooit zal kunnen begrijpen. Ik zoek, achter jouw woorden, naar de reden. In mijn donkere geest glimt een sprankje hoop. Als ik het pak, glipt het uit mijn vingers. Foetsie. Waak ik? Slaap ik? Droom ik? Hebben, niet hebben. Het verschil is één woord, de wereld. Mijn wereld. Niet meer.

Emilie Demeester

Een warme omhelzing, die me vertrouwen geeft. Een aanraking die de twijfel doet vervagen. Ik ontspan. Je koude handen geven me rillingen. Ik denk aan alles wat een raadsel is. Ik realiseer mij dat ik nooit alles zal kunnen begrijpen. Ik val. Wonden laten littekens achter. Ze kunnen vervagen maar nooit verdwijnen.

Sam Bonjean

Contouren zijn vaag, dromen zijn meestal niet waar te maken. Fouten zijn onvermijdelijk maar onomkeerbaar. Wat je fout deed boet je nu voor. Je kunt nu twee dingen doen, loslaten of koesteren.

Stan Fransen

Op een hele warme dag, zag ik dat meisje met die mooie lach. Ik durfde niets te doen. ‘Ik ben een loser’: dacht ik toen. De dag verliep en we gingen weg, toen had ik pas echt pech. Ik hoopte haar nog ooit eens te zien, maar dat zal waarschijnlijk niet meer gebeuren. Met tranen in mijn ogen ging ik naar bed. De gedachten : ‘als ik iets had gezegd zou ik nu gelukkig zijn.’ Na een paar dagen liet ik het los, maar haar mooie lach zal ik nooit vergeten.

Jelle Van Raemdonck

Jij de perfecte jij, die bestaat niet. Ik begrijp het niet, de dag toen ik je verliet. Deed het pijn om niet meer bij jou te kunnen zijn. Je gezicht spreekt boekdelen, het liefst wil ik mijn leven met je delen. Samen lachen en samen huilen. Maar dat gaat niet, ik wil terug. Naar de tijd van vroeger, waar alles zo mooi was. Het leven kan mooi zijn, maar ook lelijk. Lelijk op een manier van tegenslagen. Onthoud altijd dat het ook mooi kan zijn. De natuur en de mens zitten vol leven dat nog veel kan geven.

Jef Souvereyns

Ik denk ,ik denk na, over hoe jij was. Ik wil je zien, de laatste keer. Ik wil je vastpakken, de laatste keer. Blijf nog even. Praat nog even.

Vic Winderix

Zal ik onthouden Denk, denk Of juist vergeten Denk, denk, ik heb geen idee Denk, denk, Wat moet ik doen Denk, denk, zo hard gevangen Denk, denk, ik voel mij bezeten Denk, denk Help mij alstublieft Denk, denk, Ik kan het niet meer Denk, denk Vragen zonder antwoorden Denk, denk Zal ik onthouden Denk, denk Of juist vergeten Denk

Jitse Roose

Ik had dit niet verwacht. Mijn hele leven heb ik dit verlangen. Elke dag opnieuw dezelfde dingen. Het geluid van voetstappen die je meenemen naar een andere plek. Soms het gevoel van mislukking. Maar na een tijd is het afgelopen, dan is het voorbij.

Martin Theunissen

Een omhelzing waar ik zo lang op wacht. Zo lang dat ik er niet meer kan op wachten overal denk ik aan dit moment. Nu kan alles gebeuren of het zo verlangde moment komt of het komt niet. In ieder geval zal er wel iets gebeuren

Zita Van Oosterwijck

Ik weet niet wat ik moet denken, wat ik moet doen. Ik val, maar je vangt me. Je kijkt me in de ogen. Dit was wat ik wou, jij bent diegene die het me hebt kunnen geven. Je lacht naar me, ik lach terug. Ik zie de glim in je ogen die je altijd hebt als je naar mij kijkt. Die blik die je geeft, geeft me de antwoorden op al de vragen die ik je ooit stelde. Je weet het nog niet, maar ik ben gevangen in je blik, in je greep. Zo wil ik dat het eindigt, jou en mij helemaal alleen.

Dylan Scheers

Waarom breek ik vanbinnen. Waarom heb ik al die vragen. Waarom zie ik de persoon die je kan zijn en niet wie je echt bent. Wil ik dat je zo bent door de vreselijke persoon die ik elke dag al voor mij zie. Waarom is dat vraag die ik mij blijf stellen en waarom is daar geen antwoord op. Ik wil ze aan je vragen maar ik weet niet hoe waarom?

Jena Bartsoen

Twee handen om me heen die me beschermen tegen wat komen moet. Die me zullen oprapen als ik val en me zullen troosten als ik verdrietig ben. Die twee zachte, tedere handen dat is waar ik naar verlang, die liefde van jou. Hoe moet ik het zeggen dat ik van je hou.

Marten Van der Sande

Is de fout die ik maakte rechtvaardig. Schuldgevoel is zielsscheurend. Zonder jou. Ik mis de geur van jouw gelaat. Zoals een deur vastgenageld. Toch zal ik blijven duwen. Jouw liefde kleurt de muren rood. Het maakt de wegen langer en zwaarder. Wij zijn zoals de zon en de maan. Warm en koud. Zwart en wit. Jij en ik

Chloë Sabbe

Ik zie jou ook, ik kijk terug. Een vraag, een antwoord. Kijk diep, diep in gedachten. Leegte. Het bestaat , soms. Niet altijd. Ga door. Het pad , pad van geluk. Daar op dat pad, daar vind je het. Mij. Daar vind je mij.

Emely Van Campenhout

Er is geen dag dat ik niet aan je dacht. Geen uur ging voorbij. Geen seconde ben ik blij. Ik denk alleen aan jou en niet aan mij. Echte liefde is een kroon. Als je niemand hebt een droom.

Milan Van Kerkhoven

Ik ik treur. Maar waarom, waarom is ons verhaal beëindigd. Ik zoek, maar ik vind het niet. Was de wereld maar eenvoudig, dan zouden mensen van elkaar kunnen houden. Het is als een gordijn. als je het hebt, dan ben je blij, veilig. Maar als het weg is doet het pijn. Maar weet dat er altijd iemand voor je zal zijn.

Tess Buts

Een moment van rust in mijn hoofd. Ik dacht aan je en ik vergat je. Ik kreeg je en ik verloor je. Waar ben je nu? Ik ben hier. Wachtende op een antwoord. Een antwoord van jou.

Ayse Aktas

Ik zie je nu echt, wie je echt bent. Ik wil je naar me toetrekken. Je duwt me weg. Waarom? Ik zucht. Vragen, vragen, vragen. Maar geen antwoord.

Zeynep Aktas

Ik opende mezelf voor jou, Maar je wilde het niet begrijpen. Je zei dat je het echt probeerde, Maar het kon je niet eens schelen. Je zegt dat jij degene bent vol met pijn Oh schat zie je zelfs mijn pijn? Het feit dat je dit allemaal kunt zeggen, doet mij pijn als de hel.

Lotte Hennache

Een knuffel, het beste gevoel dat er bestaat. Een uiting van liefde, troost en zoveel andere dingen. Het gevoel waarnaar ik verlang. Elke dag weer opnieuw. Vandaag, morgen, voor altijd... .

Danielle Jennen

De contouren van wie je nu bent schraap ik bloot. Je vervelt in kleur. Jouw regenboog- lijf valt op het mijne. Taal op taal. Ik begrijp dat ik het verlangen los mag laten. Maar twee meedogenloze handen staken mijn omhelzing. Passie is nog altijd een voorrecht, geen evidentie.

Aleksander Torchala

Armen rond jou, jouw armen rond mij. Samen zijn wij blij. Samen chillen samen gillen, ik en jij dat zijn wij. Als ik u zie, zie jij mij niet.

Warre Van Houtven

Begrijp ik het?Nee.Een omhelzing misschien meer dan dat, misschien nog een keer draaien.zolang dat je elkaar maar niet laat vallen of loslaten.Vind je motief als je hem vindt ben je zo gelukkig. Contouren vervagen, maar jij: jij blijft!

tatiana icho

Ik hield van je, jij hield van me. ik hou nog steeds van je, jij ook van mij. ik hoopte jou te begrijpen maar begreep je niet. spijtig.

Sander Indigne

Het was wachten op je antwoord, wat je ging doen maar je wist het niet meer. Een angstige stilte doorbrak het nadenken van het twijfelen. Toen dachten ze na hoe het vroeger was, het luide gelach, de liefde die er toen was.

Marie-Anne Tansens

Graag zou ik het liefst altijd bij jou willen zijn. Samen chillen, samen lachen, en zoveel meer. Ook al heb ik je telefoonnummer niet, ik hoop dat ik hem ooit zal vinden, want dan kan ik zeggen hoeveel ik van je hou. Als ik de liedjes van het orkest hoor dan denk ik heel de tijd aan jou. Hopelijk zie je me ooit staan.

Viktor Blockx

Ik zag haar lopen met een achtergrond van felblauwe lucht . Haar prachtige haren gingen heen en weer door de wind. Haar lach is een prachtig verschijnsel . Mijn hart weet geen blijf met zichzelf. Mijn ogen raken haar niet kwijt. Ik loop op wolken . Ik hoor een bel . Ik ben de wolken kwijt . Ik merk het op . Mijn voeten zijn het kwijt. De wolken zijn verdwenen . Ik weet het weer . Ik ben op de speelplaats. Mijn gedachten hebben één wens . Zag ze me maar.

Salma Daoudi

Maar toen dacht ik heel goed na, de beste oplossing was, dat ik jou moest vergeten, want ik deed mezelf alleen maar pijn . Ik zag en zie jou heel graag en ik hou nog steeds heel veel van jou, maar ik kan niet meer verder met de gedachte dat je niet van me houdt maar van iemand anders. Ik dacht dat we elkaar zouden begrijpen, maar het was jammer genoeg niet zo. Spijtig.

Nélia Lassouli

thuis komen en denken wat is 'ons'? is er een 'ons'? houden van, verlangen naar, u zolang ik je al ken. denken of dit gevoel wel wederzijds is. Jou zeggen in plaats van u, maar ik vind u erg mooi, u is het kortste woord om van elkaar te houden.

Jort Driessens

Of twee lippen op mijn mond. Ik zie je graag. Het liefst wil ik dat je ook van mij houdt. maar jouw gevoelens kan ik niet veranderen.

Thomas De Clerck

Voor mij ben je als goud. Er is niets belangrijker waar ik van houd. Je haren voelen als wol, samen eten we ons buikje vol.

Caro Frans

Jouw armen rond mij, je bent nu heel dichtbij. Samen lachen , samen praten , samen alles doen.

Thijs Van Overloop

Maar een kus mag ook.

Quinten Seymons

We maken één geheel, jij en ik samen twee handen op één buik. Je glimt als een diamant en je bent altijd charmant. Ik voel me op gemak zeker bij een smak.

Kato De Bruycker

Maar je valt. Je valt in het duister; de diepte. Ver weg van mij. Zou ik je ooit nog terugzien? De moed zakt me in de schoenen. Zonder jou ben ik niets. Een hoopje ellende, dat wel misschien. Is dat hou het verder zal gaan met ons? Of zouden we toch nog ontwaken uit deze vreselijke droom?

Fei Lauw

Maar je raakt een huls aan. Hij is niet meer daar. In retraite met stemmen, gezichten, een flits van een blik, rommelig op de staak van herinnering gespietst. Je houdt die boven een knisperend vuur. Om het dwangmatig te voeden, vingers gekruist. Hij viel toch. Wellicht terug in zichzelf.

christine kenis

Jouw ogen. Je ziet wat je ziet met jouw ogen. Zeg me, zag je mij ooit naakt. Echt naakt, ver voorbij jouw tranen in de plooien van mijn huid. Zo naakt dat je de contouren van jouw leven zelf ging inkleuren. Dat jouw blik, getekend door de wondere wereld van doornroosjes, je uit je vergeten slaap weghaalde. Dat je ophield met vasthouden aan een ooit gesponnen sprookje.

Sven De Potter

Praat met me. Praat met de woorden die je kent. Of zwijg in alle talen, en geef me bloed. Dik. Laat me binnen in dat huis waar je de luiken steevast dicht houdt. Een leeg glas, roodbestift. Sokken op de grond. Praat in daden, teken met je handen en je voeten wat onzegbaar is. Kerf het uit de stilte. Scherf het in mijn huid. Leg uit wat warrig is. Want ik heb verzwegen dat ik je liefheb.

jan de vree

Na het inademen van je letters, gelezen in je ogen, toen je loog, zwierde ik mijn geweten onder mijn zolen waar ook mijn hart bengelt dat in alliteratie boog om mijn waarheid te rekken zoals men dit in een hoax beoogt Men, je weet wel, zonder gezicht en naam, die spreken en verzinnen, maar nooit als onze ogen elkaar betasten en verfrommelen tot een prop die blindelings hun papiermand ingaat. Elke rimpel, die nog na kreukelt in wat verwrongen weggeworpen, proberend het origineel terug te rechten, ook al weet wie leest, dat deze littekens als ongehoord blijven nazinderen bij wie niet is geloofd.

Elife Duman

Ken je dat gevoel? Dat je valt in je slaap. Dat had ik toen ik over je droomde. We stonden allebei op een appartementsgebouw. Ik had je vast, maar glipte plotseling uit de omhelzing en viel naar beneden in dezelfde patroon als die van je vingerafdrukken. Een ovaalvormig labyrint in de lucht. Net zoals een DNA-streng ronddraait. L’acrophobie, le vertige, Vertigo-Alfred Hitchcock (1958). Er kwam geen einde aan de val. Zou het ooit stoppen? Geen idee…

Wendy Caris

Koplampen werpen hun licht: smal, breed, weg. De muur snelt op me af. Ik leg mijn handen voor mijn ogen, volg het spoor tussen mijn vingers. Een spooktafereel vol aangeregen herinneringen scheurt zwart-wit voorbij. Ik golf op monotone klanken, draai, tol, smacht naar de omhelzing van een droomloze nacht. Ik vraag niet meer. Laat mij los.

Nina Kooper

Nu je dit leest is het te laat. Een omhelzing, voor jou. Handen zijn taliger dan woorden. Ik stel me voor dat de lucht dik zal zijn. Even stroperig als de schimmen die mij aankleven, maar te ijl om te dragen. Laat me alsjeblieft liggen.

Deniza Miftari

En toch houd ik mezelf tegen. Alsof ik beschermd moet worden. Van mezelf. Door mezelf. Want de lijnen in je huid zullen gauw uit mijn zicht verdwijnen. En later uit mijn geheugen. En ik zal me afvragen of die ooit echt hebben bestaan. Of jij ooit echt hebt bestaan.

Dirk Devroye

Ik voel de liefkozing die je zou kunnen geven. Je handen vervagen. Mijn bede naar warmte wordt een deken van kilte. Een windstille dag, verdriet in mijn hart. Ik ken de oorzaak. Ik ben de oorzaak. Achteloos. Leven in zwart-wit. Doorgaan, doorgaan, doorgaan en dan breken. Oude handen, ze missen je omhelzing.

Ann Janssens

Ik wring me in de omtrek die jij voor me uitspint. Buig me, zwicht voor jouw handen. Laat me wegblazen. De wrange smaak van afwijzing in de krassen op mijn huid. Ik laat me leiden door louter pijn. Angst behoedt me. Ik trek en duw. Jou. Naar me toe. Van me weg. Een laatste wervelende dans. Ik moet je. Loslaten.

Lennart Vanstaen

De omhelzing laat op zich wachten. Een eeuwigheid. Ik zoek naar sporen van weleer in zijn glazige ogen. Is dat berouw? Of kijkt hij dwars door me, naar wat er zich achter, na en voorbij me bevindt. Ik kan de traan niet stoppen en proef mijn zilte verdriet. Hij blijft stoïcijns, ik zie het nu, zijn blik is hol. Ik voel me naakt en kwetsbaar. Zijn lippen maken zich van elkaar los en het lijkt alsof hij iets gaat zeggen, maar slechts een zucht ontsnapt, een zucht die ons samenvat. Een zeurende brommer in de verte. 'Goed', zegt hij, 'ik ga even om pistolets, het is en blijft zondag, toch?'

Theo De Haes

Met je kont draaide je toeren, contouren die zich in mijn netvlies brandden. Inspirerende dromen duwde ik van me af. Wentelend tussen verlangende vragen en ontwijkende antwoorden trok ik een spoor tussen ons. Mijn blik naar de toekomst, op oneindig, tussen onze handen en huid.

Week 1

Weet je nog, die keer dat we samen in de stad gingen lunchen? De zon, wat wind, de kopjes op het water, onze handen slingerend langs elkaar als pendules – of sloopballen? Wat een middag was dat. Gisteren liep ik weer langs die grachten – de statige panden staarden me aan, verbaasd om ons hier niet samen te zien. ’s Nachts droomde ik van verlaten industrieterreinen, de jaren die me resten, het gras dat gewoon door zal groeien. Ik denk al jarenlang na over hoe ik je verloor, maar misschien had ik de tijd beter kunnen gebruiken om mezelf te vinden.
--
Ivo Victoria

Bernard Lichtaard

Zo zit dat Met een antwoord op de vraag naar het geluid van één klappende hand zit men zonder echo in het moment. Men zou naar Kyoto kunnen gaan maar morgen is het antwoord anders en waarschijnlijk is de oude kaalkop niet thuis. Met één hand kun je een vlieg vangen, een dwaas wegwuiven of aandacht vragen, je zou kunnen zwaaien naar je geliefde. Voor het geluid van één hand op reis naar Japan, ga eerst maar eens aandachtig een stoeptegel polijsten, antwoordt zij. Hier zitten we nu op de latjesbank, drinken een trappist en werpen elkaar zo nu en dan een woord toe.

Bas Tuurder

Dan weer, stel ik me de vraag: had ik mezelf gevonden, wie was jij dan kwijtgeraakt?

Maya Wilsens

Ja, ik herinner mij die dag. De grachten vol middagzon werden ’s nachts donker met op hol geslagen slagbomen. Het geluid maakte me onrustig. Jij was de trein die mij zou verpletteren. Ik ben vertrokken om mezelf te houden, zonder enige aankondiging. Het spijt me.

betsy vanbroeckhoven

Of misschien had ik je mijn pink moeten aanbieden en hadden we dan een ankerpunt gehad. Er zat iets in ons, zoals de woeste golven die komen en gaan. Ik herinner mij het koude zand, mijn hoofd ongemakkelijk rustend op jouw naakte bovenlijf.

Hanne Lemahieu

Nu is mijn tijd bijna om en wandel ik niet meer langs die grachten. Alleen mijn geest wandelt nog. Ik probeer haar te sturen maar zij weigert nog naar de grachten te gaan. Zij denkt niet meer aan de zon of de wind. Voor haar telt alleen nog de duisternis die weldra eeuwig zal zijn. Mijn gedachten beginnen te rennen. Zoals de teugels van een op hol slaand paard die jij in je hand houdt, glippen ze uit de greep van mijn bewustzijn. Ik begin erachteraan te rennen en zie jou vervagen in de verte. Ik grijp de teugels en het paard hinnikt goekeurend omdat ik voor het eerst zelf in het zadel klim.

Nil Leman

Grachten in de middagzon vertellen me niets over jou. Ik mis je op een mistige valavond in het Vondelpark. Je gelaat is verborgen in het duister en ik weet dat je ogen me niet zien; komt het door de mist of had ik je toen al verloren?

Sascha Beernaert

Ik voel nog iedere ochtend hoe de huidhonger aan mij vreet. Als een schildpad die haar huis heeft verlaten voor een winter die maar niet wil slapen blijf ik wachten op de eeuwigheid. Ik heb het geprobeerd met sloten koffie en het gouden horloge van je grootvader tikt nog steeds de schoorsteenmantel aan. Maar iets in mij zegt dat ik zal moeten aanvaarden dat op de deur die je achter je dichtsloeg geen sleutel meer past.

Barbie van Leeuwen

Mijzelf zonder jou, een halve zelf, een sloopbal zonder lijdend voorwerp. Serieus, de liters zeik waar een mens over beschikt als hij een melancholieke bui heeft blijven me verbazen. De liters zeik die een avondje kroeg oplevert trouwens ook. Wraak op de grachtenpanden! Ik trek door, was m'n handen, recht m'n rug, pak m'n jas, m'n sleutels, zet m'n kraag hoog en vertrek. Via het sneue grasveldje achter de Praxis naar loop ik naar de stad. "Ben!" Ik loer over de rand van mijn kraag. Een gerimpelde kop omzoomd met warrige krullen, lippenstift die uitloopt in kleine lijntjes. Nee, Ben ik niet!

Peter-Paul Geubels

Ik meen iets erg unieks, hyperpersoonlijk en waardevol te kunnen achterlaten. Ik ben een archeoloog van 54 en weet zeker dat ik iets waard ben.

Rhea Cecile

Wees niet droef, mijn lief. Ik weet alles nog. Van de tijd en grachten, de krochten van jouw gemoed. Onze handen zijn elkaar nooit helemaal verloren. Dat kan niet, bij een ongeluk. Lunchen ligt vandaag wat moeilijk. Klinken op mijn gezondheid zou ronduit morbide zijn. Maar laten we nog één keer de pendule slingeren. Tussen tijd en droom en ongeloof. Toe dan.

Tim Roose

Gelukkig herken ik ons beiden nog in onze kindjes.

Kato De Bruycker

Misschien was het wel de laatste keer dat we hier samen liepen. Misschien was het wel de laatste dag die we ons later hetzelfde zouden herinneren. Maar zelfs dan nog, dat we hier nu waren was belangrijker dan wat dan ook. Jou aanwezigheid, je blik die boekdelen sprak en de stilte die toch honderduit vertelde. Over het geweldige verleden dat we samen hebben gehad. Jammer dat die tijd nooit meer zal terugkeren.

Elise Coudré

’t Was dat ik mezelf wilde vinden. Ik kon het niet met jou. Wij waren samen één geworden, ergens in het midden beland, maar geen van beide was nog ik. Ik herinner me die middag nog als gisteren. Het punt waarop ik besloot weer voor een eigen zelf te gaan. Egoïstisch, misschien, maar ik voelde me een vreemdeling in deze stad. Vervreemd van mezelf en de plekken waar ik tevoren zo graag kwam, verloor ik jou om mezelf terug te winnen.

Ellen Jansegers

Ja, ik weet het nog. Natuurlijk weet ik het nog. Ik weet zelfs nog wat we aten. Jij een spaghetti en ik een saai slaatje geitenkaas. Alsof het getal op de weegschaal ons zou samenhouden. Langs het water citeerde jij Goethe maar zag ik enkel jouw stugge krullen als rietstengels tegen de wind fluisteren. Ik heb lang gehoopt dat je, als je jezelf zou vinden, ook mij zou terugvinden. Maar de jaren groeiden door, de rietstengels werden gekortwiekt en ook ik heb mezelf nooit gevonden.

Theo De Haes

De tijd vond mij en ik vond de tijd – af en toe – om te zoeken naar de plaats waar ik jou achterliet. Door het groeiend gras doolde ik, jaar na jaar, met mezelf, alleen. En ’s nachts slingerden sloopballen als pendules over verlaten industrieterreinen. Ik droomde met mijn handen in de wind, water glijdend door de stad, ging ik er lunchen, samen met jou. Nog één keer.

Danielle Jennen

"Maar je hoeft jezelf niet te vinden, dat doen anderen wel voor jou", fluister je vanuit je kleine zwarte urne waarin je lieflijk lijf als asse werd gedumpt. Dus denk ik opnieuw na over hoe ik je verloor. En over de eindigheid van liefde, ook al draagt ze de povere belofte van oneindigheid in zich. Je was al ziek die dag. De zon brandde je ogen dicht, de wind blies ongenadig je rode hoedje in de struiken. Scharlaken rood op diepgroene struiken. Ik nam een foto. Niet van jou, maar van het hoedje en de struiken. Ik denk dat ik je daar voor de eerste keer verloor.

gianfranco miglionico

Onvermijdelijk wordt ik ouder. En de lijst van spijt wordt onvermijdelijk langer. Ik praat over mezelf alsof ik leef, maar ik denk in echos. Gisteren nog keek ik naar mezelf en besefte ik dat vrijheid niet bestaat. Al mijn keuzes komen van IK maar nooit van MIJ. Ik praat over jou alsof je nog bestaat, en misschien doe je dat en misschien ook niet. In cirkels ga ik rond en rond, zonder dichter bij mezelf te komen.

Gèry De Keyser

Iemand die me uitnodigt voor een concert maar er geen rekening mee houdt dat ik niet alles kan horen. Bijvoorbeeld lange muziekstukken waar ik het eerste kwartier niks van hoor omdat het volume langzaam verhoogt. Hij zegt daar niks van omdat hij de persoon die hem uitnodigt, wil plezieren. Hier in de beweging van mensen met laag inkomen en kinderen heeft hij daar minder stress over omdat iedereen er rekening mee houdt dat hij slecht hoort. Hij kan ook meestal de lippen zien en er is voldoende verlichting om dat te zien.

Lode Van Wabeke

Dat is altijd al een struikelsteen geweest, wat van jou, van mij, van ons was. Nu weet ik dat het een niet zonder het ander kon, dat je pas kan vinden zonder eerst te verliezen. Het was zielig hoe ik me gedroeg. Het valt me zwaar in de verleden tijd te moeten schrijven als ik klaarwakker ben, en je pas in mijn armen kan houden in die wrede, echte wereld van de dromen, waar middelmatigheid ontmaskerd wordt, onze handen terug elkaar zoeken en verstrengeld tegen gevels aankijken. Niets hoeft dan nog moeite te doen om te groeien, alles mag dan wat mij betreft stil blijven staan.

Bauke Vermaas

Ik weet nog die lunch, die stad, die grachten, herinner me handen en twijfel over wat ze zouden – zacht tikken, of sloopbal zijn? Je in het water slingeren, zodat het plonzen schuimkoppen gaf? Wat hadden we plezier. In gedachten beloofde ik de statige panden onze terugkeer, maar ik rekende buiten het industrieterrein. Verlatenheid was voordelig voor het verbodene dat wij beoogden, maar beton bleek niet te plonzen. Naderhand moest je me kwijt, dat begreep ik. Begreep jij niet dat ik iets mee wilde van jou? Jouw zelf als gezelschap in deze kleipostzegel tussen het beton waar ik nu het gras voed.

Helena Maes

Ik wou mijn verdriet aan de kant schuiven, zoals ik de lade van mijn bureau sluit en het sleuteltje probeer te verliezen. Dat wou ik. Maar de gedachte kreeg ik niet weg. Mijn verbeelding was te helder om uit te wissen. Mijn zon gaat nu stilaan onder. Ik hoop op een open nacht, maar volgens mijn gedachte weet ik het niet, want, als jij niet weet wie je bent, wie ben ik dan?

Viviane Van Pottelberghe

Neen, ik herinner mij niet dat ik ooit langs de grachten liep noch dat ik bij de verloren voorwerpen stond gecatalogeerd. Ik heb nochtans een helder moment nu. Wat was je vraag alweer? Ik ben de draad kwijt. Maak je geen zorgen, dat gebeurt de laatste tijd wel meer. Wat wilde je eigenlijk weten? Misschien kunnen we eens afspreken. Ik bezorg je mijn adres van zodra het mij weer te binnen schiet.

Marianne Vandenberghe

Ik heb je gezien gisteren. Je stond op de brug en trok traag een handschoen uit. Je streelde de ingekerfde letters op de leuning ‘R+C forever’. De wind blies de spelden uit je haar. Kopergrijze strengen wapperden voor je gezicht. Even leek je weer op het meisje van toen. Ik deed een stap voorwaarts maar bevroor bij het zien van de uitdrukking op je gezicht. Grimmig neergetrokken mondhoeken, een boze frons. Net als jaren geleden, toen je naar me schreeuwde dat je niets kon met een armoedige kunstenaar! Ik draaide me om, terug naar het statige grachtenpand waarin mijn galerij gehuisvest was.

Annika Cannaerts

Ik had het kunnen voorzien. Jij wou romantisch huppelen in de regen, ik werd alleen maar nat. Ik neigde naar de hoofden die stilzwijgend uit het water staken, hun bronzen schouders al groen aangevreten door algen. ‘Kijk, zo!’ deed je me voor, je armen gespreid als vleugels, maar de mannen in het water sloten ernstig hun ogen voor zoveel lichtvoetigheid. ‘Waarom?’ vroeg ik. ‘In het begin vond ik je mysterieus’, zei ze, ‘maar je bent gewoon saai. Je hebt de levenden, en de schrijvers. We behoren tot een ander rijk.’ ‘En de warmwaterkraan lekte weer’, zuchtte ze. ‘Dat was de druppel.'

Wim De Vos

Jij herinnert je de handen, ik de klappen. Jij herinnert je de grachten, ik de nachten en de groeven in mijn kaken. Weet je het nog, vraag je?Ik weet het nog. Jij altijd met je zoeken. Maar wat vind je als je alles zo dicht houdt dat het alleen nog kan ontsnappen? En wat dan nog niet wou wijken, sloeg je weg.Zó ben je me verloren. Ik kan niet wachten tot het gras door je groeit. Of nee. Wacht nog maar wat. Krijg me nog maar niet uit je hoofd. Nu je daar alleen staat. Nu je de tijd ziet die je nog rest. Ik heb een leven gevonden. En jij? De kopjes op het water? Laat me niet lachen.

Ine Moreels

Bang om in mijn eigen afgrond te kijken, dwaal ik nu al jaren rond op een eiland van herinneringen. Ik klamp me vast aan de boei die ik vond in fonkelende ogen en zoekende handen. Je verliet me als een dief in de nacht, maar ik ben altijd blijven geloven in je terugkeer. Omdat wachten minder moed vergt dan springen? Vandaag wandel ik opnieuw langs de grachten. Het donkere, glanzende water glijdt voorbij. Golfjes verloren tijd slingeren zich als hamers door de stad. Ik volg het water tot de bron. In die eindeloze massa hoop ik het kind terug te vinden dat nog kon dromen.

Dimitri Troncquo

Vergeet jij ook steeds weer wie je vroeger was, toen we de regels nog niet kenden? Elke dag een droom, een gedicht en een verlangen. Of het gras in die tijd ook al groeide, weet ik niet - we hebben er nooit bij stilgestaan. Nu ik hier zit met mezelf, een vreemde, en ik besef wat eindigheid betekent, stel ik vragen aan de muren en verwacht geen antwoord meer. Nu ik de regels denk te kennen, speel ik het spel niet langer.

Anne-Mie Knaepenb

Zou ik mezelf gevonden hebben? Waar? Wanneer ? Wie zou ik gevonden hebben? Beelden van toen ervaar ik. “Die lunch was de beste ooit!”, “Het weer was perfect.” Alsof het echte herinneringen zijn, dringen andere gedachten binnen : “Een koffie nog, een wandeling en dan, voor jouw deur, vraag je mij mee binnen voor een afzakkertje ... “ Ik zet me neer. Een glimp van wie ik toen was, een vage schijn, daar op dat terras, in de zon, beetje wind. Alleen die onbezette stoel naast mij is onwennig. Zou ik mij echt kunnen vinden … ?

Ann Stuckens

Hoe meer ik er nu over nadenk, hoe meer ik zeg: ‘Vaarwel mijn liefste, ons is voorbij, ons einde is mijn begin.’ Hoe heerlijk is dat?

Ekster De Kinder A.

Je woont op een heuvel en je mag Facebook of Twitter gebruiken om mij vandaag iets te laten weten van gisteren, of beter van afgelopen nacht en de diepe grondvesten van die oliebol van de heuvel waarop je woont, walmend in de opwarmende zon ‘s ochtends – je hebt alleen gedroomd, niet geslapen – is vandaag en morgen. En er woont een aardmannetje in je heuvel, als in een concertgebouw, ook als iedereen al weggegaan is en zou je zomaar de nacht opgeven zonder eerst jezelf weerkaatst te zien in de herhaling van wat je de vorige nacht besloot te zeggen ?

Iris Keiser

Papa. Nog steeds loop je uren te dolen langs grachten, verdwaald in je gedachten. Moest je nu gewoon zien waar je loopt in plaats van innerlijk of luidop te melken over Nietsche en Zarathustra, je had jezelf al lang gevonden en je had die dag ook de bus zien aankomen. Groetjes van aan gene zijde. Sylke

Wendy Caris

De holle klank van de beiaard weerkaatste op het water. De statige lantaarn aan de overzijde lichtte op en onthulde een eenzame figuur. Even dacht ik dat jij het was. Jouw scherpe trekken. De weerbarstige lok. Ik weerstond de neiging om hem terug te leggen, wreef over het rimpeltje in mijn mondhoek. Hoe had de tijd jou getekend? Ik slikte. Hoe kon ik loslaten wat nooit in mijn handen lag. Achter me viel de deur in het slot. Hij legde zijn warme armen om me heen en kust me zacht: "Klaar om te gaan?" Ik glimlachte, sloot de gordijnen en schonk hem mijn hart.

Carmen van Geffen

De wind, hij waaide, de zon scheen pas later. Ook ik zie jou nog wandelen, je was twee koppen groter, statiger dan grachtenpanden. Jouw blik die viel, vol van misprijzen. Ik was het onkruid dat jij niet voorzag. Als wild gras ben ik gegroeid, uit jouw zaad opgeschoten. Ik vul de barsten en de kieren van al wat de sloophamer ruïneren kan. Verloren is alleen dat wat gevonden wil worden. Ik in ieder geval niet.

Johan Redant

Toch zal ik je niet vertellen over de leegte die zich al jaren spiegelt in de gracht, in een amaryllis, een lege stoel bij het bevroren raam of in een zwaan die over het verrukkelijke water glijdt in statige ergernis. De uren die wij aan elkaar verloren zijn waren nooit de onze, ook al trommelde ik de illusie met stompe vingers weg over het gebroken tafelblad. Zelfs de weasel words die wij zo lieflijk deelden onder het corrumperen van elkaars genot waren slechts een bevestiging van de stilte die suisde in mijn binnenoor.

Marie Peters

Weet je nog, die keer dat we samen de stad ingingen? De regen, wat wind, moeders paraplu, onze handen die in elkaar haakten – per ongeluk? Wat een middag. We liepen nog vaak langs die straten – de huizen keken verbaasd als ik me er eens een keer alleen liet zien. Ik droomde van verre stranden, het park in de stad, onze eigen tuin. Ik denk al jaren na over waar ik mezelf zou kunnen vinden, maar misschien ben ik mezelf in die tijd wel verloren in jou.

Katrien Van Driessche

Ik weet het nog, die lunch in de stad. De zon achter de wolken, de snijdende wind, het bruisende water, de kille afstand tussen onze ijzige handen. Het was de zwaarste middag van mijn leven. Ik kon niet anders, ik moest weg. Ik ben jou toen kwijt geraakt en heb mezelf helemaal terug gevonden. Beter had die middag niet kunnen zijn.

Valerie Delvoie

Het getik van bestek weerkaatste op mijn trommelvliezen. De stad waaide elke keer dat de deur openging, naar binnen. Onze handen vonden elkaar met een zekere ongemakkelijkheid - toen al. Je zei niks liefs of zwaarwegends, terwijl het dat wel was: lief en zwaarwegend. Ik dacht aan die Franse kunstenares die een detective had gehuurd en zich had laten volgen. Zo kreeg ze een inkijkje in haar leven. Misschien was ze verliefd geweest, of niet. Dat zag je niet op de foto's. Als men óns had laten volgen, wat hadden we dan gezien? Ik weet niet wat er zwaarder woog, de liefde, of de zwaarte.

Sofie De Smyter

Re: Weet je nog? Wat doet het meest zeer: een ja, of een nee?

Bas Hoofd

Dan had ik je de schaamte voor mijn almaar heviger wordende angstaanvallen kunnen besparen. Maar toen, die keer samen in de stad wist ik nog niet van mijn batofobie.

Nelleke Schoutens

Je neemt het welbekende risico om te geloven in je eigen fantasie. Heel snel na ons samenzijn heb ik me als een natte hond, licht-walgend over je slijmerige complimenten, uitgeschud. Ik gruwde van je aanwezigheid, want ik had me een totaal andere voorstelling van je gemaakt. Ten eerste gruwde ik van je taal en de banale onderwerpen waar je je zo breedvoerig over uitliet, ten tweede heb je alleen maar over jezelf zitten snoeven. Je hebt totaal niet naar mij geïnformeerd, me niet eens een openingetje gegund in je monoloog. Wat spreek jij over verlies? Voor mij alleen maar opluchting!

By Pouffie

Nadat je me weer voor de zoveelste keer uitmaakt voor dief !!! Maar ik ben je dochter die je zo graag ziet. Dat besef je soms niet. Wat dementie allemaal niet doen kan met een mammie. En toch verbaas je me soms, dan heb je een helder moment en weet je weer wie ik ben. Daar doe ik het voor. Dat ene moment van weerzien, herkenbaarheid zelfs ik hou van jou te kunnen zeggen. Dat maakt me innerlijk zo blij.

Nina Kooper

Dat je me verloor zijn jouw woorden. Je maakt alles altijd zo groot. Ik had gisteren gewoon geen zin om de stad in te gaan. Je weet best dat als ik midden in een verhaal zit, ik mezelf niet kwijt wil raken in de kakofonie van toeristen en kooplustigen.

Greta Vandeborne

Waarom stap ik gejaagd in de mand van de luchtballon? Wil ik de geheimen hierboven ontrafelen nu ik jou verloor? Je zal me toch niet vragen wat ik hier in godsnaam kom doen? Wat dacht je dan? Voel je niet hoe jij in mijn hoofd blijft razen? Hoe mijn zintuigen tintelen als de luchtballon met een schok naar boven schiet? Hoe mijn lichaam onbedaarlijk naar jou hongert? Of heb je binnenpretjes nu je merkt hoe ik in je universum van leegte wil binnenstappen? Is daar een God met gevoel voor humor?

Jolien VDS

Rouwe woorden. Jij bent even ongrijpbaar als die middag in de stad. Even ongrijpbaar als elk verlangen. Het verlangen naar volgroeid gras of een verlaten industrieterrein. Het verlangen naar gestolde tijd en een pendule die stopt met zwaaien. Net zoals jullie handen dat deden. Wie jij bent is de prachtige ravage van de dingen die je verloren hebt en de dingen waar je naar verlangt.

Sofia van Boven

Ik weet niet meer wanneer ik de laatste stapstenen onder je voeten telde. Hoe ik het zand tussen de tegels altijd meer jouw kant op schoof. Ik wankelde wel, droeg het gewicht van weggevluchte insecten in mijn schoot. Pirouettes van wespen rond de leeggedronken glazen. Aandachtig keek je toe hoe de rondvaartboot een stilgevallen C-boot kruiste. Van kinds af droomde je al van wonen op de werf. Niet om eindeloos zicht te houden op de zon, die zich eindeloos in de einder dipt. Eerder om te blijven deinen, wervelen en bruisen ten tijde van de naderende stormvloed.

Odile Schmidt

Je vond me terug onder een brug in het midden van waanbeelden over oorlog en wedstrijden. Mijn rode lange koningsmantel gescheurd en toornig met tandwielen en klokken versierd uit betere tijden. De industrieterreinen lachten ons uit terwijl je ogen zich wijd opensperden. Mijn tanden waren geel zoals die van oud-Griekse furiën. Ik raapte twee sigarettenpeuken op en scheurde ze open, smeedde een strijdbijl. Nam een slok vieux om de smaak van shag weg te spoelen, stond op, nam een laatste trek en blies hem naar je lippen. Dertig jaren gaapten tussen ons. Je blies je adem uit over het kanaalwater.

Sarah Skoric

Maar hoe vind je iets dat niet is? Hoe slingeren sloopballen als handen? Welke kleur heeft een zon of de wind of een middag als je niet bent, geen manen of avonden of ochtenden kent, en nooit zal zijn. Verliezen verhoudt zich tot beminnen net zoals winnen dat doet tot kiezen: een omgekeerd evenredig middel, geen doel, een deel, nooit een voorgoed. Toch? Ik denk al jaren kort.

Ben Dover

Met al die mooie woorden van jou is het slechts jijzelf die voor de gek gehouden wordt, hoewel het me tevreden stemt te ondervinden, dat ook jij die waarheid reeds onder ogen hebt gezien. Hoe dit dan ook wezen mag, verloren heb je mij niet: nooit heb je me gehad. Mezelf heb ik in hoofdstukken gegeven, dit tot er helemaal niets van overbleef, en ik zelf beginnen zoeken moest. Oh als ik maar nog dromen kon. Over groeiend gras en de man die het maait tot hij sterft. Over wat komen kan maar niet zal. Over alles, niets, niets en alles en hun onderscheid. Ooit droeg ik een vuur in mij, wist je dat?

Bram Trachet

Die grachtenpanden staan daar al meer dan driehonderd jaar, Ivo. Ze zien in de loop van hun leven miljoenen gezichten voorbij slenteren. Denk je nu echt dat zo'n pand zich jou nog zou herinneren? Of mij? Of ons? Kijk; dat soort grootheidswaanzin, dat is dus precies hoe je me verloor. Als je echt jezelf wil vinden, dan moet je dringend dat opgeblazen ego van je doorprikken. Een pand kan je daarbij niet helpen. Enkel je vrienden kunnen dat. Dus praat met hen. Luister. En schrijf. Probeer in woorden te vatten wat ze je proberen te vertellen. Je zal versteld staan hoe goed ze je blijken te kennen.

Bart Vermeer

Tenzij... ik terugkeer? Je bel, je vraag om hier vandaag af te spreken? Om onze wandeling verder te zetten, daar waar we de tijd kwijt geraakten. Zoveel jaar later. Ik ken ik, jij kent jezelf, beter wellicht, zodat we elkaar opnieuw leren kennen? De wind zet koud in, kleeft tegen mijn vel en fluistert me in het oor: "jij oude zot, laat het nu eindelijk eens los." Nooit, denk ik dan: "Nooit!" Schreeuw ik tegen de wind in. "Nooit..." zucht ik, "zal het dan ooit ophouden, leeglopen hier vanbinnen zodat een ander het kan vullen?" Weet je nog, die keer dat we samen verloren?

Gerard Scharn

Een lied over liefdesverdriet en pijn. Geen tearoom tango of een mazurka voor twee doden, maar een lied onsterfelijke gemaakt doot een man allang vergeten. Hij leed aan nostalgie en heimwee en een schrijversblokkade van jaren. Verguisd en verlaten verdronken in goedkope wijn schreef hij de tranendalballade. Ieder orgel aan de Amsterdamse grachten draait door als makelaar en schippersknecht gaan dansen met de muurbloempjes van de bordelen. Hier wordt verdriet geboren!

Elvira Verspelt

Tijd kreeg langzamerhand een andere definitie. De dagen zijn lang en de weken meestal kort. Soms krijg ik enkel notie van tijd wanneer ik aandachtig mijn teennagels bestudeer of wanneer de gordijnen dan toch eindelijk open gaan en ik een geheel naakte struik aantref. Ik zit vast. Zelfs onze Russische schildpad toont zich niet meer, die groef zich in, denk ik, lang geleden en zonder toekomstplannen. Jouw spoor is bijster, geur en klank wordt troebel, ikzelf kleur diepgrijs intussen. Ik rook telkens drie sigaretten na elkaar bij het surfen naar jouw gedateerd opsporingsbericht.

Lies De Wit

Nee. Die middag heb ik gewist en het verbaast me dat jij me nu mist. Ja. Die avond hunkerde ik naar jouw hand tegen mijn hart. Jouw woorden in mijn oren die ik nu lees. Misschien.

Christa Van Acker

Of is mezelf vinden niet het jou vinden, bij jou zijn en treuren om dat stukje van mezelf kwijt spelen. Want is onze keuze niet wie we zelf zijn. Wat voor onszelf belangrijk is. Het compas van onze levensweg draait daarna even dol. Terug net noorden vinden, of is het het westen, zuiden of noorden? Waar wil je naartoe? Andere opties zijn er nooit in gedachten geweest, nooit gewenst, nooit nagestreefd. Is de moeilijkste keuze niet die aan de viersprong zonder wegwijzers, zonder weten waar het pad heen gaat. Enkel wanneer het doel is bereikt ken je de inhoud, het ja of nee. Rest nu nog heimwee.

Annette Akkerman

En of ik dat nog weet! Je bleef maar raaskallen over de zon, de wind, het water. Je merkte niet eens hoe de knokkels van mijn samengebalde vuist langs je hand schampte. Dat je na jaren nog steeds dezelfde metaforen gebruikt. Weet je nog dat ik zei, dat ‘het verlaten industrieterrein’ je signatuur was? Nog steeds probeer je met holle frasen, je onmetelijke leegte te verbloemen. Je verloor me niet, want hoe kun je iets verliezen dat nooit van jou was? Je had me nodig als pendule, die moest slingeren op de maat van jouw gedachten. Nooit zag je mij, iemand die zichzelf reeds lang gevonden had.

Michel Schynkel

Waar ik te laat achter kwam is dat geduld en rust te hoog worden gewaardeerd. Misschien dat anderen er goed mee varen, voor mij waren het instrumenten van zelfbedrog. Ik wou terug duidelijk afgelijnd weerspiegeld worden in de grachten. Maar water moet stromen, kolken zelfs, niet stilstaan. Een liefde niet ten volle geconsumeerd, moet je niet willen begrijpen, maar verschroeien met een volgende. Teveel aandacht ging naar jou. Het verhinderde me te zien wat wezenlijk was: het vermogen te branden. Het besef dat ik dat kan. Of kon. Nu is te veel tijd dood als as in een urn gevallen.

Elife Duman

Ik besefte echter niet dat ik ook mezelf kwijt was gespeeld. Ik dacht aan jou, aan ons en aan de manieren waarop we elkaar beïnvloedden. Zo primeerde jij en vergat ik echter mijn eigen zijn. Erg vond ik het niet, want ik heb je altijd gekoesterd. Maar nu wordt het tijd dat ik jou eventjes op de achtergrond plaats en mijn zoektocht begin. Een zoektocht naar nieuwe betekenissen in een wereld waar impulsen me platwalsen. Een zoektocht naar mezelf. Ik wandel weer langs die plekken en probeer nieuwe indrukken te creëren. Het lukt om mezelf te vinden. Voor nu.

Kathleen Verbiest

die laatste lunch in een verwaterde stad wierp ik je toe als een afgekloven bot naar een hond: hier, een souvenir je hief je hoofd naar de zon; ik dacht: ook sterren sterven eerst zwellen ze op, dan doven ze uit zo gaat dat

Céline Smans

Mijn herinneringen aan jou smaken altijd naar de dood. Ik schraap mijn tong, bestrooi ze met zout en jaag mijn eigen benen weg van daar - toch helpt het niet. Je glijdt naar me toe.

Ann Janssens

En of ik het nog weet... Een middag die ons beiden meenam op een wonderlijke reis naar onze eigen teleurgang. We hielden halt bij de talloze tableaux vivants van weleer. Stilden onze honger naar de eindeloze vergezichten van wat vroeger was. Laafden ons aan verhalen die mooier klonken dan ooit tevoren. Een middag waar ik mezelf - na al die jaren van jij en ik - eindelijk terugvond, jij mij voorgoed verloor...

Lieselotte Frederickx

Van aan de overkant zie ik je voor mij staan. Je handen draaien aarzelend rond het smeedijzer langs de waterkant, zoals rond mij die middag. Stoppen dan plots, je wijsvinger wit op een spitse top. 'Kom, lig naast me in het gras', en ik streelde door het zachte groen. Maar jij trok me mee naar lege vlakten waar alleen angst groeit. Je eeuwige geschipper tussen nu of nooit. Nu sta ik hier, in mijn grachtenpand. Mijn handen rond een warme tas thee. De mist trekt op over het water. En ik draai mij om. Maar echt kwijt raak ik je nooit.

Patrice De Meyer

Ik steek een sigaret op. Een roze blondine kijkt me aan van achter een venster. Ze glimlacht, ik knik beleefd. Wandel naar de overkant en leun tegen een gevel. De vrouw staat op, schuift haar stoel meer naar voren. Bij elke beweging trilt haar vlees. Een stuk mezelf wil de straat weer oversteken. Het hoofd laten zakken in de weke massa van haar buik. Drie sigaretten later maak ik me los van de muur. Doof de laatste peuk met de tip van mijn schoen. Als ik opkijk, is ze weg. Ik stap achteruit terug. Sluit mijn ogen. En neem me voor om ze niet meer te openen tot ik weet wat ik wil zien.

Pieter Van Laere

Ik heb getracht logica te vinden in een verlaten doolhof van gemis, schreef redevoeringen en essays over waar het toen misliep. Spiegels die ik voor kon houden. Reflectie om zelfbehoud. Nu ik hier wandel, in onze straat, in onze stad, vallen pagina’s onverwerkt verleden genadeloos uit de lucht. Vragen van ons vroeger snijden papiersneden in mijn huid. Je gemis prikt en mijn bloed huilt zacht om je afwezigheid. Wij zijn hier in tijden niet geweest, maar je voelt pijnlijk als gisteren.

Schrijf jouw echo

Nog 600 teken(s) resterend